Stoned




De scenaristen van ‘Johnny English’ die een script pennen over het
leven van een Rolling Stone? Dat idee klinkt ongeveer even
plausibel als Jo Vally die gaat meezingen met de drie tenoren (niet
dat ik iets tegen Jo Vally heb, in tegendeel, love the dude,
maar hij blijft natuurlijk wel een amoebe). Het resultaat is er dan
ook naar. Regisseur Stephen Woolley probeert via het tragische
verhaal van Brian Jones een beeld te scheppen van de swinging
sixties, een tijdperk dat gedeeltelijk mee uitgevonden is door de
Stones. Het enige waar hij in slaagt is echter een onsamenhangend
en oninteressant verhaal te vertellen over een groot kind dat barst
van het zelfmedelijden. Als de term “gemiste kans” ergens van
toepassing is, dan is het wel op deze film.

Brian Jones (Leo Gregory), was gitarist en een stichtend lid van de
Rolling Stones, die aan het begin van de jaren zestig, net als z’n
maten Mick, Keith en Tony, volop profiteerde van z’n pasverworven
wereldfaam. Hij zoop, neukte en nam drugs alsof er geen morgen was,
en bracht zichzelf daarmee steeds dichter tegen het randje van de
afgrond. Terwijl zijn maats op de één of andere manier altijd in
staat waren om hun slechte gewoontes onder controle te houden,
zodat ze weer de studio in konden duiken, was Jones tegen het einde
van dat decennium nog maar een schim van z’n vroegere zelf. Hij
mocht niet mee op tournee door Amerika omdat hij veroordeeld was
wegens druggebruik, hij daagde nooit op voor opnamesessies en
verliet zelden zijn huis. In juni 1969 kondigde hij aan dat hij uit
de Stones stapte “omdat hij zich niet langer kon vinden in de
muzikale richting die de groep uitging”. De waarheid was dat de
anderen hem hadden buitengesmeten. Op 3 juli van dat jaar werd hij
dood aangetroffen in zijn zwembad. Uiteraard kwam de geruchtenmolen
meteen op gang: hij zou een overdosis hebben genomen en daardoor
niet meer hebben kunnen zwemmen, hij zou overvallen zijn door een
astma-aanval, zelfs moord behoorde tot de mogelijkheden. Hoewel een
tekst aan het einde van deze film een air van autoriteit probeert
te geven aan de versie van de feiten die hier wordt afgebeeld,
bestaat er nog steeds onenigheid over de ware toedracht van Jones’
dood.

Dat alles had de aanleiding kunnen geven tot een fantastische film
– zeg nu zelf, een sappiger verhaal kun je je niet wensen. Maar dan
had er op z’n minst iemand op de set moeten rondlopen die weet hoe
je een verhaal structureert. Stephen Woolley, die voordien
voornamelijk actief was als producer, weet dat in ieder geval niet.
Al evenmin als zijn scenaristen Neal Purvis en Robert Wade.
Schijnbaar omdat ze bang zijn om in de voorspelbare val van de
saaie biopic te trappen, besluiten de heren immers om met de
chronologie van hun film te beginnen spelen. De prent opent met een
scène in 1963, wanneer de Stones één van hun eerste grote optredens
geven, om vervolgens te beginnen aan de hoofdlijn van het verhaal –
Jones’ laatste maanden in 1969. Maar we bevinden ons letterlijk nog
geen twee minuten in die tijdlijn, of we krijgen alweer een
flash-back naar de jaren vijftig, om te zien hoe Jones als jonge
knaap al de neiging had om veel te jonge meisjes – zelfs uit zijn
eigen familie – zijn sponde in te lokken. En zo gaat dat door:
‘Stoned’ is een opeenstapeling van flash-backs, flash-forwards,
montages en zelfs flash-backs binnen de flash-backs. We
krijgen zelden of nooit twee scènes achter elkaar te zien die zich
in hetzelfde jaartal afspelen. Het gevolg daarvan is dat Woolley’s
film inderdaad geen doorsnee biopic is geworden, waarvan akte. Maar
ook dat het voor de kijker op den duur behoorlijk irritant wordt om
naar dat heen-en-weer gezap te moeten kijken. Telkens wanneer je
dreigt te gaan meeleven met de personages, of enig inzicht te
krijgen in hun situaties, voert de regisseur je weer mee naar een
ander tijdvak, zodat het momentum van de film verloren gaat. Een
flash-back structuur – zelfs een complexe, waarin de flash-backs
niet chronologisch gerangschikt zijn – kàn werken. Getuige daarvan
een aantal films van Atom Egoyan. Maar het vergt veel talent om
zoiets in elkaar te steken zonder dat je je publiek verliest in een
narratieve chaos. Het soort talent dat Woolley en z’n scenaristen
niet hebben.

Ook als je die rommelige structuur even achterwege laat, blijft
‘Stoned’ een weinig verhelderende film. Waarom was Brian Jones de
onverbeterlijke junkie die hij was? We krijgen de vage indruk dat
hij een man is met bijzonder weinig eigenwaarde, die constant
behoefte heeft aan emotionele (en seksuele) bevestiging – een groot
kind, enfin. Maar waarom? Woolley lijkt niet eens naar antwoorden
te zoeken, maar toont ons gewoon zijn gedrag op zich, wat dan maar
voldoende moet zijn. In de praktijk komt dat er dus op neer dat we
Brian Jones zien rampetampen met alles wat beweegt (waaronder
stoeipartijen met zweepjes, voor de kinky bastards onder
ons), en vooral heel veel drugs zien slikken. Erg verhelderend is
dat niet. Zelfs Jones’ werk bij de Rolling Stones komt nauwelijks
aan bod. De andere leden van de band zijn schaduwfiguren die in
twee of drie scènes heel even opduiken om vervolgens weer spoorloos
te verdwijnen, en ook de muziek van de band is veelal afwezig. De
verklaring voor dat laatste is niet zo moeilijk te vinden: dit is
een low budget film en de liedjes van de Stones kosten immens veel
geld om te mogen gebruiken. Fair enough, maar zo krijg je
wel een film over een Rolling Stone zonder dat er enige voelbare
aanwezigheid is van de Stones zelf.

Visueel probeert Woolley, met wisselend succes, om terug te keren
naar het tijdperk zelf. Net als in de experimentele films van die
tijd, maakt de regisseur regelmatig gebruik van 16
millimetercamera’s en voegt hij op tijd en stond een psychedelisch
gemonteerde LSD-sequens toe. Scènes die zich nog vroeger afspelen,
in de jaren vijftig, werden dan weer in zwart-wit gefilmd. Wat dat
betreft is er dus wel een evolutie zichtbaar: hoe verder in de tijd
we gaan, hoe meer up to date de film er uitziet, van
zwart-wit naar 16 mm kleur, naar gewone 35 mm voor de scènes in
’69. Dat is aardig gedaan, maar ook hier kan Woolley af en toe niet
weerstaan aan de clichés van het genre. Als je de LSD-trip van je
hoofdpersonage monteert op het liedje ‘White Rabbit’ van Jefferson
Airplane, dan wordt het hoog tijd dat je nieuwe inspiratie
opdoet.

‘Stoned’ neemt een boeiend uitgangspunt en wurgt dat vervolgens met
veel te veel ingewikkeld gedoe en veel te weinig inzicht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =