Ladri di Biciclette




Sommige films overleven en krijgen de status van klassieker,
gebaseerd op hun complexiteiten – de technische vernieuwingen van
‘Citizen Kane’, de narratieve breuk
met conventies van ‘2001: A Space
Odyssey’
. En dan heb je er andere, die zóveel eenvoud
uitstralen, die zo rechtlijnig zijn in hun objectieven en middelen,
dat ze juist om die reden een universele aantrekkingskracht blijven
bewaren. ‘Ladri di Biciclette’, ofwel ‘De Fietsendieven’, behoort
tot die laatste categorie. Beschouwd als hét grote voorbeeld van
het Italiaanse neorealisme, is dit een film die vandaag nog steeds
van het scherm spat met evenveel oprechte emotie – een film waarbij
we de afstand van meer dan 50 jaar vergeten omdat het zo makkelijk
is om te identificeren met die eenvoudige man wiens fiets gestolen
werd. Complexiteit werkt als je een film wilt maken over ideeën,
maar eenvoud werkt als je een film wilt maken over emoties, omdat
er dan niets is dat tussen jou en de gevoelservaring van de film
staat. De plot van ‘Ladri di Biciclette’ is haast lachwekkend in
z’n eenvoud, de motivaties van de personages zijn op elk moment van
de prent volledig doorzichtig. En het gevolg is dat de film een
zeer directe uitwerking heeft op de kijker, ook nu nog, na alle
evoluties die de cinema heeft doorgemaakt sinds Vittorio De Sica
hem maakte.

Het verhaaltje gaat over Antonio Ricci, die in het Rome van vlak na
de Tweede Wereldoorlog zijn uiterste best doet om het hoofd boven
water te houden en z’n vrouw en kind te onderhouden. Hij en zijn
gezin leven nét boven de grens van totale armoede, waar zovele
anderen al onder zijn geduikeld, maar betere tijden dienen zich aan
wanneer Antonio een job krijgt. Hij kan affiches gaan aanplakken in
de stad, maar daarvoor heeft hij wel een fiets nodig. Samen met z’n
vrouw gaat Antonio hun beddelakens verpanden om z’n fiets terug te
kunnen krijgen, die hij een tijdje eerder zelf naar het pandjeshuis
had gebracht. Heel even ziet de toekomst er rooskleurig uit, maar
dan, tijdens Antonio’s eerste dag aan het werk, wordt zijn fiets
gestolen. Samen met z’n zoontje Bruno loopt Antonio de hele stad af
op zoek naar de dief.

En dat is het dan – dat is het hele verhaal. Eigen aan het
neorealisme was de behoefte die de filmmakers voelden om vaarwel te
zeggen aan de fantasiewereld die de Italiaanse cinema van voor de
oorlog vaak domineerde. Na WO II zat het land in een depressie, er
was enorm veel armoede en de kunstenaars van die tijd wilden die
toestanden spiegelen in hun werk – zeker mensen als De Sica, die
zelf uit een straatarme familie afkomstig was. Die mentaliteit
dicteerde dat de plots vaak zeer simpel werden gehouden,
gebeurtenissen die letterlijk uit het leven gegrepen waren, zonder
grote, dramatische wendingen of geforceerde, louterende climaxen op
het einde. Het verhaal van ‘Ladri di Biciclette’ is weinig meer dan
een onopmerkelijke anekdote uit een land in crisis, maar dat was
dan ook de bedoeling. Om het realisme nog meer voelbaar te maken,
gebruikte De Sica ook geen professionele acteurs – Lamberto
Maggiorani werd bij wijze van spreken van straat geplukt om Antonio
te spelen. Vaak kunnen dat soort van castingtechnieken rampzalig
aflopen. Echte mensen, geen acteurs, om échte situaties na te
spelen, zoals ze in het échte leven voorvallen – het klinkt
logisch, maar zodra je zo iemand voor een camera zet, wordt het
toch allemaal anders en vallen die echte mensen vaak pijnlijk door
de mand. Hier niet – lag het aan De Sica’s regie op de set zelf,
zijn gebruik van de camera of was het simpelweg een kwestie van
aangeboren talent van de kant van de acteurs? Hoe het ook zij, je
ziét de personages nergens acteren, alles lijkt volstrekt
natuurlijk te komen.

In de eerste plaats was het De Sica te doen om een kritiek op de
sociale omstandigheden van Italië, anno 1948. We zien grote rijkdom
vlak naast de meest intense armoede leven. Antonio’s zoektocht
leidt hem op een bepaald moment naar een kerk, die vol zit met de
allerarmsten, mensen die alleen maar naar de mis komen omdat ze
achteraf een kom soep zullen krijgen. Dit zijn de meest miserabele
mensen van de maatschappij – en vergeet niet dat ze in deze film
vaak zichzelf spelen – die afhangen van de liefdadigheid van een
kerk die z’n kans schoonziet om een rist zieltjes bij te winnen.
Daartegenover staat dan een scène waarin Antonio besluit om al z’n
zorgen even te vergeten en z’n zoontje meeneemt naar een restaurant
voor een pizza. Aan een naburige tafel ziet Bruno een upper-class
familie zitten, allemaal met zure gezichten, die eten alsof het
voedsel niet eens goed genoeg voor hen is en vervolgens een fles
champagne openmaken. ‘Daar heb je veel geld voor nodig,’ legt
Antonio z’n zoontje gegeneerd uit.

De kerk krijgt ook een flinke veeg uit de pan – niet alleen wordt
er voorzichtig kritiek geleverd door de manier waarop de
katholieken alleen maar de armen willen helpen nadat ze een mis
hebben uitgezeten, maar ook krijgen we een waarzegster te zien, die
woont in een flatje dat van onder tot boven behangen is met
kruisbeelden en die beweert haar visioenen rechtstreeks van God te
krijgen. In z’n wanhoop gaat Antonio haar bezoeken met de vraag of
hij z’n fiets ooit nog zal vinden. ‘Ofwel vind je hem meteen terug,
ofwel helemaal niet meer,’ weet de waarzegster hem met de hulp van
God te vertellen. Waarna ze haar ereloon in ontvangst neemt. Laten
we even eerlijk zijn, waar heb je nog een God voor nodig als hij je
niet eens kan vertellen waar je fiets ergens is?

Ongehinderd door overbodige verwikkelingen of personages die zich
anders gedragen dan noodzakelijk is in de gegeven situatie, wordt
‘Ladri di Biciclette’ een film die rechtstreeks intapt op een
aantal fundamentele gevoeligheden van het publiek. Een vader die
koste wat het kost indruk wil maken op z’n zoon. Een man die werk
wilt vinden om z’n gezin te onderhouden. Een illustratie van een
samenleving die maar nét niet ten onder gaat aan de onrechtvaardige
manier waarop alles verdeeld is. Dat zijn allemaal zeer eenvoudige
thema’s, waar iedereen zich iets bij kan voorstellen. Gekoppeld aan
de spontane acteerprestaties en het feit dat dit een film is die
met z’n zuinige 93 minuten speelduur geen minuut te lang aansleept,
maakt dat van ‘Ladri di Biciclette’ een ware klassieker, los van
alle pretentie of dikdoenerigheid die dikwijls met die term gepaard
gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =