Danko Jones :: Sleep Is The Enemy

Er lopen tegenwoordig zoveel rock-’n-rollclowns rond dat wij er zo stilletjes aan een aparte categorie voor kunnen reserveren. De bekendste is wellicht Danko Jones, die na zijn jarenlange trouwe dienst als komische openingsstunt van de grote festivals eindelijk nog eens een plaat heeft uitgebracht.

Met al de intelligente rock-’n-roll die er tegenwoordig wordt gemaakt, hebben wij het er moeilijk mee Danko Jones zomaar onder dit genre te klasseren. Zo zijn er tegenwoordig groepen in overvloed die het maken van goede rock-’n-roll niet als een grap of als een op voorhand verloren strijd zien, en die er zelfs in slagen relevante rock-’n-roll te vervaardigen. Het zijn groepen die recht tegenover Danko Jones staan, die er werkelijk geen benul van heeft wat het betekent subtiele muziek te maken en waarschijnlijk zelfs niet eens de ambitie koestert het ooit te weten te komen.

Als wij zelf een label op Danko Jones mochten plakken, dan zouden wij resoluut voor de term monstertruckpunk gaan. De muziek klinkt enerzijds te hobbelig om voor gestroomlijnde rock-’n-roll door te gaan, anderzijds klinkt ze toch ook te simpel om onder één noemer met punkoverstijgende rock-’n-rollbands te worden geplaatst.

Het idee achter de muziek van Danko Jones is nochtans heel simpel: Jones slaagt erin veel lawaai te maken, weet dat live in combinatie met zijn grappen en grollen zeer handig te verkopen, maar overtuigt daar op plaat belachelijk weinig mee. En dat is na Born A Lion en We Sweat Blood zelfs al eventjes geen nieuws meer. Het enige dat écht veranderd is, is dat Jones zijn brood ondertussen goed verdient aan de grote festivals, waar hij het publiek ’s morgens wakker mag komen brullen. Het is daar dat zijn muziek het beste scoort: bij een publiek dat nog maar half wakker is, nog een kater heeft van de dag ervoor en niet goed weet wat er gaande is wanneer het op het hoofdpodium een halve gek opmerkt, die zichzelf zo vroeg in de ochtend klappen in het eigen gezicht staat te verkopen.

Wie niet van humor in de muziek houdt, mijdt ook best de platen van Danko Jones. Niet omdat de platen nooit rocken, maar wel omdat Jones het zelfs op plaat nodig vindt een tipje van de sluier van zijn livereputatie op te lichten. Zo mag je er zeker van zijn dat een song als "Don’t Fall In Love" met het oog op de optredens is gemaakt: het koor op de achtergrond zingt "Everybody Wants To Fall In Love", waarop Jones zeer stereotiep met "Not Me!!!" repliceert. Er is echt niet veel verbeeldingskracht voor nodig om je in te beelden hoe Jones zo’n song live ten berde zou brengen. Songs als "First Date" en "Invisible" tappen uit hetzelfde vaatje, maar uiteindelijk bevat iedere plaat van Danko Jones wel een paar van die draken.

Paradoxaal genoeg is het net die aanpak die ervoor zorgt dat de ogenschijnlijk lichte platen van Danko Jones uiteindelijk net zulke vermoeiende en oervervelende afknappers worden: Jones laat werkelijk niets aan de verbeelding over en zijn platen klinken na tien keer luisteren bijgevolg nog altijd precies hetzelfde als na die eerste luisterbeurt. Wat er dan nog overblijft? Hopelijk nog eens een leuk optreden van Danko Jones op een moment van de dag waarop het verstand het eventjes toelaat. Voor zijn platen hoeft u uw zetel alvast niet uit te komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 14 =