The Impossible Shapes :: Tum

Een kleine 2500 jaar geleden stelde een Grieks wijsgeer de beruchte grotallegorie op die tot op heden in elk wijsgerig handboek herhaald wordt. Helaas wordt de allegorie maar al te vaak verkeerd begrepen, mede door de slechte vertaling van het begrip vormenwereld. Want laat er geen misverstand over bestaan: Plato had het wel degelijk over vormen en niet over ideeën.

De wereld is volgens deze eminente wijsgeer niet meer dan een afspiegeling van een andere wereld waarin volmaakte vormen bestaan. Maar als die andere wereld de volmaakte vormen omvat, waar bevinden zich dan de onmogelijke vormen? Daar lijkt zich 2500 jaar later nog steeds niemand vragen over gesteld te hebben. Behalve dan misschien The Impossible Shapes.

De groep heeft sinds zijn oprichting in 1998 al vijf albums uitgebracht en voegt met Tum — een neofolk- annex countryvariant die nu en dan leentjebuur lijkt te spelen bij het betere werk van pakweg My Morning Jacket — een volgende commentaar toe aan zijn indrukwekkende oeuvre. Niet minder dan zeventien nummers worden er deze keer doorgejaagd in een sprint die nauwelijks een half uur duurt. Marathons zijn dan ook nooit besteed geweest aan deze heren.

Zware violen mogen de toon zetten voor een kort en luchthartig album dat zijn nummers netjes onder de drie-minutengrens houdt, op twee nummers na. "Florida Silver Springs" is een vrolijke meezinger geworden die een licht psychedelische invloed niet schuwt en die vooral niemand voor het hoofd lijkt te willen stoten. Ook "Our Love Lives", dat die magische grens met achttien seconden overstijgt, is met zijn opzwepende melodie en akoestische gitaren typerend voor de stijl van Tum geworden, waar nauwelijks een valse noot in te ontwaren is. Dat de songs de neiging hebben iets te veel uit eenzelfde vaatje te tappen, is dan ook niet helemaal onterecht. Toch weerklinken er kleine nuanceverschillen die het geheel aangenaam houden.

Zo is "Willow, Willow, Yew" een uitstekend kampvuurliedje geworden voor jongeren ver van huis, en wil "The Working Vessel" oudere cowboys met een hang naar banjo’s behagen. "Wild West Wake Us Up" is het kwade broertje dat met dreunende drumslagen en verstoorde geluiden een boosaardig spel speelt. Ook "Twisted Sol Epoch" is stoorzender en laat slechts met mondjesmaat banjoklanken door de song schemeren. Toch valt de song na een minuut al door de mand, wanneer hij zich ontpopt tot een meeslepende folkdrone-ballade van nauwelijks twee minuten.

"Fulgent Fields" trekt de aandacht met een accordeon alvorens de geijkte paden in te slaan. "Rephra" is niet meer dan een korte herhaling van "Ra In The Rising" net als "Hathor", zelfs al wordt de melodie driemaal door een ander instrumentarium naar voren gebracht. "Hornbeam" reduceert een venijnige rocksong met een metalkantje tot zijn naakte essentie: 1’34", net zoals het vermelde "The Working Vessel" dat voor de country deed. Toch staan er ook reguliere songs op deze plaat. "Pixie Pride", "Tum" en "Tahuti, Splendid Scribe" zijn dan ook te koesteren kleinoden binnen een soms ietwat bevreemdend universum.

Het is kenmerkend voor The Impossible Shapes dat ze doorheen het hele album dergelijke speldenprikjes weten te plaatsen. Wie bekend is met het oudere werk, hoeft zich dan ook aan weinig verrassingen te verwachten. Ergens in het licht psychedelische en bevreemdende niemandsland dat tussen alt.country en neofolk ligt, heeft The Impossible zijn grot gevonden. Een antwoord op de vormenleer heeft men daar nog niet gevonden, maar de schaduwen volstaan meer dan genoeg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + veertien =