Pukkelpop 2005 :: De apenjaren voorbij

Afzeggingen, verschuivingen en nog meer verwarring op deze Pukkelpop. Als u af en toe denkt dat wij het over een andere groep hebben dan u heeft gezien: kan, blijkbaar was dan zelfs ons donderdagochtend in extremis uitgeprint uurschema alweer veranderd. Pukkelpop 2005 ging een beetje de Dourtour op, maar had vooral een te groot Werchtergehalte met maar weinig overtuigende oude gloriën als headliners. Het lekkers zat weer goed verstopt in tenten.

Dag één :: Een zwiep in opwaartse richting

Een campingfestival als dit start meestal met allerlei tentgehannes, steevast komt het moment dat die problemen achter de rug liggen. En dàn, jongens en meisjes, is het van “en avant la musique”. Daarvoor zakt een mens toch af naar zo’n drukke en chaotische bedoening? Neen? Ja, en wel volmondig voor deze groepen:

Treuren om het verleden, niemand is er bij gebaat, maar soms kunnen we niet anders. Wie zich de machtige en overweldigende concerten van Channel Zero herinnert, kan bij Skitsoy alleen maar spijt voelen. Wat Franky De Smet – Van Damme met zijn nieuwe band brengt, is beschamend ondermaats. Om snel te vergeten.

Dan maar even de oren losschudden in de Clubtent bij The Blue Van, Deense jongelui die integraal vaders sixtiesplatenkast recycleerden. Onze handen kregen ze daarmee op elkaar, en we waren gelanceerd in onze zoektocht naar méér van dattem. Zouden we dat ook krijgen van Kaiser Chiefs?

 

De Britse lievelingetjes zetten immers enkele maanden geleden op Les Nuits Botanique nog een ijzersterk optreden neer waar publiek en band van plaats wisselden. Dat is iets minder evident te bewerkstelligen op Pukkelpop, maar The Chiefs blijken ook zonder dat soort ongein een puike performance neer te kunnen zetten. De singles — met op kop “Oh My God” — klonken geheel volgens hun hoge meebrulfactor uit één massale keel op.

Daarmee was de Britse Invasie op Pukkelpop al lang en breed onstuitbaar ingezet. De amfibievaartuigen waren aan hun landing begonnen, de luiken waren opengegaan en in de eerste linie passeerden al Art Brut en Engineers. Resistance was duidelijk useless, u ging ook de rest van de driedaagse plàt voor alles wat van de eilanden kwam en nogal eens het geurtje van Ian Curtis (die gràflucht!) en de baslijnen van Peter Hook droeg. Editors bijvoorbeeld, en later The Bravery.

Die mogen dan wel door het internationale muziekjournaille tot favoriete pispaal gebombardeerd zijn en beschuldigd van pikkedieverij, wat maakt dat uit als ze de muzikale erfenis van de eighties met stijl weten te plunderen én zo de volgestroomde Marquee op zijn kop te zetten. Dat zal de generaals van de Britse blitzkrieg even later iéts moeilijk vallen.

Even daarvoor mochten we al de nieuwe Beck verwelkomen in de persoon van Tom Vek. Althans, dat werd ons door het recensentengild gemeld (en door de volgende golf besprekers consequent tegengesproken — je zou hen wel eens kunnen beschuldigen van napraterij), en inderdaad: met een gezond eclecticisme laveert hij tussen het betere singer-songwriterwerk en de rauwere gitaarrock. “If You Want” ligt lekker in het oor en de minimalistische podiumopstelling van zijn band-met-zin-voor-symmetrie zorgt zelfs voor enig visueel genot.

Weinig volk voor Saybia in de Clubtent, maar wie er staat is al op de hand van de band. Niettemin nemen de Denen maar een slome start en het duurt tot “Brilliant Sky” voor er enige beroering in de lucht hangt. Ze blijft er niet lang, want wanneer de groep als bis niet haar enige hit “The Day After Tomorrow” speelt, maar het richtingloos pingelende “Untitled” vrezen we toch even voor de derde plaat van de jongens.

Gelàchen met The Hives, dat wat betreft bindteksten op het niveau van The Darkness zit, maar muzikaal uit een opwindender garagevaatje tapt. Howlin’ Pelle Almqvist is voor ons dé frontman van deze editie. Ja, meer dan die brave Alex Kapranos van Franz Ferdinand, dat welopgevoed zijn nieuwe plaat komt voorstellen. De steek die ze vorig jaar in Kiewit lieten vallen wordt opgeraapt, maar een heruitgave van Werchter krijgen we niet. De nieuwe nummers moeten duidelijk nog aan body winnen, zo tussen een stampend “Take Me Out” en “This Fire” in.

Waarna de nacht een duyster randje kreeg. Eerst aangenaam stampend met een Four Tet, die zijn folktronica live altijd verbouwt tot regelrechte floorfillers (U stond grotendeels stil, wij moeten nog geen beetje compulsief bewegen op dit soort beats), even later meewiegend met Bonnie ’Prince’ Billy & Matt Sweeny. Ook Will Oldham beseft trouwens dat het op een festival beter is iéts steviger dan normaal uit de hoek te komen. Nu zijn rosse baard algemeen aanvaard is, komt de man overigens ook in een shortje op, opdat enige stijl hem toch écht niet zou worden toegeschreven. Grappig wel, hoe hij op één been staat te zingen.

Het laatste woord is aan de showmannen, en daar bedoelen we niet The Prodigy mee, dat een lamlendige “Greatest Hits”-set neerzet. Swingende crooner Adam Green blijft de mondhoeken een zwiep in opwaartse richting geven met zijn Bunny Dance (dacht een op het podium geroepen meisje dat ze sensueel zou moeten dansen, was huppen als een konijntje de bedoeling), wat Jamie Lidell getooid in een glinsterend jasje vertoont, heeft weinig te maken met zijn gelauwerd Multiply: slechts bij uitzondering laat hij iets horen van zijn gouden strot. Hier wordt gebeatboxt, gestemsampled en knopjesgemanipuleerd dat het geen naam heeft en het resultaat is uiterst fascinerend. Lidell doet live een gigantische fuck you aan iedereen die kwam voor de “liedjes” van op plaat. Die krijgen ze morgen wel, liekes, zo fluisteren we hen sussend toe. Maar niet verteld dat het die van Nightwish zouden zijn. Moehà!

Dag twee :: Drie appels hoog, attitude voor tien

“Komt ie of komtie niet?” De hamvraag van dag twee was al snel opgelost: Pete Doherty kwam niet. Of we aan Babyshambles iets gemist hebben, weten we dus nog steeds niet. Onvoorzien werden we zo wel met The Coral geconfronteerd dat ons een luchtig, maar voor het uur van de dag best aangenaam optreden bracht. Er gaat niets boven een stevig ontbijt sixties om een nieuw dagje Pukkelpop mee te beginnen.

Met kleine happen gesavoureerd en in meer of mindere mate van genoten: Little Barrie (met drieën de sixties heruitvinden is altijd gezellig), Nine Black Alps (eindelijk nog eens een grungeband, dat klonk als een goed idee, helaas bleken ze wel de looks en het geluid maar niet de songs te hebben) en Annie (bubblegumpop, dat brengt de beeldschone Noorse, maar helaas miste ze de attitude om daar live ook iets van te bakken).

Nick Oliveri mag dan uit de Queens Of The Stone Age zijn gezet, dat wil niet zeggen dat hij het rock ’n’ roll-leven heeft vaarwel gezegd. Tegenwoordig hangt hij rond in The Dwarves en daarmee is alles gezegd: bij dit zootje ongeregelde punkers valt hij niet uit de toon, meer dan wat onfunctioneel meezingen doet hij er ook niet.

Neen, geef ons dan maar de hemelse Emiliana Torrini die in de Club allerschattigst staat te wezen. Ze kirt verlegen songs van haar recente Fishermans Woman en het oudere Love In Times Of Science, maar gaandeweg groeit het zelfvertrouwen. “Oeps, we hebben alles te snel gespeeld: we zitten nu al door onze set”, klinkt het verlegen na een half uur, maar niet getreurd: fluks worden nog wat songs uit de mouw geschud. Mooi!

Wij missen veel te veel vergaderingen: stond Within Temptation er eens niet, mocht Nightwish vleermuizenclub van dienst spelen. Een programmatorische kemel. Tràgisch. Maar dan wel Millionaire in een veel te kleine Club steken die uit zijn voegen barst. Tim Vanhamel en de zijnen spelen strak en stevig als vanouds, en blijken hun vaste set wat omgegooid te hebben. Fijn zo, kunnen wij naar een andere veel te kleine tent.

Ook de Wabliefttent is immers niet begroot op de groepen die daar staan, en dus raken wij er meestal niet meer binnen. Toch maar even een inspanning gedaan voor The Killbots en El Guapo Stuntteam, die verplicht worden elkaar voor de voeten te lopen: twintig minunten krijgen The Killbots, die er dan maar meteen hun allerluidste songs uitknallen. El Guapo Stuntteam heeft het evenmin onder de markt: we zagen een opgejaagde groep, voor wie de tent en de duur van het optreden best wat meer hadden mogen zijn.

Marilyn Manson op de mainstage en niet echt veel elders? Dan maar op goed geluk de Chateau binnengevlucht, net op tijd om met open mond naar Lady Sovereign te staren. Drie appels hoog is ze, maar deze negentienjarige meid uit Oost-Londenheeft attitude voor tien. Met vlijmscherpe raps aan mitrailleurtempo bewijst ze waarom ze dé frontvrouw van de Grime is. In het oog te houden.

 

In het twijfelgeval “Goldfrapp of Arcade Fire” winnen de laatsten het vrij snel: in Brussel gaven ze in mei het concert van het jaar en — bang om ontgoocheld te worden of niet — dat wilden we nog eens beleven. We worden niet teleurgesteld: Win Butler en Régine Chassagne leiden hun troepen opnieuw door een intense set die met afsluiter “Rebellion/Lies” tot een orgastisch hoogtepunt wordt gestuwd. Een bomvolle Marquee eet uit hun hand. Dit zou wel eens de grote doorbraak van de groep kunnen zijn.

Van schaamte om ons naar de Skate Stage te begeven, hadden we dit jaar geen last. Met Dwarves, Alkaline Trio en Bad Religion passeerden er vrijdag immers een aantal grote namen uit het wereldje. Jammer dat enkel Bad Religion ons écht kon overtuigen. Met een fijne mix van hapklare hits en met het excellente songmateriaal uit The Empire Strikes First, hadden de oudjes de overwinning al op voorhand op zak.

Ondertussen op de Main Stage: de greatest hitsset van de terug bijeengekomen Pixies. Op Werchter vorig jaar voelde het al bevreemdend aan, dat is er deze keer niet op veranderd. Ondanks de vlekkeloze uitvoering van een serie van maar liefst 27 hits wringt er iets een set lang: hoort dit eigenlijk wel? Blijft de mythe niet beter intact? Alle vragen verdwijnen echter tijdens de intro van het afsluitend “Gigantic” wanneer een glunderende Deal de andere groepsleden een goeienacht wenst. Wat overblijft: a big, big love voor deze groep.

Dag drie :: Om een orgelpuntje aan te zuigen

Opgestaan. Koud. Fuck. Precies wat wij dachten, die derde dag, maar ongetwijfeld ook wat door het hoofd van Hendrik Willemyns en John Roan van Arsenal schoot. Je zult maar om twaalf uur op een hoofdpodium dik ingeduffeld zuiderse muziek maken. Om maar te zeggen: zo op een derde dag is alle begin vooral moèilijk.

In een tent is het warmer, en dus snel de Wablieft binnen waar het Gentse duo Madensuyu van jetje geeft. Drummer Pieterjan Vervondel en gitarist Stijn De Gezelle beginnen en eindigen een nummer samen en wat daartussen gebeurt is voor meer interpretatie vatbaar. Wij zijn er nog niet helemaal uit, intrigerend is het alvast wel.

Slechte nieuwe plaat, gelukkig brengen ze vooral werk uit de twee vorige: The Raveonettes weten met hun fuzzgeladen sixtiespastiches live nog altijd ons hart te stelen. Nu ook weer niet zo moeilijk als je de ranke Sharin Foo tot je groepsleden kunt rekenen. En dames, geen verontwaardigd gegnuif, graag: u stond even later bij Patrick Wolf ook nogal gretig vooraan! Terecht overigens, want de man bracht een sterke set waarin hij soms duchtig herwerkte folky versies bracht van zijn met elektronica gelardeerde platen.

Op de foute plaats op het foute moment zijn: het overkomt ons wel eens. Zo ook LCD Soundsystem dat om volstrekt onduidelijke redenen om half drie ’s middags het hoofdpodium opmoet. Alsof dat nog niet erg genoeg was, begeven achtereenvolgens de elektriciteit en de stem van zanger James Murphy. Een gemiste kans.

Met twee aanstekelijke platen onder de arm, verwacht je van een live-confrontatie met Hot Hot Heat op z’n minst een even onderhoudende belevenis. Niet dus. “Elevator”, “Bandages” en “Save Us S.O.S.” weten nog goedkeurend hoofdgeknik bij ons los te weken, de rest is niet meer of minder dan vulsel goed om ons gapend op de klok te doen kijken.

Groot geworden en warm onthaald in de Marquee: Ghinzu. Nog op weg groot te worden in de Club: Sons And Daughters waaraan onze man een beloftevolle toekomst toedichtte en ja, dit was zo één van die concerten waarvan u achteraf zal beweren dat u erbij was, ook al zat u toen gewoon op een dixi te slapen. De Schotten speelden de club plat met een cool die bijna angstaanjagend was. Scott Paterson blijkt live nog beter bij stem dan op plaat en demonisch het publiek in kijken is overduidelijk zijn sterke punt. Werk van de twee platen die de groep achter de gordel heeft, wordt mooi afgewisseld en smelt samen tot een intens geheel. Zo intens dat Paterson met bloedende vingers het podium verliet na afloop.

En dan wordt het even kiezen tussen gitaren en gitaren. The Datsuns hebben het sinds die eerste keer nooit meer opnieuw gelapt, ook deze keer lukt het hen niet. Dan maar Towers Of London uitgecheckt. Ze worden vergeleken met The Darkness maar wij hebben die tong niet in de kaak gevonden. Wel gezien: vijf stuks tuig dat er uitziet en zich gedraagt als was het bijna 1980. Een beetje Sex Pistols, maar dan wel genoeg door de manager gedrild om het publiek af en toe eens te bedanken en om hun nummers goed te spelen. Geen idee wat we moeten denken, maar echt afwijzen willen we ook niet doen. Towers Of London had iéts, alleen weten we nog niet goed wát.

Liefhebbers van de intensere muziek werden zaterdagavond verwend met een passage van South San Gabriel in de Club. Ingetogen, maar o zo intens, zo was het concert van de melancholische Texanen. Even later kregen we in de Marquee het perfecte vervolg met een Sophia in grootsen doen. Robin Proper-Sheppard en de zijnen speelden een set die je keel dichtkneep. De bissen speelde Proper-Sheppard alleen met een akoestische gitaar, een primeur, zo beweerde de man, en wat voor één. Klasse met een grote K.

Elke keer als Korn speelt, willen we er een stukje van meepikken. En ook vandaag: als vanouds beukt de groep rond Jonathan Davis immers weer als een indrukwekkende pletwals over de wei. Een heel optreden houden we deze keer helaas weer niet vol: ook platgewalst worden gaat op den duur immers vervelen. Wat treft: Juliette & The Licks wilden we toch even uitchecken. We besparen u de woorden die onze ontgoocheling beschrijven, wij kijken liever nog eens naar Natural Born Killers om de pijn te verzachten.

 

In extremis krijgen we nog een klapper waar iedereen die elders stond een orgelorgelpuntje aan kan zuigen. Wat !!! doet is niet echt met woorden te omschrijven: een manische zanger, spastische danspassen, en véél gekke geluidjes door de punkfunk heen gemixt, zoals ook Zongamin dat op Dour deed. Een tent komt tot ontploffing. “We kunnen geen bisnummer spelen”, klinkt het uiteindelijk: “ten eerste doen we dat nooit, ten tweede: Nick Cave is al bezig. Jullie zouden daar moeten zijn.”

We hebben gehoorzaamd, maar zijn niet zeker of dat zo nodig was. Ja: de setlist die — een wel erg zichtbaar verouderde — Cave bracht, stak beter ineen dan in Vorst eerder dit jaar, wij gelòven de ravenkoning helaas niet altijd meer. De uitbarstingen in “Hiding All Away”, leken iets te geregisseerd, “The Ship Song” werd in een ondermaatse versie gebracht. En ook “The Mercy Seat” is weer van het-wil-maar-niet-komen. Een donderend “Tupelo” en later een strakke versie van “Stagger Lee” in de bisnummers zetten dat nog wel recht, het is toch too little, too late.

Twintig jaar is Pukkelpop dit jaar geworden, en dat is er aan te merken. Het rebelse van hun apenjaren in de vroege jaren negentig is er af; het festival is volwassen geworden, heeft zijn eigen heilige huisjes gecreëerd en om eerlijk te zijn: veel van Werchter verschillen die niet meer. De drie headliners waren telkens wel érg grote namen, maar ze kwamen wel uit de oude doos. Wie ook goeie concerten wilde zien, was toch beter af in de tenten, waar hij de grote doorbraak van Arcade Fire of de triomftocht van !!! kon meemaken. Dààr is het dat Pukkelpop zijn karakter krijgt, niet door nog maar eens Marilyn Manson of Heather Nova (ze is veeleer de perfecte artiest voor Marktrock) te programmeren.

De festivalzomer 2005 is gedaan en er zijn conclusies te trekken: Rock Werchter is weer een beetje meer TW Classic geworden, Pukkelpop een beetje meer Werchter, en zie: daar is Dour komen opzetten als het nieuwe Pukkelpop. We voelen ons eerder jonger worden dan ouder: nu zijn er drié grote festivals om te verslaan. Jochei!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 5 =