Calexico :: Garden Ruin

"If they move, kill ’em" luidt de openingszin in Sam Peckinpahs klassieker The Wild Bunch, waarna een in bloed gedrenkte Western rond enkele desperado’s zich ontplooit. Calexico riep vooral op The Black Light en Hot Rail een sfeer op die aan Peckinpahs Westerns denken doet.

John Convertino en Joey Burns waren al enige tijd actief bij Howe Gelbs Giant Sand toen ze met Calexico hun eigen groep oprichtten en in 1996 Spoke uitbrachten. Vier jaar later zou hun derde album Hot Rail een bescheiden doorbraak betekenen. De noir-sfeer van Black Light werd opgesmukt met een mariachi-touch, en Buscemi’s remix van "Crystal Frontier" leverde de groep een bescheiden hit op.

Feast Of Wire injecteerde niet alleen voorzichtig electronica en jazz in de ondertussen gekende "Calexico-sound" maar zou, zo blijkt nu, ook een tijdperk voor Calexico afsluiten. John Convertino bracht intussen het soloalbum Ragland uit, terwijl de band met verschillende andere groepen samenwerkte. De meest bekend geworden samenwerking is ongetwijfeld die met Iron & Wine die culmineerde in de e.p. In The Reins.

Garden Ruin draagt duidelijk de sporen van een groep die geëvolueerd is. De mythische texmex-verhalen hebben baan geruimd voor de realiteit, en de stem treedt meer dan ooit op de voorgrond. Niet alleen is er geen enkel instrumentaal nummer op het album te horen, ook de blazers en strijkers verschuilen zich meer op de achtergrond. Het geeft aan Garden Ruin een geheel nieuwe sound die zich zeker tijdens de eerste luisterbeurten moeilijk laat kennen.

De vooruitgeschoven single "Cruel" klinkt nog vaagweg bekend, al is de thematiek atypisch: milieuvervuiling. De zachte ballade "Yours And Mine" neemt de zo gekende texmex-feel niet over maar blijft rustig meanderen, de invloed van In The Reins is overduidelijk. Ook "Bisbee Blue" laat zich nergens verleiden tot een sprint, de song roept door zijn structuur zelfs herinneringen op aan Tom Petty. Het is even wennen.

In "Panic Open String" laat het nieuwe Calexcio zich misschien nog het duidelijkste horen. Het glockenspiel, de strijkers en keyboards zijn nog wel aanwezig op de achtergrond maar het is de stem die deze song bepaalt. Eindelijk mag er opnieuw gerockt worden: "Letter To Bowie Knife" barst onmiddellijk los terwijl Burns zijn gal mag spuwen over het hypocriete Christelijke fundamentalisme.

Door zijn Mexicaanse inslag waarbij de blazers voor de eerste keer nog eens mogen schitteren, mag het niet verbazen dat "Roka (Danza De la Muerte)" nog het meeste aansluit bij het oude Calexico. Toch behandelt ook deze song een heikel thema: Mexicanen die de grens met Amerika illegaal over trachten te steken op zoek naar een beter leven. "Lucky Dime" contrasteert doelbewust door een poppy jazzsound onder de song te schuiven.

"Smash" mag dan een oudje zijn (uit 1995), het houdt zich dankzij Burns’ zachte stem en een zacht instrumentarium mooi staande tussen de nieuwere nummers. "Deep Down" beheerst zich, ondanks een onderhuids broeiende sfeer waardoor de ingehouden emoties nog duidelijker tot uiting komen. Het Franse "Nom De Plume" laat enkele Fransozen een geslaagde poging ondernemen tot een countrychanson. "All Systems Red" sluit het album af: een akoestische song die ongemerkt uitmondt in dreigende noise-uithalen.

Garden Ruin is Calexico pur sang, zelfs al klinkt het album bij de eerste luisterbeurten verwarrend en anders. Met Feast Of Wire lijkt de groep een hoofdstuk te hebben afgesloten, meer dan de sfeer staat nu immers de song centraal. De tandem Burns-Convertino weet evenwel nog steeds te boeien, mede dankzij de inbreng die de andere muzikanten ditmaal hadden. Garden Ruin vraagt tijd, maar wie geduld heeft ontdekt opnieuw een prachtalbum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 5 =