Thievery Corporation :: The Cosmic Game

Altijd oppassen geblazen als iemand onverhoeds het woord “lounge
music
” laat vallen. Voor je het weet, verzand je in oeverloze
discusies over de zin en onzin van liftmuziek, of over hoe ver de
invloed van Brian Eno al dan niet nog altijd geldt. Zelf stellen we
ons altijd sceptisch op wanneer Het Lichtere Genre aan bod komt,
maar voor het betere werk willen we natuurlijk nog wel eens een
uitzondering maken.

Er zijn er die Thievery Corporation gemakkelijkheidshalve onder de
noemer ‘Lounge’ willen indelen. Mogen wij daar bij deze enkele
grote vraagtekens bij plaatsen, ja? De muziek die het duo Rob Garza
en Eric Hilton maakt, mag dan wel die typische
lounge-lichtvoetigheid herbergen en bij vlagen klinken alsof ze
niet zou misstaan in de meer trendy kledingboetiek in de Antwerpse
Kammenstraat, toch dichten wij ze meer gewicht toe dan de eerste
beste Ibizahuppelkutjes-afterpartycompilatie. Dat zit zo: songs van
deze twee Amerikanen hebben altijd dat ietsje méér gehad.

Allez vooruit dan, omdat het onze taak is, proberen we uit te
leggen wat dan precies. De muziek die Thievery Corporation van in
den beginnen maakte (hun debuut ‘Sounds from the Thievery Hi-Fi’ is
al 8 jaar oud, een kleine eeuwigheid in het genre) biedt iets meer
diepgang, body, songallure in de klassieke zin van het woord en
dwingt meer tot aandacht dan de rest van het peloton. Voor diegenen
die de Corporation nog niet in de oorschelpen kregen: neen, dat wil
niét zeggen dat je je aan “moeilijke” electronics à la Autechre
moet verwachten, maar ook niet aan vrijblijvende onbeigheden
genre (*vul hier zelf in naar keuze*).

Niet zelden brengt een trits gastvocalisten extra spice in de
elektronische soep (op ‘The Mirror Conspiracy’ uit 2000, hun beste
plaat tot hier toe, dook zelfs Ella Fitzgerald sample-gewijs even
op), en dat is hier ook weer zo. Bekende namen doen het
verkoopsgewijs altijd goed aen kijk eens wie er daar voor de
microfoon wordt gesleept? ‘t Is nonkel Perry Farrell, de man die
schijnbaar zeven levens en minstens evenveel incarnaties bezit. En
‘t moet gezegd, hij maakt van ‘Revolution Solution’ een dubby
meeschudder waarbij het zalig ettelijke reefers consumeren is.
Ander groot kanon dat wordt bovengehaald is opa David Byrne, de man
die uwe pa 25 jaar geleden al aan het dansen zette en dat hier nog
eens dunnetjes overdoet in ‘The Heart’s A Lonely Hunter’. De spacy
bossanova van de Corporation past hem overigens als gegoten. Ook
Wayne Coyne van The Flaming Lips doet zijn duit in ‘t zakje. Een
misschien niet voor de hand liggende combinatie, maar toch is
‘Marching The Hate Machines (Into The Sub)’ een opener die je
meteen duwt waar Thievery Corporation in grossiert: mid-tempo
ge-groove, voorzien van de chilste elektronica en opgesmukt met de
warmste vocals aan deze kant van de evenaar.

Misschien is ‘The Cosmic Game’ hier en daar niet altijd even
geslaagd omwille van blijven steken in iets té vrijblijvend
geneuzel, maar toch: ‘t is waarlijk zalig knikkebollen op de plaat
van een duo dat in het genre van niemand nog iets te leren heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − zes =