Tim Booth :: Bone

Af en toe moeten we bij goddeau eens héél koppig doen. Zeker als het vergeten helden van ons betreft, laten we niet zomaar betijen. Dat BMG in België geen promotie doet rond het soloalbum van Tim Booth mag dus geen reden zijn om het album niet onder de aandacht te brengen. De voormalige frontman van James levert immers een heerlijke soloplaat af die het afscheid van die groep een stuk minder bitter maakt.

Sinds het afscheid van James in 2001, zette Booth een stapje uit de muziekwereld om zich vierklauwens op het acteren en het schrijven te storten. Wat hij overigens met succes deed: een prijs voor beste newcoming acteur werd zijn deel, zijn scenario’s haalden het tv-scherm. En toch kriebelde het blijkbaar nog steeds muzikaal, want na drie jaar stilte ligt nu zijn eerste soloplaat in de winkel. Durf het echter zo niet te noemen of hij ranselt u de stad uit: liever had hij zich opnieuw achter een groepsnaam verscholen, maar dat mocht niet van de platenfirma die wel weet hoe ze geld voor haar eieren moet krijgen.

Er is natuurlijk ook nog Booth And The Bad Angel uit 1996, maar aangezien dat een samenwerking met Angelo Badalamenti was, geldt dat bezwaarlijk als een soloplaat. En ook Bone is eerder het resultaat van een samenwerking: Booth begon met ene K. Kerrigan aan de werkzaamheden, halverwege sprong ook producer/co-songschrijver Lee Muddy Baker op de kar. Het resultaat klinkt in elk geval niet erg verschillend van wat James vroeger verschafte: licht-folky gitaarpop met een dansbaar kantje.

Dat valt nog het meest op in opener "Wave Hello", dat met zijn rinkelende melodie op om het even welke James-plaat van de laatste vijftien jaar had kunnen staan. Ook single "Down To The Sea" tapt uit dat bekende vaatje, met een wijds refrein dat zonder schroom naast dat van Suede’s "By The Sea" kan gaan staan.

Nieuw is de groove die her en der binnensluipt als in het superieure "Monkey God". Drijvend op ratelende percussie en een pompende baslijn gaat Booth in een bezwerende trance terwijl hij op zijn gekende wereldverbeterende wijze de mensheid nog eens goed de mantel uitveegt. Het hoogtepunt van de plaat krijgen we zo al bij het derde nummer, en toch glijdt onze aandacht niet weg. Wat volgt blijft lekker popvoer.

"Bone" heeft ook al van die sjamanistische kwaliteiten, maar de volgende uitschieter is een ballad. "Discover" is dramatisch, breeds openbloeiend en heeft een net niet té clevere tekst met onder andere de briljante zinsnede "I killed you once, but let’s pretend/that this time round we’ll be good friends". "Fall In Love" dat volgt, verbleekt er zelfs wat bij. Meteen is ook niet helemaal duidelijk waarom Booth dit nummer opviste van op zijn samenwerking met Badalamenti. Mooi is dan weer wel hoe de brug wordt gemaakt naar het daaropvolgende "Falling Down". De overgangen op dit album zijn overigens wel op meer plaatsen verzorgd; het ene nummer vloeit vlotjes voort in het andere.

Met "The Darkness" (beter dan de groep) en "Eh Mama" krijgen we na het lange blokje ballads nog wat up-tempofeest, daarna is het alweer afsluiten geblazen in "Careful What You Say". Tim Booth is terug van maar heel even weg geweest, maar helaas lijkt niemand er ook nu weer erg veel acht op te slaan. En dat vinden wij jammer. U gaat ons niet horen beweren dat dit een wereldplaat is, wel een heerlijke popplaat. De zoveelste al van deze mijnheer, en dus tijd dat u hem uw oor leent. Mogen we die gunst van u vragen? Mooi zo, dan gaan wij nu een paar kaarsjes branden zodat er een Belgisch concert van komt in het najaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =