Cerberus Shoal :: The Land We All Believe In

Lang voor Rob Flop een poging ondernam om zijn eigen land te stichten, hadden wij al besloten het kot van een vriend tot vrijstaat uit te roepen nadat we tot het besef gekomen waren dat zelfs Vlaanderen voor ons nog te groot en te ongastvrij was. Toch zochten we geen erkenning bij de VN: wij waren een rogue state, een pre-axis of evil zo men wil.

Het is eigenlijk verbazingwekkend dat de gekken van Cerberus Shoal zelf niet eerder op het idee van een eigen staat kwamen. De groep werd in 1994 opgericht en is er ondanks verschillende line-up wisselingen in geslaagd niet minder dan tien albums uit te brengen, waaronder één met Herman Düne. The Land We All Believe In is hun nieuwe worp en die verschilt in waanzin niet veel van het vorige werk. Cerberus Shoal flirt nog steeds met Slavisch aandoende folk en rock, en bedekt het geheel met een dikke laag avant-garde-invloeden.

Jef Nys tekende met Het Verkeerde Land een wereld waar de realiteit een heel andere invulling krijgt en waar de vreemdste figuren rondlopen. "The Land We All Believe In" klinkt als het perfecte, bevreemdende volkslied op maat van Nys’ spitsvondigheid geschreven, al durven we niet veronderstellen dat onze jonge Vlaamse held Jommeke ooit bekendheid heeft genoten in het verre Amerika.

Toch wordt er nog voorzichtig gestart met dit titelnummer: een allesoverheersende banjo tokkelt gemoedelijk een eindje weg, een lichte percussie wordt aangevoerd, ondersteund door nauwelijks hoorbare geluidjes. De vrouwen heffen plots het lied aan, de mannen volgen. In "Pie For The President", het enige andere korte nummer, zijn het opnieuw de vrouwen die de song mogen openen. Ditmaal lijkt het wel een mini-opera die onderbroken wordt door enkele dronken fanfarespelers die alle controle over hun instrumenten verliezen, dit alles bovendien gedirigeerd door Emir Kusturica. ’Apart’ is een term die de lading nauwelijks dekt.

"Wyrm" is een op zigeunermuziek steunende dronkemansklaagzang die na vijf minuten in elkaar zakt om zich lallend en strompelend naar de eindmeet te begeven. Een nieuwe kroes bier wordt aangerukt en de muzikanten trekken zich steunend recht, aangespoord door opzwepend gezang. In het drieluik "The Ghosts Are Greedy" wordt in het eerste deel — hoe kan het anders — een spooksfeer opgeroepen: ijle zang wordt gespreid op een bedje van trage, slepende geluiden. Het tweede deel van de song lijkt wel geplukt uit het (nog?) obscuurdere werk van de ongetalenteerde cultregisseur Ed Wood, om in deel drie over te schakelen naar een licht psychedelische funksong.

Ook "Junior" start als een Balkanklaagzang, zij het dat de groep zich voor de eerste maal weet te beheersen. De teneur wordt echter donkerder naarmate het lied vordert om net niet te ontsporen in een bezwering, opgebouwd uit gitaarnoise — de wondermooie samenzang steekt daar immers een stokje voor. De banjo mag het begin en einde inluiden: Ennio Morricone lijkt niet ver weg in "Taking Out The Enemy", al heeft deze man zonder naam wel meer verloren dan zijn identiteit. Een laatste maal wordt er schaamteloos geswitcht tussen country, dronken samenzang en uit horrorfilms gestolen monologen vol pseudodreiging.

The Land We All Believe In is opnieuw een buitenbeentje geworden in het muzieklandschap. De georkestreerde chaos en georganiseerde waanzin blijven het hoe dan ook beter op het podium doen dan op plaat. Cerberus Shoal is een groep die het beste op een podium gedijt, de plaat is niet meer dan een visitekaartje dat men slechts nu en dan bovenhaalt wanneer men twijfelt aan de naam van die gekke gesprekspartner, ambassadeur van god weet waar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × twee =