The Life and Death of Peter Sellers




Er wordt momenteel gewerkt aan een remake van ‘The Pink Panther’
met Steve Martin in de rol van inspecteur Clouseau – een slecht
idee, uiteraard, omdat remakes nu eenmaal altijd slechte ideeën
zijn en omdat de originele ‘Pink Panther’-films toch al niets waren
om over naar huis te schrijven. De enige reden waarom die steeds
mallotiger serie slapstick-films nog steeds bekeken wordt, is omdat
Peter Sellers zo’n formidabele Clouseau was. De man z’n komische
timing was vrijwel ongeëvenaard – als humor een kunst was, dan was
hij één van de absolute grootmeesters. Hij was echter ook een
koleriek, onuitstaanbaar man met wie het haast onmogelijk was om
samen te werken, laat staan samen te leven. Hij was een
multi-miljonair toen hij stierf in 1980, maar liet z’n kinderen elk
slechts 2.000 dollar na. ‘The Life and Death of Peter Sellers’ is
een bijzonder fascinerende blik in de geest van één grootste
komische talenten van de twintigste eeuw en de vraag die zich stelt
is: wàs er wel iets te vinden achter de schermen?

Sellers kwam voor het eerst in de belangstelling als panellid van
het radioprogramma ‘The Goon Show’, dat aan het einde van de jaren
vijftig enorm populair was in Engeland. Vandaar maakte hij een
overstap naar de cinema – eerst via bijrolletjes in Britse komedies
uit de Eeling-studio, zoals de originele versie van ‘The
Ladykillers’, daarna steeds meer op eigen kracht. In 1963 kwam zijn
internationale doorbraak er met Blake Edwards’ ‘The Pink Panther’,
een klucht die oorspronkelijk bedoeld was als vehikel voor David
Niven.

Hoe meer het hem professioneel voor de wind ging, hoe moeilijker
het voor hem werd om nog normale sociale relaties aan te gaan –
Sellers zei ooit in een interview dat hij niet wist wie hij was
wanneer hij niet aan het acteren was. “Ik ben een leeg vat, dat
opgevuld zit met verschillende rollen.” Elke acteur zet een masker
op wanneer hij een rol speelt. In het geval van Peter Sellers zat
er op den duur niets meer àchter dat masker. In het begin van de
film zien we hem tijdens z’n periode van ‘The Goon Show’, op een
bezoek bij z’n ouders. Hij vervangt de luier van z’n baby, hij
voert gesprekken, hij gedraagt zich normaal. Maar naarmate zijn
succes toeneemt, wordt dat onmogelijk voor hem. Elke keer we hem
met iemand zien praten, elke keer de camera’s stoppen met draaien,
zien we hem vervallen in een andere rol. Hij ontmoet z’n tweede
echtgenote, Britt Ekland, en speelt de charmante, romantische
minnaar voor haar – maar dat is niet wie hij écht is. Wanneer zijn
moeder hem komt bezoeken op de set van ‘Dr. Strangelove’, stapt hij nooit uit zijn
rol. Hij spreekt tegen haar in zijn Duits accent en voert z’n
nummertje van ex-nazi op. Wanneer de chauffeur aan z’n moeder
vraagt hoe het ging met haar zoon, antwoordt ze: ‘Geen idee, ik heb
hem niet gezien.’ De fictie ging voor Peter Sellers de realiteit
overnemen, tot er geen greintje realiteit meer overbleef. De acteur
leed ook aan ontzagwekkende stemmingswisselingen, die ervoor
zorgden dat hij regelmatig verviel in een haast kinderlijk egoïsme
– altijd maar “ikke, ikke, ikke”, en wanneer hij z’n zin niet kreeg
was hij perfect in staat om de kamer aan diggelen te slaan.

Wie zich waagt aan een biografie van een dergelijke figuur, komt
natuurlijk al snel voor de hamvraag te staan: waarom? Hoe komt het
dat Sellers zo met zichzelf en de wereld in de knoop lag? In deze
film hoopt men het antwoord te vinden in de relatie met z’n moeder
(je bent een freudiaan of je bent het niet), een dominante tang die
haar zoon tegen wil en dank het sterrendom in katapulteert. Op de
avond dat haar zoon z’n eerste hartaanval krijgt, zien we haar naar
de beide BBC-kanalen zappen en ze glimlacht tevreden dat alletwee
de zenders het nieuws van haar zoons crisis uitzenden. Dàt is
succes hebben.

Die poging tot een psychologische motivering van Sellers is niet
altijd even succesvol – uiteindelijk zal regisseur Stephen Hopkins
toch moeten toegeven dat hij het zelf ook niet zeker weet. Sellers
was een mysterie, zelfs mensen die hem jarenlang hebben gekend
kunnen geen pasklare antwoorden geven op de vraag wat die kerel in
vredesnaam dreef. Wat Hopkins echter wél doet met z’n film, is een
boeiend, creatief in elkaar gestoken portret geven van een
bijzonder fascinerend (en mystifiërend) personage. Natuurlijk
worden er heel wat zaken overgeslagen (zo krijgen we maar twee van
Sellers’ vier huwelijken te zien), maar Hopkins weet de
psychologische en emotionele ondergang van zijn hoofdpersonage zeer
consequent in beeld te brengen, zonder dat z’n film vervalt in de
fragmentarische structuur die zoveel genregenoten teistert. De truc
die hij daarvoor hanteert, is het inlassen van enkele
surrealistische scènes: Sellers die in een spiegel kijkt en geen
reflectie ziet, bijvoorbeeld. Een psychedelische montage waarin we
de acteur tijdens z’n gloriedagen van vrouwen en drugs aan het werk
zien. Of nog beter: verscheidene scènes waarin Peter Sellers zelf
de rol van de nevenpersonages (Stanley Kubrick, Blake Edwards en
anderen) op zich neemt om commentaar te geven op z’n eigen
onmogelijk karakter. Op dat soort van momenten overstijgt ‘The Life
and Death of Peter Sellers’ z’n eigen genre, wat mooi is om te
zien.

Geoffrey Rush is een genot om naar te kijken als Sellers – niet
alleen lijkt hij fysiek ontzaglijk op zijn personage, maar ook weet
hij zich alle tics eigen te maken die we ons nog herinneren uit
Sellers’ films. Het is onmogelijk om naar Rush te kijken die een
nummertje opvoert in een vliegtuig als inspecteur Clouseau of die
Dr. Strangelove speelt tegenover z’n moeder, zónder je te beginnen
afvragen of ze op de één of andere manier geen archiefbeelden van
Sellers hebben gemanipuleerd om in de film te passen. Rush speelt
Sellers niet, hij bewóónt dat personage. Aangezien ‘The Life and
Death’ oorspronkelijk geproduceerd werd als televisiefilm, is komt
Rush niet in aanmerking voor een oscar voor zijn rol – begin nu
alvast de Academy te bestoken met e-mails, want dit is zonder meer
de beste acteerprestatie die ik in vele maanden heb gezien. In de
bijrollen wordt Rush ondersteund door een schare karakteracteurs
zoals Charlize Theron, Emily Watson, Stanley Tucci en een erg goeie
Stephen Fry.

‘The Life and Death of Peter Sellers’ is een film met een enorme
ambitie: ons komen uitleggen waarom één van de meest
ondoordringbare karakters uit de filmgeschiedenis deed wat hij
deed. Daar slaagt de prent niet in – wie had dat dan ook kunnen
verwachten? Maar niettemin zal dit een feest zijn voor elke echte
filmliefhebber: een intelligent, goed gemaakt en bovenal fenomenaal
geacteerd portret van een acteur die enkel onuitstaanbaar was in de
mate dat hij niet meelijwekkend was.

http://www.hbo.com/films/petersellers/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =