Shaun of the Dead




Eerst maar het slechte nieuws: ‘Shaun of the Dead’ heeft wellicht
de flauwste titel van het jaar, een grap zo voorspelbaar en
lamlendig dat je op de poster automatisch naar de namen Leslie
Nielsen of Rowan Atkinson op zoek gaat. Het goede nieuws: dat is
dan ook meteen de minst leuke grap van de hele film. Voor het
overige weten de makers van de succesvolle Britse sitcom ‘Spaced’
een opvallend frisse, vaak erg geestige homage aan de zombiefilms
van weleer in elkaar te steken – een komedie die intelligent genoeg
is om nergens het masker te laten zakken en simpelweg toe te geven
dàt het een komedie is. De acteurs van ‘Shaun of the Dead’ lopen
door de film heen alsof ze denken dat het allemaal als een ernstige
horrorprent bedoeld is, en dàt is wat het soms zo grappig maakt.
Grote kunst kun je dit bezwaarlijk noemen, maar de prangende vraag:
“Naar welke muziek luisteren zombies nu eigenlijk,” krijgt op z’n
minst eindelijk een antwoord, en dàt is alvast toe te juichen. Het
antwoord is trouwens: Queen. Ik wíst het wel!

Simon Pegg speelt Shaun, een 29-jarige winkelbediende in een
elektronicazaak wiens leven niet echt naar plan verloopt: zijn
vriendin is hem beu, hij deelt een huis met een benepen boekhouder
die niets anders doet dan zeuren én met een dikke luiaard, wiens
hele wereld bestaat uit bier en videospelletjes. Dan, de dag nadat
z’n vriendin hem definitief aan de kant zet, breekt een epidemie
los die ervoor zorgt dat mensen die recent zijn gestorven terug tot
leven komen en op jacht gaan naar mensenvlees. Je zult maar eens
zo’n recent gestorven lijk zijn dat wakker wordt in een
dichtgenagelde doodskist, drie meter onder de grond, denk ik dan.
Maar goed.

Eens de stad onder de voet gelopen wordt door de levende doden,
krijgt Shaun eindelijk een kans om zich te tonen voor de held die
hij in z’n binnenste altijd al was. Samen met z’n walgelijke
huisgenoot, z’n vriendin, twee van haar vrienden en zijn moeder,
verschanst hij zich op die éne plek die hij nog beter kent dan z’n
eigen huis en waar hij alle uitgangen kan controleren: zijn
plaatselijke pub. Het is daar dat hij z’n laatste lijn van defensie
zal trekken tegen de zombie’s.

Veel filmparodieën, en dan voornamelijk die onzalige exemplaren
genre ‘Wrongfully Accused’ en ‘2001: A Space Travisty’, gaan zwaar
de fout in door te proberen om een specifieke film te imiteren –
scènes worden vaak haast letterlijk overgenomen, met hier en daar
een woord of een nadruk veranderd voor komisch effect. ‘Shaun of
the Dead’ trapt niet in die val: in plaats van één film te
bespotten, bespot men hier een geheel genre en alle conventies die
erbij horen. De onmiddellijke gedachten gaan allicht naar de remake
van ‘Dawn of the Dead’, maar het werk aan ‘Shaun’ begon al lang
vóórdat die nieuwe versie in de zalen kwam. Wat we hier krijgen,
zijn daarentegen de standaard situaties uit het genre: de vlucht om
familieleden en vrienden op te pikken, de gevaarlijke trip van de
auto naar de schuilplaats, de onderlinge spanningen onder de
overlevenden, de zombies die plots vanuit het niets opduiken en de
finale confrontatie. Het scenario voor ‘Shaun’ zou in essentie
gebruikt kunnen worden voor een reguliere horrorfilm, indien de
dialogen en een aantal situaties veranderd werden. En dat feit
maakt de film leuker: het is een griezelfilm die nog net één stap
verder gaat zodat het grappig wordt. In tegenstelling tot de meeste
Amerikaanse voorbeelden uit het genre, krijgen we niet de hele tijd
vette knipoogjes van de regisseur en schrijvers om ons mee te delen
dat het allemaal maar om te lachen is.

Bovendien weet men in ‘Shaun of the Dead’ gaandeweg tussen neus en
lippen nog een paar rake opmerkingen te maken over de popcultuur en
de manier waarop we ons allemaal langzaam maar zeker laten
veranderen in zombies – wanneer Shaun aan het einde met een antiek
geweer op de zombies begint in te schieten, wordt die scène
rechtstreeks gelinkt aan videospelletjes. Een ander personage
krijgt telefoon op z’n gsm, middenin een aanval van de levende
doden. Een techniek om de zombies kapot te krijgen, is door ze te
onthoofden, en onze helden vinden er niet beter op dan oude lp’s
naar hun kop te smijten: ‘De soundtrack van ‘Batman’?’ – ‘Gooien
maar!’ Dat soort van venijnige observaties keren met de regelmaat
van een klok terug. ‘Shaun of the Dead’ een satirische film noemen,
of beweren dat de prent iets fundamenteels te zeggen heeft over de
invloeden van de massamedia, zou veel te veel eer zijn. Daarvoor
heeft de film simpelweg te weinig ambitie – de steken onder water
die we dan toch krijgen, lijken mij eerder bedoeld als extraatjes,
om de prent wat interessanter te maken. Maar goed, ondertussen
geven ze toch maar een zekere meerwaarde.

Een aantal scènes zijn ronduit briljant bedacht – zo krijgen we een
Mexican stand-off waarin zowat alle resterende personages
elkaar bedreigen met een voor de hand liggend wapen – in casu, een
kapotgeslagen flesje of een kurkentrekker. En natuurlijk mijn
persoonlijke favoriet: een uitgebreide vechtscène op de maat van
Queens ‘Don’t Stop Me Now’. Zo krijgt dat nummer eindelijk nog eens
een praktisch nut.

Helaas raken niet àlle grappen hun doel – Bill Nighy, nochtans de
leverancier van die paar geestige scènes in ‘Love Actually’, loopt hier grotendeels
verloren in een bijrol die maar weinig te betekenen heeft. En
bovendien moet je opmerken dat regisseur Edgar Wright zich naar het
einde van z’n prent in een hoekje heeft gefilmd: hij heeft z’n
personages in precies dié clichématige, obligatoire situatie
geplaatst waar ze in eender welke normale horrorversie van de film
óók terecht zouden zijn gekomen: er zijn nog een paar overlevenden
van de oorspronkelijke groep waarmee we begonnen zijn, die bevinden
zich in een zeer beperkte ruimte en ze zoeken een manier om te
ontsnappen. Hoe moet Wright zich uit die situatie wurmen, wat voor
een resolutie moet hij geven? Het resultaat is dat ‘Shaun of the
Dead’ tijdens z’n laatste vijftien à twintig minuten voor een groot
deel simpelweg ophoudt een komedie te zijn, en verandert in een
gewone zombiefilm: we krijgen een paar glorieus bloederige scènes
waarin Shaun en z’n vrienden zich een weg doorheen de levende doden
hakken, een finaal bloedbad waarin zelfs – in pure ‘From Dusk Till
Dawn’-stijl – de toog van het café in brand wordt gestoken.
Allemaal goed en wel, dat is best wel onderhoudend om naar te
kijken – maar op dat moment is de film niet meer grappig.

Maar goed, dat blijven maar kleine foutjes in een film die op z’n
minst voldoende lef heeft om een genre dat recent opnieuw populair
is geworden, op een redelijk intelligente, sympathieke manier in
z’n hemd te zetten. De kans is groot dat het succes van ‘Dawn of the Dead’ binnenkort weer heel wat
nieuwe zombiefilms zal genereren. Een degelijke parodie op het
genre zal tegen die tijd meer dan welkom zijn.

http://uip.co.uk/romzom/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 17 =