The Conversation




Het is ironisch dat Francis Ford Coppola altijd herinnerd zal
blijven als de regisseur van een film die hij aanvankelijk niet
eens wilde maken – ‘The Godfather’.
Zijn hart lag nog steeds bij kleinere, onafhankelijke, persoonlijke
projecten, maar financiële zorgen verplichtten hem om die klassiek
geworden gangsterfilm te draaien. Het succes van ‘The Godfather’ bezorgde Coppola echter
voldoende invloed in de filmindustrie om z’n eigen projecten te
pushen. Projecten zoals ‘The Conversation’, een paranoïde thriller
die tegenwoordig méér te bieden heeft als tijdsdocument dan als
misdaadverhaal. De mentaliteit van het Nixon-tijdperk kleeft immers
aan elke seconde van deze film – de Watergate-affaire, de beruchte
tapes die de president maakte in het Witte Huis van al zijn
gesprekken, en waar dan achteraf mysterieuze leegtes van 18 minuten
op verschenen enzovoort… Amerikanen leefden in de jaren zeventig
plots in een tijdperk waarin persoonlijke privacy steeds meer in
het gedrang leek te komen en waarin corruptie en wanpraktijken van
hogerhand steeds meer de orde van de dag waren. ‘The Conversation’
is een duidelijk resultaat van dat gevoel van wantrouwen – het
verhaal van een man die zó paranoïde is, dat hij systematisch alle
mensen uit zijn leven heeft geweerd, tot hij alleen is
overgebleven, één van de eenzaamste mensen op aarde.

Harry Caul (Gene Hackman) is een surveillance-expert in San
Francisco die z’n kost verdient met het volgen en afluisteren van
mensen. Hij is een obsessieve man, die enkel leeft voor z’n werk –
aan het begin van de film maakt hij met (voor die tijd)
hypergeavanceerde apparatuur een opname van een gesprek tussen een
jong koppel. Wanneer zijn collega Stan (John Cazale, in één van
zijn slechts vijf filmrollen) grapjes begint te maken, corrigeert
Harry hem streng – dit is een ernstige aangelegenheid. Achteraf
beluistert hij de tapes telkens opnieuw, om nuances van betekenis
te onderscheiden, om te weten te komen wie die mensen zijn en
waarom hij hen precies moest volgen. Hij kan z’n opdracht niet
loslaten.

Voor het overige heeft Harry zo goed als niets of niemand in z’n
leven – hij heeft een affaire met een vrouw, maar dat dan enkel op
zijn eigen voorwaarden. Hij laat nooit het achterste van z’n tong
zien, kan het niet aan om écht persoonlijk te worden. Hij sluit z’n
flat af met drie of vier sloten en ook zijn werkplaats is een
vergrendelde safe, erop ontworpen om mensen buiten te houden. Hij
heeft z’n hele leven zo ingericht dat andere mensen hem niet zouden
kunnen bereiken, hem niet zouden kunnen raken.

Het verhaal van ‘The Conversation’ is in feite het relaas hoe die
wapenrusting tegen de buitenwereld van Harry, langzaam maar zeker
af begint te brokkelen. Het begint met kleine speldenprikjes: hij
komt thuis en er staat een fles sterke drank in de gang, daar
achtergelaten door z’n huisbazin voor z’n verjaardag. Hoe is ze
binnengeraakt? Later weet een collega-veiligheidsexpert hem op een
beurs voor audio/videomateriaal te bedotten met een pen waarin een
microfoontje verborgen zit – als alom gerespecteerde professional
had hij toch beter moeten weten. Na de beurs worden zelfs de tapes
van de conversatie tussen het koppeltje gestolen. Telkens opnieuw,
op belangrijke en onbelangrijke manieren, wordt Harry
geconfronteerd met het feit dat hij niét waterdicht is afgeschermd
van de rest van de wereld. Dat anderen wel degelijk toegang tot hem
hebben, of hij dat nu leuk vindt of niet.

Coppola maakt een fascinerende karakterstudie van ‘The
Conversation’, met de thrillerplot – wil iemand de twee jonge
geliefden misschien vermoorden? – enkel als een vehikel om die
studie te dragen. We komen te weten dat Harry’s job ooit iemand het
leven kostte, en hij draagt die last uit het verleden nog steeds
met zich mee. Nu wordt hij benaderd door onheilspellende mannen in
maatpakken (Harrison Ford in een pre-‘Star Wars’ rolletje) om de
tapes te overhandigen, en heeft hij schrik dat hetzelfde opnieuw
zal gebeuren. Harry Caul is een man die zich in de weinig
benijdenswaardige situatie bevindt dat hij niemand kwaad wil doen,
maar dat hij een job uitoefent waardoor hij vaak niet anders kàn
dan mensen kwaad doen. Vandaar dat hij zich afsluit van de wereld –
maar ook dat blijkt uiteindelijk onmogelijk.

Coppola giet dat morele en emotionele dilemma in een goed
doordachte film, waarin hij op een fascinerende manier speelt met
het idee van herhaling. We horen de conversatie waar het allemaal
om draait een keer of vier, vijf opnieuw, en aangezien we tussen de
beluisteringen door telkens nieuwe informatie krijgen, lijken
dezelfde woorden telkens een nieuwe betekenis aan te nemen. De
gelijkenissen met Antonioni’s ‘Blowup’ zijn opmerkelijk: ook daar had je
iemand die andere mensen observeerde en op die manier ervan
overtuigd raakte dat er sinistere dingen aan de gang waren. In
‘Blowup’ was het een foto waarop
misschien, wie weet, een lijk te zien was. Hier is het een
geluidsopname die alles en niets kan betekenen, inclusief een
moordcomplot. In ‘Blowup’ probeerde
het hoofdpersonage achter de waarheid te komen door obsessief zijn
foto van steeds dichter bij te gaan bekijken, steeds verder uit te
vergroten, hier luistert Hackman keer op keer naar dezelfde
woorden, maar in beide gevallen is het resultaat hetzelfde: hoe
groter hun obsessie wordt, hoe meer ze zich in hun zoektocht naar
de waarheid laten meeslepen, hoe minder ze eigenlijk hebben om
zeker van te zijn.

‘The Conversation’ is een langzame film, die zich zeer doelbewust
een weg baant naar een fantastische slotscène, die de tragische
ironie van het personage Harry Caul op een zeer mooie manier
benadrukt. Voor een modern publiek is de film wellicht soms té
langzaam – alweer een lange scène waarin Hackman achter z’n
bandopnemers zit en de conversatie beluistert, alweer een scène
waarin hij eenzaam in z’n flat zit. Maar elke scène draagt wel
degelijk iets bij, indien niet aan de plot, dan toch aan de
thematiek of aan de uitdieping van het hoofdpersonage. Bovendien
houdt Coppola er een zeer spaarzame visuele stijl op na – zoals hij
het zelf zegt, wilde hij de camerabewegingen beperkt houden tot
mechanisch uitziende, langzame panoshots, alsof het geheel gefilmd
werd met een beveiligingscamera die slechts enkele verschillende
bewegingen toelaat, en dat dan nog zeer traag. Keer op keer zien we
de personages uit het beeld lopen – soms beweegt de camera helemaal
niet en moeten we wachten tot de acteurs zelf terugkomen, soms
volgen we hen wel, maar dan duurt het even voordat de lens de
acteurs achterna gaat, alsof die mechanisch bestuurd wordt en enige
tijd nodig heeft om te registreren dat er niemand in beeld
is.

Dit is dus het soort van film dat Coppola echt wilde maken: een
langzame, zeer bedachtzame thriller die voor veel mensen
tegenwoordig ongetwijfeld saai zal overkomen. Maar wie er het
geduld voor kan opbrengen, krijgt er een zeer rijk gevulde
karakterschets van een hopeloos eenzaam mens in een hopeloos
eenzaam tijdperk voor terug.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + zeven =