Sigur Rós :: 14 juli 2005, Cirque Royale

Ze leerden het ooit van Radiohead en namen het truukje maar al te gretig over: net als drie jaar geleden tourt Sigur Rós nog voor hun nieuwe plaat uit is. Grote verwachtingen dus en wilde gissingen op basis van de live-versies hoe dat nieuwe Tàkk zal klinken. De IJslandse groep was weer groots en die nieuwe nummers beloven een héél lichte koerswijziging. We draaien niet graag rond de pot, inderdaad.

Vier schaduwen achter een wit gordijn, dat is het eerste wat we van de groep zien. Uitvergroot door de spots krijgen we een sfeervol schimmenspel: een reusachtig uitgerokken Jonsi Birgisson, bijvoorbeeld, die zich met zijn strijkstok over zijn gitaar buigt. Waarna met "Glósóli" meteen al een eerste nieuw nummer wordt gelanceerd. Drums beginnen een rouwmars, een speeldoos tinkelt en plots haalt die stem uit. Traag bouwt het nummer op tot een emotionele finale. Je weet meteen: dat van die invloeden van Korn en Papa Roach op Tàkk was wel degelijk een grap. Veel is er bij de groep immers niet veranderd.

En toch ook weer wel: op basis van de nieuwe songs zijn we geneigd te concluderen dat die nieuwe plaat het meest toegankelijke werk van de groep tot nu toe zal bevatten. Songs als "Saeglopur" (dat pianomotief!) en "Gong" worden voortgedreven door zo’n rechtoe-rechtane bas- en drumcombinatie dat het woord "poppy" bijna zichzelf gaat schrijven.

Nog steeds put de groep gretig uit dat doorbraakalbum Agaetis Birjun. "Ný Batteri" krijgt een noisy intro; "Svefn-G-Englar" is nog steeds even diepzeeromantisch als die eerste keer. Waarna een stevig blokje Nieuw Werk wordt aangesneden waarin "Mílanó" nog het bekendste is want al eerder uitgebracht op internet. Het is zo’n nummer dat onze eerdere theorie over dat nieuwe album onderuit haalt: niets toegankelijk en poppy hier, wel: veel strijkers en tinkelende piano’s, xylofoons en andere.

De groep speelt verbazend weinig uit () overigens: Op "Vaka" na is de plaat niet vertegenwoordigd in de gewone set (we krijgen nog één nummer in de bissen), terwijl Agaetis Birjun met "Viðrar Vel Til Loft´r´sa" en eerste bis "Olsen Olsen" (het zeemansnummer) nog maar eens aan de beurt is. Het blijft dan ook de quintessentieelste Sigur Rósplaat waarmee alles tot nu toe is gezegd. () kon daar niet veel aan toevoegen, het is bang afwachten of die nieuwe plaat meer is dan een veredelde herhalingsoefening.

Sigur Rós op zijn best doet de tijd stilstaan. Zoals die eerste keer toen ze op Werchter een bel van gewijde stilte creëerden en alle rumoer van buiten verstomde, kan de groep de hemel doen opengaan. Dat gebeurt vandaag met afsluiter "Popplagið". In deze liveversie van de afsluiter van () bouwt de groep de spanning op tot een ondraaglijk niveau. Met trillend lijf wacht je tot Orri Páll Dyrason die verlossende drumroffel zal spelen, maar die wordt pijnlijk lang uitgesteld. Wanneer het zover is merk je plots hoe limiterend dat zitje is: je hele lijf wil ontladen, losbarsten samen met de band, maar je houdt je in. Rock is nu eenmaal een belevingskunst, niet iets om te ondergaan. Frustrerend, maar de intensiteit die de band hier bereikt wordt er niet minder om.

De impact die Sigur Rós bij een eerste keer op je maakt is nooit te herhalen. Toch blijft een optreden van de IJslandse groep ongelofelijk: hoe de vier leden vlot van instrumenten wisselen, niemand aandacht opeist en alleen de muziek telt. En die blijft sterk. Of de groep ook op plaat nog iets te vertellen heeft is bang afwachten, op de planken kunnen ze zo nog lang doorgaan. In het najaar weten we meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − vier =