I, Robot




Isaac Asimov was, samen met enkele roemruchte collega’s, zoals
Arthur C. Clarke, Robert Heinlein en Philip K. Dick, één van de
weinige SF-auteurs die ooit erkenning heeft gevonden in de
literaire wereld buiten de grenzen van het genre. Zijn verhalen
bevatten een filosofische en sociologische dimensie die er een zeer
reële intellectuele zwaartekracht aan gaven – enfin, een
zelfverklaarde intellectueel kon dit tijdens de zomer al eens op
een strand liggen lezen zonder er achteraf excuses voor te moeten
zoeken. Dat verfilmen was wellicht om problemen vragen – een hele
schare hondtrouwe fans stonden klaar om elke afwijking van het
bronmateriaal als een zwakte te interpreteren, dus er zou al bijna
een prestatie van ‘Lord of the
Rings’
-proporties voor nodig zijn om die allemaal tevreden te
stellen. Regisseur Alex Proyas, eerder al verantwoordelijk voor de
thriller ‘Dark City’, waagde toch een poging, en de ergste angsten
van alle Asimov-fans zijn uitgekomen: in plaats van een
intellectualistische thriller waarvan de plot ons vragen oplegt
over wie en wat we zijn in de wereld, krijgen we een doodgewone
zomerse blockbuster waarin Will Smith kogels en one-liners
op ons afvuurt. Asimov werd ingeruild voor de
Bruckheimer-aanpak.

De plot werd zeer losjes gebaseerd op een bundel van negen
kortverhalen die Asimov schreef, en draait rond Del Spooner, een
inspecteur op de afdeling moordzaken van Chicago, anno 2035. In
deze tijd is het gebruik van robots met menselijke afmetingen
schijnbaar de normaalste zaak van de wereld geworden: het
dagelijkse leven is geautomatiseerd buiten alle proporties, met
intelligente machines die fabriekswerk uitvoeren, de post bedelen
en ook gewoon dienen als hulp in het huis. Om de gebruiksveiligheid
van de robots te garanderen, heeft hun maker, Dr. Alfred Lanning
(James Cromwell), drie standaardregels geïnstalleerd: een robot mag
nooit een mens kwaad doen; hij moet alle bevelen van een mens
opvolgen tenzij dat bevel in tegenstrijd is met de eerste regel; en
hij mag zichzelf verdedigen, maar enkel indien die verdediging geen
inbreuk van regel één of twee inhoudt. Op die manier kan er nooit
iets mislopen met de robots, maar Spooner heeft het er niet op –
hij wil zelf geen robot in huis, en is vastbesloten ooit te zullen
bewijzen dat het systeem niet perfect is.

Hij krijgt z’n kans wanneer de grote baas van het betrokken
roboticabedrijf, Lanning, sterft na een val van de zoveelste
verdieping. De officiële versie luidt zelfmoord, maar Spooner
verdenkt een robot die zichzelf schuilhield in de kamer van waaruit
Lanning sprong. De robot ziet er in elk geval angstaanjagend
menselijk uit: hij noemt zichzelf Sonny, maakt zich kwaad en stelt
het soort van vragen dat geen enkele machine dient te stellen: “Wat
ben ik?”

De geest van Asimov’s ideeën valt hier nog wel terug te vinden: in
een ernstiger film hadden aan deze plot vragen opgehangen kunnen
worden rond de aard van menselijkheid (wanneer wordt een machine
menselijk, waar eindigen geprogrammeerde reacties en begint de
menselijke ziel?), rond de invloed van grote bedrijven op ons
dagelijks leven en onze steeds groter wordende afhankelijkheid van
machinerie. Die thema’s zijn in opzet aanwezig in de film, maar ze
weigeren om te kristalliseren in een heldere visie. Het grootste
deel van de tijd worden ze overstemd door een nogal futloze
whodunit, of door het soort van big budget
actie/avonturengeweld dat we jaarlijks in tientallen Amerikaanse
producties aantreffen. Steek Will Smith in een wagen die wordt
vastgereden tussen twee vrachtwagens vol killer robots. Laat
die robots vervolgens uit hun vrachtwagens kruipen om Smith aan te
vallen. En kijk dàn eens waar je blijft met je vragen rond
humaniteit, geweten en corporatief Amerika. ‘I, Robot’ heeft weinig
of niets te maken met de ideeën achter Asimovs werk. Het is een
zoveelste, ietwat clichématig, speciale effecten-extravaganza –
zomervoer om popcorn bij te knabbelen, niet meer en niet
minder.

Getuige daarvan een aantal verplichte conventies van het genre,
zoals: het trauma uit het verleden dat de flik met zich meezeult,
de onwaarschijnlijk aantrekkelijke dame die hem wil helpen, de
scène waarin Spooners overste hem vraagt om z’n badge in te leveren
en de vijand die plots een vriend blijkt te zijn. Die plotwendingen
zijn haast standaard geworden voor elke film die ook maar van
dichtbij of veraf iets met een politieonderzoek te maken heeft en
hier is het niet anders. Overigens heeft ook ‘I, Robot’ te lijden
onder dat vreselijke syndroom waar veel thrillers last van hebben:
het compulsieve sporen achterlaten. Het éne personage wil aan een
ander iets duidelijk maken, maar in plaats van z’n boodschap gewoon
even op een ordinair cassetterecordertje op te nemen en ‘m dat door
te spelen, steekt dat personage een heel ingewikkeld systeem in
elkaar met sporen die naar elkaar leiden en die dan voor het tweede
personage maar voldoende moeten zijn om het plaatje in elkaar te
kunnen puzzelen. Het zouden geen filmpersonages zijn als ze voor de
makkelijkste oplossing zouden kiezen.

De actiescènes zijn echter de reden waarom de meeste mensen gaan
kijken, en ik veronderstel dat ze vrij degelijk zijn – het
waanzinnig uitgebreide gebruik dat hier wordt gemaakt van CGI,
computergegenereerde beelden, maakt van ‘I, Robot’ in essentie
evenzeer een combinatie van live action en animatie als
destijds ‘Who Framed Roger Rabbit’. Ook hier stonden Smith en
kompanen voor een groot deel tegen een groen scherm te spelen en
meer niet – de samenvoeging is vrijwel naadloos, met aan het einde
een aantal zeer knap in elkaar gestoken actiescènes, waarin de
camera 360 graden, ondersteboven, over en onder de personages heen
draait. Dat is aardig om te zien, die scènes getuigen van technisch
vernuft en ze zijn ook zo gechoreografeerd dat de logica van de
situatie altijd duidelijk blijft.

Maar die paar spectaculaire momenten maken hier nog geen hit van:
‘I, Robot’ is en blijft een volstrekt oppervlakkige verfilming van
een allerminst oppervlakkige schrijver, een film die verzuipt in de
cliché’s en die er nergens in slaagde om me vast te grijpen. Een
echte verfilming van Asimovs werk zou je allicht niet met Will
Smith moeten maken voor een release als zomerse blockbuster. Het
zou niet eens een film zijn in hetzelfde genre als dit. Voorlopig
zit ik nog even te wachten op die andere film.

http://www.irobotmovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + achttien =