Devendra Banhart :: Cripple Crow

Niet alleen vertoont hij iedere dag meer en meer fysieke gelijkenissen met Jezus Christus onze Heer, ook laat hij zich omringen door een schare volgelingen en schijnt rond hem een aura van hemelse perfectie en alomtegenwoordigheid. Devendra Banhart, profeet van een nieuwe generatie folkies, heeft alweer een nieuwe plaat uit.

Devendra Banhart een bezig baasje noemen is als zeggen dat Pete Doherty niet 100 procent clean is. Een understatement, zoals dat heet. Naast talloze zijprojectjes en samenwerkingen met onder andere Vetiver, Cocorosie en Antony & The Johnsons, bracht de nog steeds amper 24-jarige troubadour vorig jaar twee langspelers uit die samen met Joanna Newsoms The Milk-Eyed Mender de doorbraak bezorgden aan all things newfolk. Nu is er Cripple Crow: maar liefst 75 minuten vers werk, mooi verpakt in een twintigtal nieuwe liederen.

Cripple Crow klinkt anders dan zijn voorgangers. De intieme, licht speelse folkliedjes van weleer hebben plaatsgemaakt voor wijdse, dieper uitgewerkte songs. Waar het tweeluik Rejoicing In The Hands / Niño Rojo nog grotendeels een eenmansproject was, is er op deze nieuwe plaat zowaar sprake van een band met bijhorende percussie, bas én backing vocals. Banhart speelt de rol van frontman en dat levert aanvankelijk een indrukwekkend resultaat op. De eerste helft van Cripple Crow voert ons van het ene hilarische hoogtepunt naar de andere emotionele climax.

In "The Beatles" plaatst Banhart een rake observatie naast kinderlijke silliness. Respectievelijk "Paul McCartney and Ringo Starr are the only Beatles in the world" en "Riggy diggy diggy". De Beatles komen wel vaker om het hoekje kijken: "Lazy Butterfly" roept herinneringen op aan de Indische uitstapjes van George Harrison ten tijde van Sgt. Pepper en "Some People Ride The Wave", waarop een dronken trompet de show steelt, had niet misstaan op de dubbele witte. De Dylan van Bringing It All Back Home is dan weer duidelijk een invloed geweest op het popperige "I Feel Just Like A Child", dat grossiert in typisch Dylanesque herhalingen en wat ons betreft dé quote van het album bevat: "From being my daddy’s sperm / to being packed in an urn / I’m a child."

"Little boys" begint als Antony die samen met zijn Johnsons kopje onder gaat in de poel der zelfbeklag, tot een baslijn zo smooth als bakboter het nummer halverwege doet muteren in een vreugdekreet van een ouwe pervert met grootse plannen: "I see so many little boys I wanna marry / I see plenty little kids I’ve yet to have" Euh, pardon? Vreemd, heel vreemd, maar óh zo catchy. Met zijn schwung die zelfs de lamlendigste kinderlokker nog aan het heupwiegen krijgt, is "Little Boys" de ideale dansvloerhit op iedere après-killparty in dat afgelegen pedofielenkasteel ergens te lande.

Helaas blijft Cripple Crow niet overal datzelfde niveau aanhouden. Op de tweede helft van de cd (ofte kant B) staan te veel nummers die Banhart beter in de lade had laten zitten. Van het naar psychedelische kruiden ruikende hippie-anthem "Hey Mama Wolf" over het overbodige "Hows About Telling A Story", een aanhef van iets wat in de verte op een song lijkt, tot wegwerptussendoortjes als "I Love That Man" en "Korean Dogwood" die te lang worden uitgesponnen om ook na anderhalve luisterbeurt interessant te blijven.

Klassiekers zijn platen waar je geen noot, geen woord, geen zuchtje aan hoeft te veranderen. Devendra Banhart heeft er nog geen op zijn palmares staan, al valt er mits enig puzzelwerk uit ’s mans oeuvre wel al minstens eentje te distilleren. Ook Cripple Crow is geen klassieker, verre van, maar toont wel aan dat deze liedjesboer meer kan dan enkel op zijn akoestische gitaar tokkelen en vreemde vocale uithalen forceren. Die Klassieker, Banharts definitieve plaat, komt er ooit wel. Jezus Christus verrichtte zijn grootste mirakels immers ook pas na zijn dertigste.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − tien =