Coffee and Cigarettes




Zelden een film gezien waarvan de titel de lading zo goed dekt:
‘Coffee and Cigarettes’, een nieuwe collectie kortfilms van eeuwige
weirdo Jim Jarmusch, is precies dat – negentig minuten van
mensen die koffie drinken en sigaretten roken. Ondertussen praten
ze over het leven, over hun werk, beroemdheid, ijdelheid en heel
vaak ook gewoon over niks. Gefilmd in zwart-wit en met een resem
sterren in de cast die wellicht alleen maar meedoen voor de lol en
om hun artistieke geloofwaardigheid op te vijzelen, is dit Jarmusch
op z’n meest ongegeneerd non-lineair, non-conformistisch. Op z’n
best kan dat bij deze regisseur geweldige cinema opleveren (de
western ‘Dead Man’ met Johnny Depp is een mooi voorbeeld), maar in
‘Coffee and Cigarettes’ komt het genie dat de man ongetwijfeld
bezit, maar af en toe even kijken, onderbroken door maar al te veel
voorbeelden van onuitstaanbaar pretentieus artistiek
geneuzel.

De 11 segmenten van ‘Coffee and Cigarettes’ werden opgenomen over
een periode van meer dan zestien jaar – het openingsfilmpje, waarin
Roberto Benigni en Steven Wright een korte scène spelen, werd
opgenomen in 1986. Dat met Tom Waits en Iggy Pop in de vroege jaren
negentig. Op die manier ontwikkelde zich langzaam maar zeker een
vignette aan korte momentjes tussen verschillende mensen, en de
enige conclusie die we kunnen trekken, is dat mensen overal
hetzelfde zijn: ze praten over dezelfde dingen, ze gedragen zich
naar dezelfde (vaak kleingeestige) motivaties. En ze zijn allemaal
dol op hun koffie en sigaretten.

Om die uniformiteit van mensen overal ten lande te benadrukken,
zien we verschillende stukken dialoog twee keer of zelfs vaker
terugkomen – mensen die niets met elkaar te maken hebben, elkaar
nog nooit ontmoet hebben, hebben dezelfde reacties: “Is dat alles
dat je als ontbijt/lunch/diner gaat hebben? Koffie en sigaretten?”
Zelfs een weinig voor de hand liggende regel tekst zoals: “Wist je
dat er een theorie bestaat die zegt dat de aarde akoestische
vibraties kan versterken?”, wordt in de mond gelegd van twee
verschillende karakters. Iedereen is hetzelfde. Jarmusch werkt voor
het overige absoluut niet naar een pointe toe – al die dingen die
we gewend zijn om te krijgen in een film, al die dingen waar uw
oude leerkracht Nederlands zo gek over kon doen, ontbreken hier:
catharsis, opbouw, climax, verhaalstructuur, psychologische
uitdieping… Niks daarvan. Koffie en sigaretten, dat is
alles.

Een paar van die filmpjes zijn ronduit briljant. Cate Blanchett
speelt een heerlijke dubbelrol als zichzelf én als haar eigen
naijverige nichtje Shelby, die Cate komt opzoeken wanneer die in de
stad is voor een ontmoeting met de pers. We zien de twee wanhopige
pogingen ondernemen om een vriendelijke, luchtige conversatie aan
de gang te houden, maar langzaam maar zeker zie je de jaloezie van
Shelby er dwars doorheen schijnen. Haar eigen vriend heeft een
metalband die maar niet van de grond wil komen, terwijl Cate alles
heeft waar Shelby maar van kan dromen. Het gesprek krijgt steeds
meer een bitter toontje, maar ook hier vermijdt Jarmusch de
traditionele emotionele pay-off: hij eindigt dit segment niet in de
één of andere scheldpartij, nee, zowel Cate als Shelby doen alsof
er niks aan de hand is en nemen afscheid in dezelfde
hypocriet-vriendelijke stijl waarin ze elkaar hebben begroet.

Nog zo’n pareltje is het segment van Alfred Molina en Steve Coogan.
Molina is erachter gekomen dat hij en Coogan familie van het derde
knoopsgat zijn en gebruikt de gelegenheid om min of meer de
viendschap van Coogan af te dwingen. Coogan, een onuitstaanbare
kwal van ‘n vent in deze film, wil er niks van weten en wimpelt
Molina af. Tot Molina een telefoontje krijgt van regisseur Spike
Jonze – we zien Coogan plots 180 graden draaien – niets is nu nog
teveel gevraagd van ‘m. Zonder dat het punt er al te nadrukkelijk
wordt ingehamerd, krijgen we een prachtig exposé van doodordinair
menselijk gedrag. Dit is hoe we zijn, van oost naar west, dit is
ons karakter.

Als alle filmpjes in ‘Coffee and Cigarettes’ van dat
kwaliteitsniveau waren geweest, dan had ik niets te klagen gehad,
maar helaas: samen duren die fragmenten ongeveer twintig minuten,
en buiten een kort optreden van Bill Murray als caffeïnejunkie, is
het voor het overige in de film maar huilen met de pet op. Een paar
van de scènes neigen ronduit naar absurdisme à la Beckett, zoals
ééntje waarin een vrouw door een wapentijdschrift bladert terwijl
een verlegen ober elke tien seconden komt vragen of hij nog mag
bijschenken. We weten wel wat er die ober scheelt: hij is te
verlegen om een mooie vrouw aan te spreken. Maar wat dan nog? Is
dat de reden waarom we vier à vijf minuten naar die doodsaaie scène
hebben moeten staren, waarin voor het overige volstrekt niets
gebeurt? In een andere scène zien we twee zwarte heren vijf minuten
doorbrengen in een diepzinnige conversatie over de vraag of er nu
al dan niet een probleem is: “Is er een probleem?” – “Maar nee,
waarom zou het?” – “Je moet het me zeggen als er een probleem is.”
– “Ja, maar er zijn geen problemen.” – “Nee, zijn er geen
problemen?” En zo gaat dat meer dan vijf minuten door.

Uiteindelijk is ‘Coffee and Cigarettes’ een film zonder duidelijk
onderscheiden doel. Wat wilde Jarmusch nu bereiken? Sympathie met
z’n personages of het inzicht dat mensen overal hetzelfde zijn? Het
zijn allemaal mogelijkheden, maar het feit blijft dat van die

http://www.coffeeandcigarettesmovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 1 =