Shadowlands




Richard Attenborough was zeventig toen hij ‘Shadowlands’ maakte, in
1993, en dat merk je eraan: dit is een liefdesdrama dat alle
jeugdige fantasieën over wonderlijke, stormachtige romantische
avonturen achter zich laat en ervoor kiest om ons in de plaats
daarvan een stil, rustig, subtiel portret te geven van twee mensen
die van elkaar gaan houden, bijna zonder dat ze het zelf in de
gaten hebben. Conventionele filmwijsheid zegt dat liefde iets is
dat met een enorme knal plaatsvindt. Attenborough weet wel beter in
‘Shadowlands’ – dat is verliefdheid. Liefde daarentegen, is als een
virus dat onopgemerkt je systeem binnenkruipt. En dan plots, kun je
je niet meer voorstellen hoe je zonder die andere persoon verder
zou moeten. Het is dat soort van liefde – volwassen, rijp,
doorleefd – die in deze film centraal staat.

C.S. ‘Jack’ Lewis (Anthony Hopkins) was een gevierd auteur van
fantasyverhalen voor kinderen (zijn meest bekende werk was ‘The
Lion, The Witch and the Wardrobe’), die lesgaf in literatuur aan de
universiteit van Oxford, in de vroege jaren vijftig. We zien hem
aan het begin van de film als een man die zich comfortabel heeft
genesteld in de routine van z’n leven, maar ondertussen toch ook
steeds op zoek is naar méér. Aan zijn studenten zegt hij: ‘Kom,
spreek me tegen. Daag me uit.’ Maar niemand doet het, niemand
spreekt hem tegen, niemand dwingt hem tot enige vorm van conflict.
Ook wanneer zijn lessen zijn afgelopen, wordt hij omringd door
academische, cynische mensen die hem niet geven wat hij wilt in het
leven. Tijdens een vroege scène zien we hoe één collega probeert om
Jacks literair werk een voor de hand liggende freudiaanse analyse
aan te smeren, een andere ziet er een christelijke symboliek in.
‘Niks daarvan,’ zegt Jack. ‘Waar het over gaat, is magie.’ De
andere professoren, mannen van de ratio, voor wie magie iets is dat
ze uit hun woordenboek geschrapt hebben, bekijken hem
schertsend.

Dan ontmoet Jack echter Joy Gresham, een Amerikaanse dichteres en
fan van zijn werk. De twee beginnen een vriendschap waarvan wij in
het publiek meteen zien dat ze voorbestemd is om te ontbloeien in
een prachtige liefdesrelatie, maar voor hen duurt het iets langer
om dat te weten te komen. Joy biedt Jack alles wat hij eerder in
z’n leven miste: ze is een oprecht, zelfs vrijpostig mens die alles
zegt wat in haar hoofd opkomt, en hem daarmee eindelijk het soort
van intellectuele uitdaging biedt waar hij op heeft zitten wachten.
Wanneer z’n studenten er een andere mening op nahielden, hielden ze
hun mond – Joy flapt het er gewoon uit. En ook lijkt ze het concept
van magie, van terugkeren naar de kindertijd en opnieuw geloven
waarin je vroeger geloofde, nog steeds te waarderen. ‘The Lion, The
Witch and The Wardrobe’ heeft niets met Freud te maken, en zij
begrijpt dat – het is magie.

Joy wordt echter gespeeld door Debra Winger, en u weet wat dat
betekent: nog voor de haan driemaal gekraaid zal hebben, zal onze
heldin zieltogend sterven aan een ziekte naar keuze, in dit geval
kanker. We krijgen een huwelijksceremonie aan een ziekenhuisbed en
een nogal melodramatische dialoog van de orde: ‘Het geluk dat we nu
voelen, zal straks de pijn vergroten. En dat moeten we ons nù
realiseren, voor het te laat is.’

Dit verhaal, waargebeurd of niet, had aanleiding kunnen geven tot
een onvoorstelbaar sentimentele draak, maar de grens tussen
oprechte ontroering en pathetiek is bijzonder dun en Attenborough
weet zijn film altijd nét binnen de grenzen van het aanvaardbare te
houden. Voor een groot deel heeft dat te maken met Attenborough’s
gebruikelijke gereserveerde technische stijl: de regisseur beweegt
zelden of nooit z’n camera zonder dat daar een zeer goeie reden
voor is. Gewoonlijk stoor ik me nogal snel aan dat soort van
visuele conservativiteit, maar in het geval van deze film wérkt het
wel. Ten eerste moet je in een film die zich afspeelt in de
academische kringen van Engeland anno 1952, nu eenmaal niet teveel
spielereien proberen te verwerken – dat zou vloeken met de setting.
En ten tweede wordt de melodramatiek van de latere porties van de
film op deze manier niét benadrukt door de cameravoering. Een vrouw
die ligt te sterven terwijl haar man huilend de wacht houdt, is al
moeilijk genoeg om op een serieuze manier in beeld te brengen,
zonder dat je ook nog eens je camera als een wilde laat
ronddraaien. ‘Shadowlands’ brengt een verhaal met een oneindig
potentieel voor overdreven sentiment zó eenvoudig en droog in
beeld, dat al dat sentiment daarmee gelijk ondergraven wordt.

Bovendien zijn er de vertolkingen. Anthony Hopkins levert hier een
prestatie die soms verdacht doet denken aan wat hij een jaar later
zou presteren in ‘The Remains of the Day’: een man die al jaar en
dag niets in z’n leven heeft om extreme emoties over te voelen,
niets dan z’n dagelijkse routine en de bewondering van z’n
collega’s en lezers. En dan plots is er die vrouw en alles wordt
anders. Je ziet die verandering plaatsgrijpen in het personage van
Jack zelf – zijn manier van doen, van praten verandert zeer
subtiel. Let op een scène waarin Jack, kort nadat hij van Joy’s
ziekte heeft gehoord, tegen een vriend zegt hoeveel hij wel van
haar houdt. ‘Ik wist helemaal niet dat je zoveel voor haar voelde,’
zegt de man. En Jack antwoordt: ‘Ik ook niet.’ Hopkins gezicht op
dat moment, de inflectie van z’n stem, is één van de voornaamste
redenen waarom ‘Shadowlands’ zo goed werkt als film – je neemt wat
zielig melodrama had kunnen zijn, en je gaat dat dan zodanig
subtiel brengen dat je niet anders kàn dan geloven in de emoties
die je te zien krijgt. Iemand in een film die naar de met sterren
bespikkelde hemel juicht: ‘Ik ben zo verliefd!’, dat is onmogelijk
om in te geloven. Maar iemand die gaat zitten met een ietwat
verdwaasde blik en bij zichzelf zegt: “Hé, eigenlijk hou ik
ongelooflijk veel van die persoon…” – dàt is reëel.

Debra Winger, van haar kant, zal wellicht nooit m’n favoriete
actrice worden, maar ze is absoluut niet ongeloofwaardig als Joy
Gresham – niemand die zo fotogeniek de pijp aan Maarten kan geven
als zij (zie ook ‘Terms of Endearment’), en ondertussen slaagde ze
erin om me niet te ergeren. Veel beter zal la Winger het niet snel
doen.

‘Shadowlands’ is een rustige film, die haast onmerkbaar,
stilletjes, onder je huid kruipt om er te blijven. Een film gemaakt
door mensen die weten wat het is om iemand graag te zien en hoe je
dat in beeld moet brengen zonder dat je van de slappe koord dondert
en wegzakt in pathetiek. Voorwaar, een zeer knappe prestatie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + zestien =