Oliver Twist




Roman Polanski heeft een nieuwe film uit, en zoals steeds ontpopt
elke criticus ter wereld zichzelf ogenblikkelijk tot
psychoanalyticus. Polanski groeide als kind immers op in het door
WO II verscheurde Warschau – zijn moeder stierf in een
concentratiekamp en de kleine Roman moest het dan maar op z’n
eentje zien te redden. Zowat elke film die de man ooit gemaakt
heeft, werd wel geïnterpreteerd als een “poging van Polanski om af
te rekenen met die periode uit zijn leven”, hoewel hij dat zelf
constant ontkende. Of hij nu zin had of niet, hij moest en zou z’n
demonen verdrijven met elke meter pellicule die hij draaide. Soms
waren dergelijke theorieën geloofwaardig – als je zoiets hebt
meegemaakt, en je maakt vervolgens ‘The Pianist’, dan moet je ‘t niet
al te ver gaan zoeken om de parallellen te zien – maar heel vaak
getuigden ze eerder van wishful thinking. Zoals ook hier:
‘Oliver Twist’ bevat dan wel hongerige kindjes die met een fijn
stemmetje om wat meer eten vragen en straatboefjes die moeten
stelen voor de kost, maar die elementen behoren in de eerste plaats
toe aan Charles Dickens, niet aan Polanski. De regisseur heeft hier
een klassieke, goed gestructureerde en prachtig gefotografeerde
versie van het boek gemaakt, die in ieder geval voldoende zou
moeten zijn om een nieuwe generatie in contact te brengen met een
verhaal dat al meer dan 100 jaar meegaat. Dat simpele feit is
belangrijker dan de biografische gegevens die sommigen er steeds
willen bijsleuren.

Het verhaal draait nog steeds rond Oliver Twist (Barney Clark),
een weesjongen die in het armenhuis opgroeit, waar hij haast
verkommert van de honger en heelder dagen touw uit mag pluizen
“voor het vaderland”. Nadat hij wordt uitbesteed aan een griezelige
begrafenisondernemer zet Oliver het op een lopen, richting Londen.
De jongen maakt een lijdensweg mee over meer dan 100 kilometer
rotsige landweggetjes, maar komt uiteindelijk, zwaar ondervoed en
met bloedende voeten, aan in de hoofdstad. Daar wordt hij opgenomen
door Fagin (een haast onherkenbare Ben Kingsley) en zijn bende
jeugdige dieven. Oliver leert de kunst van het zakkenrollen, maar
uiteraard is hij eigenlijk voor grotere dingen bestemd.

Wanneer de verhalen van Dickens worden verfilmd, worden ze
doorgaans ontdaan van hun scherpe kantjes – de schurken worden
dikwijls beminnelijke creaturen, die het al bij al zo slecht nog
niet bedoelen, en de sociale commentaar die de schrijver in z’n
boeken verwerkte, gaat al helemaal verloren. Kwestie van het
allemaal toch maar zo vrolijk en licht verteerbaar mogelijk te
houden. Polanski maakt die fout niet – ‘Oliver Twist’ was destijds
een aanklacht tegen de manier waarop de Britse overheid met
weeskinderen omging, en tegen de moedwillige passiviteit van de
bureaucratie. En in deze film is dat nog steeds zo. We zien de hoge
omes van het armenhuis met hun dikke pens aanschuiven aan een
rijkelijk souper, wanneer ze gewaarschuwd worden dat Oliver Twist
“om meer eten gevraagd heeft”. De heerschappen zijn gechoqueerd en
willen hem meteen de straat opsmijten. Later in de film moet Oliver
voor een rechter verschijnen, die er enkel in geïnteresseerd is
iemand te straffen, eender wie. Oliver zelf staat ondertussen te
wankelen op z’n benen, en smeekt fluisterend om “some water”. De
rechter concludeert dan maar dat Olivers naam “Sam Waters” is en
vertrekt nauwelijks een spier wanneer de jongen op de grond
neerzijgt.

Tegenover dat onmenselijke systeem staan dan een aantal individuen
die het goed bedoelen, waaronder de rijke Mr. Brownlow en, op zijn
eigen manier, Fagin. Hij is dan wel een heler die kinderen voor
zich laat stelen en – zo wordt zijdelings gesuggereerd – een paar
zeer jonge meisjes voor prostituée laat spelen, maar het is van hem
dat Oliver voor het eerst een deftige maaltijd krijgt en het is van
hem dat de jongen voor het eerst te horen krijgt dat hij iets waard
is. Fagin wordt hier een erg ambigu personage, iemand die in sé
niet slecht is, maar zit vastgeroest in zijn leven en zijn
voorliefde voor geld. Boven hem staat Bill Sykes (Jamie Foreman),
de grote baas van de bende en echt een verdorven creatuur.

Ondanks het verwijderen van een aantal subplots (zoals de back
story
rond Olivers ouders), blijft Polanski de geest van het
boek dus wel trouw. Zijn aanpak van het materiaal is erg klassiek –
in essentie neemt hij het verhaal van Dickens en schiet hij er
plaatjes bij – maar hij heeft daarbij wel twee heel belangrijke
troeven in handen. Ten eerste is zijn film uitstekend gecast. De
nogal pompeuze dialogen die eigen zijn aan het bronmateriaal,
hadden maar al te makkelijk geforceerd kunnen overkomen, maar de
acteurs slagen er telkens in om die teksten als gewone spreektaal
te doen klinken. In een cast die voor het overgrote deel uit
kinderen bestaat, is er altijd een risico dat ze over de top gaan,
of dat emoties te sterk worden aangedikt, maar niets daarvan.
Oliver zelf is een nogal passief personage, dat meer op de dingen
reageert dan dat hij zelf iets doet, maar hij straalt wel een
intelligentie uit, die suggereert dat er achter die ogen continu
vanalles gaande is. De echte uitschieter is echter Leanne Rowe als
Nancy, een hoertje met een gouden hart – Rowe weet perfect het
evenwicht te treffen tussen een wereldse madame met een groot
bakkes en toch ook een meisje met een goed karakter.

En ten tweede is er de fotografie – het Londen van de jaren 1830
heeft er nog nooit zo fotogeniek mistig en donker uitgezien als
hier. Je zou kunnen zeggen dat dergelijke beelden het cliché
bevestigen dat we allemaal associëren met die tijd, maar wat is
daar mis mee? Die setting maakt integraal deel uit van de sfeer die
Dickens steeds weet op te roepen. Duistere stegen, bewoond door het
uitschot van de maatschappij, krotten en herenhuizen – dat is
Dickensland, en in deze filmversie komt het prachtig tot
leven.

Polanski heeft hier geen wereldschokkende film gemaakt. Alles
blijft netjes traditioneel, de regisseur verlaat nergens de paden
die anderen al voor hem hebben geëffend. Maar hij behoudt wel de
scherpe observaties die het boek van Dickens rijk was, en filmt het
verhaal op een visueel magnifieke manier, met een cast om u tegen
te zeggen. Niet teveel zeuren dus – wat wil je nog meer?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 5 =