Ral Partha Vogelbacher :: Shrill Falcons

Ral Partha Vogelbacher beweert op haar "MySpace"-profiel een 102 jaar oude vrouw te zijn die in San Francisco woont en als naamgenoot Pierre Vogelbacher heeft. In het verleden releaste zij The More Nice Fey Elven Gnomes Are Hiding In My Toilet Again en Kite Versus Obelisk. Met Shrill Falcons is Vogelbachers echte identiteit al lang geen geheim meer.

Toen Chadwick Bidwell het eenmansproject Ral Partha Vogelbacher oprichtte, nam hij de naam van het Dungeons & Dragons-gelieerde bedrijf Ral Partha en voegde daar de achternaam van zijn vroegere plaaggeest Pierre Vogelbacher aan toe. Het in eigen beheer uitgebrachte album kwam ook onder de aandacht van Monotreme records waarna Bidwell samen met een rits muzikanten en labelgenoten Thee More Shallows een nieuw album opnam.

Bidwell stond nog steeds in voor alle songs, waardoor ook op Kite Versus Obelisk persoonlijke bespiegelingen, historische verwijzingen en tragikomische (fantasy)personages elkaar in de songs voor de voeten lopen. Muzikaal schipperde het album tussen zachte singer-songwriterescapades en overstuurde gitaarrock. Voor het nieuwe album beperkte hij zich echter tot de teksten, vaak geïnspireerd door het overlijden van zijn vader, en werd vrijwel alle muziek door Dee Kessler van Thee More Shallows geschreven.

"Three Gorges" is rammelrock pur sang: krakende gitaren en dromerige keyboardklanken met Bidwells klagerige zang vinden elkaar eindelijk. Ook "Messy Artist" slaat de juiste toon aan door een drukke drum samen te laten vallen met een harde gitaartwang en tegenpruttelende keyboards, al krijgen de refreinen een gezwind ritme mee. Grandaddy op steroïden, want Bidwells stem haalt nergens de klagerige toon van Jason Lytle.

"Gelbacher" lijkt geput te zijn uit een van de vele soundtracks die gecomponeerd werden voor een apocalyptische sci-fi-film waar de jaren zeventig en tachtig rijk aan waren. Keyboards ademen doom en gloom uit terwijl de gitaren volop voor een bedreigende distortion kiezen. "Birthday In Bejing" klinkt na dit alles dan ook verrassend lichtvoetig, de invloed van Thee More Shallows is nergens zo duidelijk als op dit nummer.

Op "New Happy Fawn" komt het eerste echt zachte nummer: Bidwell slaat nauwelijks zijn gitaar aan terwijl hij zijn teksten eerder mompelt dan zingt, het venijn zit evenwel in de staart wanneer de song plots toch nog ontploft. De electropastiche van "Garden Assault" is daarna een welkome afwisseling waarbij Bidwell zijn gevoel voor tragikomedie volop kan uitleven: "Now I Love To Fuck Hot Chicks And All My Buddies Have Big Dicks."

"After The Wake" is een slepende song geworden waarin zware gitaaruithalen de strijd aangaan met weemoedige vioolpartijen terwijl de drums hun beukende werk voortzetten. Na zoveel onheil is het vrolijke "Silver Mines" een aangename verpozing: opgewonden ontspoort de song tot een indierockanthem voor de zoveelste slackergeneratie. "CDB National Park" sluit aan bij "Silver Mines" en "Messy Artist" door opnieuw als een afgetrainde en norse Grandaddy te klinken: de keyboards klinken even plompverloren maar het is een norse Bidwell die de lakens uitdeelt in deze afgemeten song.

Metalgitaren mogen soloslim kreunen in het slepende "Lonely Dreadnought" opdat "Swimming With The Sturgeon" zich zacht voortslepen mag, gedragen door niet veel meer dan een zacht aangeslagen piano, al durft een scheurende gitaar spelbreker te spelen door nu en dan doorheen de song te schemeren. Bidwell laat het niet aan zijn hart komen en mompelt onverstoorbaar verder.

Met Shrill Falcons heeft Ral Partha Vogelbacher een eerste voldragen album uitgebracht. Bidwell slaagde er op beide vorige albums te weinig in om een album lang te boeien, mede doordat de humor ook in de muziek te vaak doorschemerde om blijvend te beklemmen. Dat Shrill Falcons een Thee More Shallows-stempel draagt, mag niet storen want Bidwell weet de songs wel degelijk zijn signatuur mee te geven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + vijf =