Daan :: Victory

Als je de mensen uit het muziekwereldje moest te slapen leggen die
verklaren dat plaatjes maken maar één van hun creatieve bezigheden
is, dan kom je met twee WTC-torens allicht niet meer toe. Want
ofwel zijn ze in de eerste plaats dichter, schrijver, schilder,
fotograaf, beeldhouwer, acteur of balletdanser, die muziek komt
meestal toch maar op de tweede plaats. Maar o wee als hun plaatjes
door de pers of door de fans niet al te enthousiast onthaald
worden! Dan lijkt het wel of hun eigen kindjes werden mismeesterd
door die vieze ‘Snorremans’ uit Groot-Charleroi!
Scheren we Daan Stuyven over dezelfde kam? Geenszins! Daan is Daan,
een fenomeen als geen ander. Daan is een artiest met evenveel
facetten als een vliegenoog. Het is haast niet te geloven dat de
zanger van het ernstige gezelschap Dead Man Ray en de solo-artiest
die catchy popplaten als ‘Profools’ en ‘Bridge Burner’ uit de mouw
schudde in één en dezelfde persoon schuilgaat. Bovendien is een
beetje tongue-in-cheek hem niet vreemd, denken we maar aan
zijn zijstapjes in het Nederlands: ‘Geen Franse wagens meer’ (met
dit nummer haalde hij zelfs Tien Om Te Zien!) en (vooral) ‘De
koning van Vlaanderen’, een sublieme sneer aan het adres van
toenmalig minister-president Luc Van den Brande.
En ook hij leeft niet van de muziek alleen. Zo ontwierp de graficus
Daan ooit nog een serie telecards voor Belgacom.’
De Daan op de hoes van “Victory’ lijkt wel regelrecht te zijn
weggelopen van een reclameposter uit de jaren ’80, voor
mannenkledij of voor rookwaren of iets dergelijks. Ook de muziek op
deze plaat lijkt in hetzelfde tijdvak te zijn geboren. Wie de
single ‘Victory’ (tevens de opener van deze plaat) kent, weet
echter dat Daan zich niet beperkt tot het kopiëren van gimmicks of
het imiteren van vergane gloriën van het Donkere Decennium. In
tegenstelling tot de meeste vertegenwoordigers van de
eighties-revival is het vertrekpunt van Daan nog steeds De Song. De
eighties-sound is niet meer dan een jasje waarmee hij zijn liedjes
aankleedt vooraleer hij hen de barre koude injaagt. De songs van
Daan zijn dan ook bedrieglijk eenvoudig. Net als op ‘Profools’ en
‘Bridge Burner’ geven ze pas na enkele luisterbeurten hun geheimen
(en dus hun ware schoonheid) prijs. En wie echt een inspanning doet
en de teksten beluistert (of bestudeert op het hoesje) merkt meteen
dat we niet te doen hebben met een vrijblijvend, gratuit plaatje.
Ook al is Daan in deze de bescheidenheid zelve, het is niet voor
niks dat ene Arno Hintjens hem een tijd geleden bombardeerde tot
één van de beste songtekstschrijvers ter wereld.
Mensen die van de single hielden, raden we aan zo snel mogelijk de
full-cd in huis te halen, want de negen nummers die volgen zijn zo
mogelijk nóg beter. ‘Lie’ swingt als de pest en wordt voortgestuwd
door een beest van een baspartij (signé Jeff Anderson). In
‘Eternity’ (gezongen als een regelrechte sollicitatie om de plaats
van Maurice Gibb in te nemen bij de BeeGees) wordt het
strijkkwartet geïntroduceerd dat op het gros van de nummers een
belangrijke rol zal spelen. ‘Galaxy’ en ‘Addicted’ (meer van
hetzelfde, maar toch weer onderling sterk verscheiden) zetten ons
halfweg de plaat af bij ‘Housewife’, een instrumental die het
niveau van menige dance-compilatie fors de hoogte zou injagen. Wij
die dachten dat we na deze ‘zes op zes’ al ruimschoots waar voor
ons geld hadden gekregen, konden niet vermoeden dat het beste nog
moest komen. ‘Renegade’ (dat heel even de golden age van
Simple Minds evoceert) en ‘Dream’ (dat ons een idee geeft van hoe
‘View From a Bridge’ van Kim Wilde had kunnen klinken, indien ze
Daan onder de arm had genomen als componist in plaats van haar
broertje) vormen de ideale aanloop naar het langgerekte orgelpunt
van deze plaat, het ronduit indrukwekkende tweespan ‘Gabriel’ en
afsluiter ‘Neverland’, een song die volgens de hoesnota’s slechts
4’53” duurt maar pas afklokt na 8’38”.
Wie de rit helemaal uitzit, krijgt dan ook een Daan te horen die
normaal gezien gereserveerd wordt voor het ‘serieuzere’ werk van
Dead Man Ray, een zanger met een krop in de keel, slechts begeleid
door het strijkkwartet. De overmoedige wannabe playboy uit
het eerste nummer kreeg in de loop van de plaat immers heel wat
deksels op zijn neus en beseft pas op het einde waar hij werkelijk
staat: nergens…
(P.S.: het is natuurlijk geen toeval dat het eerste nummer
‘Victory’ heet en het laatste ‘Neverland’, als we denken aan de
neergang van het jonge negertje M.J. dat ooit met zijn broertjes
heel wat hits scoorde (zoals ‘Victory’) en nu helemaal alleen – in
zijn veel te grote Neverland – droomt van sprekende dieren en jonge
jongenslijfjes…)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + tien =