DOMINO 06 :: Maxence Cyrin, Tape Tum, Coldcut, Dictaphone :: 15 april 2006, AB

Op de eerste dag van Domino mocht u meebrullen, twee dagen erna maakte men u aan het lachen en na nog een nachtje slapen werd het tijd om te zwijgen. Het werd moeilijk na vijf dagen maar op de zevende dag van Domino werd u verplicht (!) om te dansen.

"I Just can’t wait, I just can’t wait…for Saturday night", gromde Herman Brood in ’78. Ook op de zaterdagavond van Domino 2006 is het toegestroomde publiek uitbundiger en onrustiger dan de voorbije avonden. Het bonte allegaartje van elektronische muziekliefhebbers en/of andere hippe vogels verwacht niet minder dan een feestje. Daarvoor rekenen ze vooral op de Londense knip- en plakgoochelaars van Coldcut, die dit jaar met het meer dan degelijke Sound Mirrors bewezen dat ze nog steeds een plaats verdienen in de eregalerij van de moderne elektronische muziek.

De verzamelde massa opwarmen mag de enthousiaste Fransman Maxence Cyrin, een klassiek geschoolde muzikant die bekend in het oor liggende dancetracks in een uitgeklede versie naspeelt op piano. U denkt gimmick; wij dachten zelfs even aan Scala (the horror, de horror). Het klinkt uiteindelijk allemaal leuker dan verwacht, zij het wat pompeus. Hoofden gaan dan ook op en neer bij ’s mans versies van "Pump Up The Jam", "Tainted Love" of raveklassieker "Anasthasia". Toch blijft de indruk dat de verdienste hiervan bij de originele nummers ligt. En noem ons conservatief, maar we zien "Radioactivity" nog steeds liever uitgevoerd door vier robots zonder benen uit een vorig decennium, dan door een strak in het pak zittende pianist.

Ondertussen is het in de AB-Club de beurt aan de jonge Belgische honden van Tape Tum. De broers Dousselaere maken dromerige elektronica (denk aan Postal Service) en hun aanstekelijke nummer "Heart Of Gold" werd gebrand op de Domino-compilatie-cd van dit jaar. Live komt de combinatie van popmuziek en elektronica soms wat te bruusk over, en u maakt het er ook allemaal niet gemakkelijker op door, in afwachting van Coldcut, de Club als praatcafé te gebruiken.

Matt Black en Jonathan More, samen Coldcut, weten waarvoor ze naar Brussel gekomen zijn: het dak van de Ancienne Belgique blazen, en daarvoor kunnen ze best de steun van het publiek gebruiken. Op het grote scherm achter de heren wordt op een satellietbeeld van Europa ingezoomd tot net boven de Brusselse concertzaal, passeren fragmenten uit Kuifjetekenfilms de revue en waagt even later zelfs een virtuele Guy Verhofstadt zich aan een danspasje. Crowdpleasing, bien sur, maar het brengt wel direct sfeer in de zaal.

De visuals zijn trouwens een onmisbaar element in het Coldcut-totaalspektakel. Na de relaxte ambient van opener "A Whistle And A Prayer" demonstreren de heren fijntjes hoe er net zo inventief met beelden als met beats en samples (onder andere van Coldcut-klassieker "Say Kids, What Time Is It?") kan worden geknipt en geplakt. Mike Ladd en Juice Aleem, Masters of Ceremony van dienst, mogen de zaal even opjutten, waarna de Londenaars het vuur aan de lont steken met een rondje loeiharde drum’n’bass, begeleid door een hilarisch filmpje van een groepje cancanmeisjes. De sfeer wordt grimmiger en de AB verandert in een duistere club wanneer een arsenaal suggestieve beelden met politieke lading op de zaal worden afgevuurd: Bush, Blair, Charlton Heston, Nike, Budweiser…ze krijgen allemaal een welverdiende, ongenuanceerde veeg uit de pan en u danst er uitbundig overheen.

Met het zweverige housenummer "Walk A Mile In My Shoes" wordt een rustpunt in het optreden ingebouwd. De podiumact (stap opzij, arm omhoog, stap naar voor, armen voor de borst gekruist, albatrosimitatie incluis) van zanger Robert Owens is er kilometers over, maar het nummer werkt wel. En wanneer even later straffe madam Mpho Skeef een overtuigend "This Island Earth" ten berde brengt, lijkt de buit binnen. Een geprojecteerde Roots Manuva doet er nog een schepje swingende ragga bovenop: old school, new school, wie kan het wat schelen, Coldcut brengt de "True Skool" en op geen enkele Domino-avond klonk het applaus om een bisnummer zo gemeend.

En welk nummer is daarvoor beter geschikt dan het legendarische "Paid In Full", melancholisch knipogend naar de tijd dat rappers nog fluo vestjes en een wekker om hun nek droegen. Met het rockende "Everything Is Under Control" wordt nog eens het onderste uit de kan gehaald. U applaudisseert als bezetenen, More en Black lachen tevreden, missie geslaagd. Coldcut teerde een (heel klein) beetje op zijn reputatie maar maakte vooral dankzij beresterke liveversies van de songs van Sound Mirrors met succes de sprong naar 2006.

Het Belgisch-Duitse Dictaphone krijgt de twijfelachtige eer na Coldcut de avond af te mogen sluiten in de Club. Het gros van het publiek staat dan echter al op de Anspachlaan na te genieten van de uitstekende hoofdact. Een spijtige zaak, want het beperkte groepje onvermoeibaren in de kleine zaal, hoort immers aanstekelijke click’n’cut-electronica van Oliver Doerell, gedrenkt in de nu eens melancholische, dan weer feeërieke sax- en klarinetmelodieën van Roger Döring. Omdat wij ook maar mensen zijn met een beperkt uithoudingsvermogen, is het moeilijk om ten volle geconcentreerd te blijven, maar dat zal ons niet beletten om morgenochtend nieuwsgierig de plaat van dit originele tweetal op te leggen.

DE FOTO’S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 4 =