The Organ :: Grab That Gun

Hoe lang gaat de heropleving van de jaren ’80 sound nog blijven
duren? Voor het Canadese The Organ hopelijk nog een tijdje, want
anders hebben we er alle begrip voor dat één van hen daadwerkelijk
een pistool ter hand zou nemen om dat tegen het hoofd te drukken
van de man (of vrouw) die zo lang geaarzeld heeft om dit kleinood
ook in Europa uit te brengen. ‘Grab That Gun’ werd in eigen land en
in de Verenigde Staten al in 2004 uitgebracht, maar pas nu –
wanneer het muziekminnende deel van de wereld zich stilaan opmaakt
voor een grunge revival – mogen wij kennismaken met dit erg fijne
schijfje. Twee jaar geleden, wat zeggen we, zelfs vórig jaar nog,
had ‘Grab That Gun’ ongetwijfeld brokken kunnen maken. Nu is het
maar de vraag of het temidden van de ontelbare andere jaren
’80-herkauwers nog voldoende aandacht zal krijgen van pers en
publiek, alle publiciteit van Kaiser Chief Ricky Wilson ten
spijt.

Muziek uit Canada is dezer dagen hot, maar meer dan hun
nationaliteit hebben Katie Sketch, Jenny Smyth, Debora Cohen,
Ashley Webber en Shelby Stocks niet gemeen met eclectische
landgenoten als pakweg The Arcade
Fire
, Broken Social Scene of
Godspeed You! Black Emperor en consoorten. De sound van The Organ
is haast even Brits als de Big Ben en fish ‘n’ chips, en grijpt
terug naar de periode tussen de eerste platen van The Cure, de
overgang van Joy Division naar
New Order en het debuut van The Smiths. Het is allicht geen toeval
dat één van de songs op deze plaat ‘Steven Smith’ werd genoemd. Dat
kan opgevat worden als een verwijzing naar heelmeester Robert
Smith, maar ook naar ‘songsmith’ Steven (Patrick Morrissey).

De tien liedjes op ‘Grab That Gun’ duren samen welgeteld dertig
minuten. Drie daarvan stonden eerder al op ‘Sinking Hearts’, de
debuut-ep van de groep. Maar niet alleen wat de ‘gulden 3
minuten’-regel betreft hebben de dames hun les goed geleerd, met
een haast chirurgische precisie heeft de groep het geluid ontleed
(en zich toegeëigend) van de vroege Smiths, Cure en Joy Division.
De stem van Sketch klinkt in de meeste songs als een
getransformeerde Morrissey (ze
neemt ook zijn ‘bezwerende zeurderigheid’ en frasering van de
eerste Smiths-plaat over), maar soms doet ze ook denken aan Debbie
Harry, Kristin Hersh en Martha (van de Muffins). De gitaar rinkelt
Johnny Marr-gewijs een heel eind weg, maar af en toe perst Cohen er
ook melodieuze dingetjes uit die bij New Order eerder zijn
weggelegd voor de bas van Peter Hook. Het grote verschil met hun
grote voorbeelden is – inderdaad – het orgel, dat desondanks niet
echt een prominente rol opeist, maar vooral wordt aangewend om hier
en daar lege of kale plekken wat meer kleur te geven.

Geen enkel nummer valt uit de toon; wanneer we een grafiek zouden
uittekenen met de hoogte- en de dieptepunten, dan zou die slechts
hier en daar een kleine rimpeling vertonen. Zo steken ‘Brother’,
‘Steven Smith’, ‘Love, Love, Love’, ‘Sinking Hearts’ en ‘Memorize
the City’ iets uit boven de rest, maar nergens gaat er een oranje –
laat staan een rood – lampje flikkeren. Achterover slaan van
verwondering doen we dus niet als we deze plaat horen, in feite
staat hier niks op dat we elders nog niet tegen kwamen. Op een
orgel hier en daar na voegen ze niet echt iets wezenlijks toe aan
de melancholische pop van hun idolen, maar na de perfecte jaren
’60-popplaat van The Bees (’04)
zou je nu ook een doorgewinterde popkenner kunnen wijsmaken dat
‘Grab That Gun’ wel degelijk meer dan twintig jaar geleden werd
geschreven en opgenomen.

Wie dacht de jaren ’80 allen maar duf en dull waren krijgt lik op
stuk met dit frisse, parelende en prikkelende plaatje, dat op z’n
best dezelfde uitwerking heeft als een ijskoud flesje prik op een
hete zomerdag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + vijftien =