Elizabethtown




Wat moet het toch heerlijk zijn om Cameron Crowe te heten. Niet
omdat hij zwemt in het geld (zoals ik onlangs nog aan de piloot van
m’n privé-jet vertelde), en ook niet omdat hij Tom Cruise
persoonlijk kent (zoals ik onlangs in bed nog tegen Nicole zei).
Maar wel omdat uit al zijn films een ongebreideld optimisme
spreekt, een geloof in de mensheid en de liefde dat maar al te
makkelijk sentimenteel of kleverig zou kunnen worden, als het niet
zo verdomd oprecht aanvoelde. Crowe maakt in feite al z’n hele
carrière lang chick flicks voor mannen: romantische feel
good-movies waarin, zoals in àlle romantische feel good-movies,
tegenslagen worden overwonnen, trauma’s worden verwerkt en
fotogenieke koppeltjes elkaar in de armen vallen. Maar hij maakt
die dan wel op zo’n manier dat mannen zich niet onder dreiging van
verregaand fysiek geweld moeten laten meesleuren door hun
vriendinnen. Het is een talent. ‘Elizabethtown’, Crowe’s meest
recente, hoort dan wel niet tot de meesterwerkjes van de regisseur
(die plaatsen worden ingenomen door ‘Say Anything’ en vooral
‘Almost Famous’), maar het blijft
een immens sympathiek filmpje. Een romantisch flutfilmpje, ja, oké,
maar dan wel één met panache.

Orlando Bloom laat de historische epossen even voor wat ze zijn en
speelt Drew Baylor, een ontwerper van sportschoenen die voor de
grootste crisisperiode van z’n leven staat. Zijn laatste ontwerp is
een fenomenale flop geworden die zijn bedrijf bijna een miljard
dollar zal kosten, zijn vriendin laat niets meer van zich horen en
alsof dat allemaal nog niet genoeg is, krijgt hij het bericht dat
zijn vader is overleden. Zwaar gedeprimeerd (hoe zou u zelf zijn)
kruipt Drew op een vliegtuig richting Elizabethtown in Louisiana,
waar hij de begrafenis in orde moet brengen. Onderweg maakt hij
echter kennis met stewardess Claire (Kirsten Dunst), en laat dat nu
toevallig net de persoon zijn die hij nodig heeft om weer een
vrolijk Orlando Bloompje te worden.

Voor het verhaal hoeft u het dus niet echt te doen. Het éne
belangrijke bezwaar dat tegen de film valt in te brengen, is juist
dat die plot nauwelijks genoeg is om twee uur lang een duidelijke
richting aan de film te geven. ‘Elizabethtown’ heeft niet zozeer
een uitgewerkte plot, als wel een basisidee waar dan twee uur lang
op wordt voortgeborduurd. Als je alle scènes uit deze film zou
verwijderen die je niet echt nodig hebt om het verhaal te
vertellen, dan zou je waarschijnlijk (zonder overdrijven) met
ongeveer dertig minuten materiaal overblijven. Natuurlijk hoor je
dat niet te doen, en natuurlijk wordt elke film in hoge mate
bepaald door de overtollige scènes, de momentjes die eigenlijk niet
echt noodzakelijk zijn, maar gewoon leuk zijn om te hebben. Maar
dertig minuten op 120? Dat is weinig hoor, mensen. Heel vaak krijg
je de indruk dat Crowe gewoon scènes blijft inlassen omdat hij ze
op zichzelf zo leuk vindt, niet omdat ze iets zouden bijdragen aan
de structuur van de prent. Dat màg wel, en een aantal van die
scènes zijn ook erg leuk, maar je moet ergens maat weten te houden.
Als je halverwege ‘Elizabethtown’ even een wandelingetje gaat maken
en je komt twintig minuten later terug, zul je nog steeds perfect
kunnen volgen. De rest van het publiek heeft zich in de tussentijd
niet verveeld, daar niet van, maar dat is sowieso geen kenmerk van
een goed opgebouwde film.

Dat terzijde genomen, is en blijft Cameron Crowe de meester van Het
Moment. En die hoofdletters horen daarbij: Het Moment waarop twee
mensen elkaar in de ogen kijken en met zekerheid weten dat zij het
zijn voor elkaar. Het Moment waarop iemand die aan het einde van
z’n Latijn is toch de kracht vindt om door te gaan en z’n leven te
accepteren zoals het is. Het Moment waarop je even een stap
achteruit zet en denkt: “Eigenlijk heb ik veel om dankbaar voor te
zijn.” Momenten, met andere woorden, waar ik normaal gezien voor
zou terugdeinzen zoals ik terugdeins voor een grollende Dobermann
met rabiës en herpes tegelijk, maar die Crowe toch steeds perfect
weet te verkopen. Denk maar aan de ‘Tiny Dancer’-scène in ‘Almost Famous’, of de “loop niet in het
glas”-scène uit ‘Say Anything’. In ‘Elizabethtown’ krijgen we twee
zo’n sequensen: één waarin Bloom en Dunst een hele nacht met elkaar
telefoneren over alles waar een mens zoal van wakker ligt (wie ben
ik, wat zijn mijn hopen en dromen, waar wil ik naartoe enzovoort).
Aan het einde van de nacht ontmoeten ze elkaar om naar de
zonsopgang te kijken en zichzelf mentaal voor te bereiden op de
onmenselijke telefoonrekening die ze zullen krijgen. De tweede
sequens bestaat eigenlijk integraal uit de laatste vijftien
minuten, waarin de film in extremis plots nog een andere richting
uitgaat en verandert in een road movie. Orlando Bloom neemt
de as van z’n vader onder de arm en volgt een door Kirsten Dunst
uitgestippelde route langs de mooiste plekjes van de VS. Onderweg
draait hij uiteraard een stapel cd’s met Cameron Crowe’s favoriete
nummers (elke film van Crowe is ook een beetje een jukebox). Het is
op die momenten dat ‘Elizabethtown’ de film wordt die hij de hele
tijd had kunnen zijn, als hij een sterker verhaal had gehad.

De acteurs helpen in ieder geval. Orlando Bloom heeft niet de
fysiek om een historisch epos à la ‘Kingdom of Heaven’ te dragen, maar zie,
steek hem in een eigentijdse film, en in een rol die min of meer op
zijn leeftijd is afgestemd, en dan valt het allemaal nog wel mee.
De meest veelzijdige acteur van zijn generatie zal hij wel nooit
worden, en het blijft gissen wat mensen met meer diepgang van deze
rol hadden kunnen maken (ik denk spontaan aan Tobey Maguire of Jake
Gyllenhaal). Maar goed, Bloom geeft tenminste eindelijk de indruk
dat hij zich comfortabel voelt in z’n rol, dat is al veel waard.
Kirsten Dunst, op haar beurt, loopt hier om niet nader te bepalen
reden rond als blondine (ze was mooi met haar rood haar,
goddomme!), maar ze speelt haar rol op een aangenaam luchtige
manier. In zekere zin is haar personage een variant op Penny Lane
uit ‘Almost Famous’, en de absoluut
onweerstaanbare charmes van Kate Hudson in die rol weet Dunst niét
te imiteren. Maar toch, de actrice mag hier dingen zeggen als:
‘I’m impossible to forget, but hard to remember,’ en je
gelooft haar.

‘Elizabethtown’ is superieure melo – het verhaal is dan wel wat
slapjes en de film schurkt de hele tijd tegen de grens van het plat
sentiment aan (dat is eigen aan het genre), maar de acteurs hebben
er zin in en Crowe is nog steeds in staat tot het creëren van zijn
Momenten. En hey, heel het leven bestaat uit Momenten, of niet
soms?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + veertien =