Danko Jones :: “Waarom zou ik als volwassene nog aan de ratrace willen deelnemen?”

Danko Jones, hij rockt met zijn gelijknamige band het vuur uit zijn sloffen. Al 16 jaar lang vuurt The Mango Kid samen met bloedbroeder en bassist John Calabrese — de kakelverse drummer Atom Willard (ex-Rocket From The Crypt) vervoegde pas vorig jaar de rangen — aanstekelijke harde rock op de nietsvermoedende wereld af en dat is niet anders op de nieuwe schijf, Rock and Roll Is Black And Blue. De Canadese frontman-gitarist is daarenboven een innemende praatgraag die fluks enola te woord stond.

enola: Voel je vrij me terecht te wijzen maar de nieuwe plaat is muzikaal een vervolg op Below The Belt: opwindend, krachtig en catchy.
Danko Jones: “We wilden niet te ver afdrijven van onze vorige albums, die toch allen in de lijn van We Sweat Blood (uit 2003, jc) liggen. Eigenlijk wilde ik Below The Belt Part Two maken. Of we daarin geslaagd zijn, is aan anderen om te beslissen. Een nieuw nummer als “Wear Me Down” was voor ons meer een oefening om na te gaan of we capabel waren iets à la Led Zeppelin te maken. Man, we speelden vroeger garagerocknummers die met hun voeten in de blues stonden en dat ergens in de kelderverdieping van een gebouw dat nu al gesloopt werd. Van 1996 tot nu, 2012, zijn we onderweg een echte band geworden met songs die blijven rocken als de neten.”

enola: Ik vind dat er toch inhoudelijk wat veranderd is. Below The Belt was een seksplaat met jou in de rol van zelfzekere hartenbreker, libertijn, fuifbeest en verleider. Op de nieuwe plaat, in nummers als “I Believed In God” of “Legs” heb je ook bewondering en ontzag voor de vrouw.

Jones: (lacht) “You’re reading more into it than I do. “Legs” blijft wel een erg seksueel getinte song. Maar ja, in een nummer als “I Believed In God”, daarin koester je gevoelens voor iemand, maar die zijn helaas niet wederzijds. En dan ga je God vervloeken. God is hier het Kwaad. christelijke nummers schrijven gaat mij niet af, maar ik kon me vinden met dat gospelkoortje in die song zolang de lyrics maar blasfemisch waren. Met georganiseerde religies en pauzen heb ik het echt moeilijk.”

enola: Maar het bestaat niet dat Danko Jones ooit over bijvoorbeeld inhalige bankiers of achterlijke pilaarbijters gaat schrijven? Je zei zelf ooit: “We’re not U2, we’re not trying to save the world.”
Jones: “Neen, wij zingen over basisemoties zoals wraak, liefde, lust en … that’s a safe bet … want bij eenieder van ons gieren die emoties dagdagelijks door het lijf. Sociaalbewuste songschrijverij polariseert mensen. Kijk, ik heb zopas nog een tweet de wereld ingestuurd: “Free Pussy Riot.” En ik kreeg reacties terug in de zin van: “Die meiden hebben wel op de samenleving gespuugd”, “Ze horen in de nor te zitten”. Tot zover mijn sociaal bewustzijn maar ik wil die band ook steunen want het zijn muzikanten in een punkband. Het is onzin dat die vrouwen daarvoor in de gevangenis zouden belanden (enkele bandleden werden door een Russische rechtbank tot twee jaar strafkamp veroordeeld, jc), zoals nu ook met Randy Blythe van Lamb Of God is gebeurd (https://www.enola.be/muziek/nieuws/19769:lamb-of-god-frontman-in-de-cel). Zoiets zou mij als frontman volgende week ook kunnen overkomen. Ik zou ook wel eens een opdringerige dronkenlap van het podium kunnen duwen waarop die per ongeluk op een mes valt, dat is echt angstwekkend. Of de vijand nu een platenmaatschappij is, een manager of God, ik sta altijd achter de band. In de Pussy Riot-zaak werd enkel het ego van sommigen gekwetst.”

enola: Ik geloof dat Richard Dawkins, een strijdbaar atheïst zoals Sam Harris en Christopher Hitchens ooit zei: “Blasphemy is a victimless crime”.
Jones: (lacht) “Ja, Hitchens, die is onlangs gestorven, hij is de enige die nu het antwoord kent.”

enola: Iemand als jij moet een pesthekel hebben aan de dagelijkse ratrace.
Jones: “Zeker weten, ik zag hoe mijn ouders er zich moesten door spartelen en toen ik naar school ging, zat ik anderhalf uur op de bus en in een metrostel, de gezichten van al die loonslaven observerend. Ik luisterde toen vier keer per dag naar Reign In Blood van Slayer, simpelweg mijn favoriete album. Ik heb dat acht jaar lang gedaan, dat soort ratrace, nog voor ik oud genoeg was om er zelf aan deel te kunnen nemen. Waarom zou ik er dan verdomme nog als volwassene willen in zitten?”

enola: Waarom zijn jullie zo populair in Europa en moeten jullie strijden voor een plaatsje in de States? Noord-Amerikanen behandelen muziek als behangpapier, liet je ooit optekenen.
Jones: “Ze behandelen muziek als Ikea-meubelen, alles moet er op zijn plek staan. “Ik heb een zwak voor Arcade Fire, dus kan ik niet van Amon Amarth houden”, dat soort houding hebben velen daar. Of: Modest Mouse en Airborne, dat gaat niet samen. Het is typisch compartimentdenken. Als het voor mij goed klinkt, dan kan het me geen fluit schelen hoe de band eruit ziet of welk genre ze spelen. Zo hou ik van de muziek van Boys Noize en The Bloody Beetroots en ik weet niet eens hoe je hun genre noemt. Simian Mobile Disco, Justice, of de Nite Versions van Soulwax, machtige muziek. Ik moet en wil als rocker niet de drang weerstaan om Skrillex goed te vinden. Fugazi, Drunk Horse, Public Enemy of Frank Sinatra, laat maar komen.”

enola: Stel eens je ultieme metalband, een soort dreamteam binnen de metal, samen.
Jones: “Als zanger Slayer-frontman Tom Araya natuurlijk, die heeft the voice of hell. Op bas Cliff Burton, maar tja, die is er niet meer, dus misschien Nick Oliveri, die trouwens ook een prachtstem heeft, of Scott Reeder van Kyuss. Michael Amott van Arch Enemy op gitaar. Laat dan maar Tommy Lee achter de drums plaatsnemen. Of Dave Grohl.”

enola: Waar komt on stage jouw Henry Rollins-achtige energie vandaan?
Jones: “Simpel: die hunkering om op dat podium te kruipen. Een psychologisch profiel uit mijn kindertijd zou een verklaring kunnen bieden maar dan zitten we hier nog enkele uren vast. Ik sloof me de ganse dag uit en het enige pauzemoment voor me is on stage. Als ik van het podium stap, zet de sleur weer in, en dan tel ik af: “Nog 23 uur en dan is het weer showtime.”

enola: Je bent ook een humoristische man en je dient zelfs op het podium hecklers gevat van wederwoord. In de bio stond dat je van het heerlijke Curb Your Enthusiasm houdt. Nog andere inspiratiebronnen?
Jones: “Ontelbaar veel comedians. Zoveel namen, maar nu moet ik me even het hoofd breken. Kijk, iedereen houdt van Bill Hicks, maar ja, iedereen houdt ook van Led Zeppelin. Steve Martin was voor mij heel invloedrijk. En wat Curb Your Enthusiasm betreft, echt iedereen zegt me dat ik off stage zoals Larry David ben: ik doe zoals hij mijn zegje over de stomste pietluttigheden, ik breng in restaurants anderen in verlegenheid, ik zie scenes waarbij ik denk: “Wow, ik zou in die situatie op krek dezelfde manier reageren”. Als ik Curb zie, zie ik mezelf.”

enola: Je bent ook een Mötley Crüe-fan en je hebt dus ongetwijfeld hun biografie The Dirt, geschreven door vrouwenverleider Neil Strauss, gelezen. Hoe sex, drugs and rock ‘n roll is Danko Jones?
Jones: “Mijn drugsjaren liggen nu al héééél ver achter me. Op school heb ik veel geëxperimenteerd en ik moet toegeven: I had a good time. Het was een fase in mijn leven zoals sommige mensen een poosje aan swingdansen doen. De dingen die ik nu doe, kan ik onmogelijk stoned doen. Drank heb ik nooit gelust. Ik veroordeel niemand maar ik wil persoonlijk geen drama’s meer in mijn leven. Als iemand ruzie met mij zoekt, kies ik het hazenpad. Maar rock, fuck yeah … daarmee sta ik op en daarmee ga ik slapen.”

enola: Je biografie Too Much Trouble verscheen onlangs en je schrijft ook columns. Waar komt je liefde voor literatuur vandaan? Las je graag als kind?
Jones: “Mijn biografie werd door Stuart Berman geschreven, niet door mij. En neen, ik was geen gulzige lezer als kind en de laatste jaren was het hels touren en werken geblazen. Ik heb zelfs geen tijd meer om films te zien of videogames te spelen. Series met episodes van 20 minuten lukken me wel nog. Die columns zijn voortgesproten uit de spoken word shows waarop Götz .. euh … Honey … euh … Honeymoon … euh … mann (struikelt even over de naam Götz Kühnemund, jc) anyway, de eindredacteur van het Duitse Rock Hard me aanbood een column te schrijven. Ik dacht echt niet dat ik de ballen had om iets te schrijven maar zeven jaar lang schrijf ik nu al voor diverse rocktijdschriften. Ik beschrijf wat me boeit en waarover ik iets afweet, en ik stap daarbij niet al te ver uit mijn comfort zone.”

enola: Op de dvd Bring On The Mountain zei je: “I honestly don’t believe to this day we’re a successful band. I walk on stage every night, I do every tour thinking that I don’t know if this is just gonna fall apart.’ Is een gebrek aan zelfzekerheid een typische karaktertrek van artiesten?
Jones: “Ik kan enkel voor mezelf spreken maar … you’re only as good as your last show. Een andere manier van denken zou heel arrogant zijn. En daar vloeit ook die honger naar optreden uit voort. Na elk optreden begin ik weer met een schone lei, het is opnieuw 1996 en ik zet mijn maagdelijke, eerste stapjes op het podium. Ik weet niet of het die avond iets zal worden dus ben ik hongerig. Je moet je telkens weer bewijzen, every fucking night, en dat is precies de betekenis van het citaat.”

enola: Acht jaar geleden bracht je het spoken word album The Magical World Of Rock uit, begin augustus deed je op Wacken twee spoken word shows. Daar gaf je een college van een uur over KISS. In vele middens moet een mens discreet zijn over zijn liefde voor KISS en ik aarzel zelf soms om er onder vrienden en collega’s over te beginnen. Kan je eens in een vijftal zinnen samenvatten waarom KISS meer dan de moeite is?

Jones: “Hun muziek is prachtig en ze staan voor een samensmelting van stripverhalen en rock. Het KISS-oeuvre leeft en ademt, is zo immens en overspant decennia. Ik daag iedereen uit om aan te tonen wat ze muzikaal in de laatste veertig jaar gedaan hebben dat aan de enkels van KISS komt. Ja, The Rolling Stones, Neil Young, Bob Dylan, Tom Petty, Tom Waits, Bruce Springsteen, we spreken over artiesten van dat niveau. Ik wil die naïviteit van een zesjarig kind bewaren en ze mogen dan niet in de mode of cool zijn, dat soort etiketten komt enkel van lui die onzeker over hun muzieksmaak zijn.”

enola: Hoe kies je je gasten voor je podcasts?
Jones: “Ik moet echt een reusachtige fan zijn van de artiest of ik moet hem kennen. Ik wil geen podcast maken die een interview is, het moeten gewoon twee gasten zijn die keuvelen. Henry Rollins kent het klappen van de zweep maar was, toen ik hem ergens op een luchthaven ontmoette, gehaast en had niet veel zin om op mijn uitnodiging in te gaan tot het moment dat we over muziek en platencollecties begonnen te praten: Henry’s gezicht klaarde op en hij werd hartelijk. Qua platen verzamelen geeft die kerel iedereen het nakijken. Met Mikael Åkerfeldt van Opeth ben ik al jarenlang bevriend en ik hou van zijn muziek. Dat was grappen en grollen en tegen elkaar opsnijden toen de micro’s openstonden.”

enola: De video’s voor “Full Of Regret”, “Had Enough” en “I Think Bad Thoughts” van de vorige plaat waren een ode aan The Big Lebowski met gastrolletjes van Elijah Wood, Selma Blair, Lemmy, Ralph Macchio en anderen. Zitten er nog dergelijke clips aan te komen?
Jones: “We zijn bezig met onze eerste clip (voor “Just A Beautiful Day”, jc) maar we willen niet als de-band-die-filmsterren-in-zijn-clips-kan-krijgen eindigen. We werken aan een video voor de nieuwe single, wederom in samenwerking met The Diamond Brothers en we zien wel wat het wordt.”

enola: Zonder pornosterren als Riley Steele, die de albumcover van Below The Belt sierde?
Jones: “Ik ben een fan van haar werk en ik heb toen de suggestie opgeworpen haar te vragen voor die cover. Heel vriendelijke dame, we mailen elkaar af en toe nog eens.”

enola: Snelle vraag: wat is de beste riff aller tijden?
Jones: Een makkie: “Highway To Hell”.”

enola: Hartelijke dank!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × drie =