The Veils :: ”Ik werd folkie uit rebellie”

De documentaire "Live Forever" mag Britpop dan officieel gecanoniseerd hebben tot iets van het verleden, temidden van alle garage-hypes treden britpoppers The Veils onbekommerd op het voorplan. Met aanstekelijke popsongs die tal van echo’s naar de hoogdagen van de Noellen, de Damons en de Bretts in zich dragen moeten ze zich dan ook allerminst schamen: The Runaway Found is een meer dan aardig debuut.

Met zijn androgyne uitstraling is Veils-frontman Finn Andrews een ware posterboy, en plots zijn we blij dat we zo zeker zijn van onze geaardheid en geslacht. We mogen er niet aan denken hoe we anders hadden gestotterd in plaats van samenhangende vragen te stellen. En dan zingt hij nog als een jonge god. Is een interview ter promotie nog nodig als we ons de horden enthousiaste groupies al kunnen voorstellen? Maar goed, dat is voorlopig nog fantasie van onze kant, laten we dus maar gewoon die eerste vraag stellen.

enola: Je werd geboren in Londen maar groeide sinds je derde op in een klein stadje in Nieuw-Zeeland. Op je zeventiende besloot je terug naar Londen te trekken. Voorwaar een grote stap.
Finn Andrews: "Ach, er was gewoon geen enkele reden om daar te blijven. Ik had er mijn tienerjaren doorgebracht en ik had die songs: nu had ik bevestiging nodig dat wat ik deed de moeite was. En die vind je niet in een klein stadje waar je zowat iedereen kent en zeker iedereen die met muziek bezig is. Als mensen daar vonden dat ik met iets goeds bezig was, dan wilde ik het naar een hoger plateau brengen om zeker te zijn dat het ook echt goed is."

enola: En dan sta je daar als zeventienjarige alleen in Londen, met een gitaar onder de arm: moet je geld verdienen, aan eten raken.
Andrews: "In het begin verbleef ik een tijdje bij mijn grootouders die daar woonden en ik had wel eens een job. Een wat bizarre overigens: een vriend van me maakte de mallen voor etalagepoppen en de handen daarvan modelleerde hij op die van mij. Dat betaalde heel erg goed dus dat heb ik wel even gedaan. Ja, hij gebruikte enkel mijn handen, blijkbaar is dat het enige deel van mijn lichaam dat juist geproportioneerd is daarvoor ."

enola: Je stond daar met je songs en toen ging je op zoek naar muzikanten voor je groep. In hoeverre kun je dan over The Veils spreken als een groep en is het niet Finn met zijn begeleiders?
Andrews: "We staan allemaal ten dienste van de songs: ik doe voor de songs wat nodig is om ze goed te doen uitkomen en zij doen hun deel daarvoor. Die songs bestaan op zich, zij zijn de reden dat wij een groep zijn. Ik heb niet het gevoel dat ik die schrijf; ze zijn er plots."

enola: Je vader zat in de synth-popgroep XTC en was veel met elektronica bezig en dan trok je naar Nieuw-Zeeland waar je de folk ontdekte. Is er iets van je vaders elektronische invloed geslopen op The Runaway Found?
Andrews: "Ik was nooit into synths. Mijn vader wel dus ik hoorde er veel, maar ik leef voor gitaren en harmonieën, iets helemaal anders. Het was wel leuk om tegen mijn ouders te rebelleren op zo’n manier: ik werd folkie uit rebellie. Ik was absoluut gekant tegen die synths."

enola: Wat trok je aan in folk? Een soort van soberheidethiek?
Andrews: "Geen idee. Folk is uiteindelijk ook maar een genre als een ander, schatplichtig aan al wat voorafging. Er zijn niet echt regels of een ethiek aan verbonden. Het komt wel neer op verhalen vertellen en daar hou ik erg van: hoe je met een paar eenvoudige elementen iets kunt maken dat niet van deze aarde is. Om met wat woorden en je stem iets hemels te maken."
"Ik hou helemaal niet van de groepen die jij en anderen in ons horen: Bluetones, Suede,… Ik denk dat het meer zo is dat de groepen die hen beïnvloed hebben ook ons hebben beïnvloed. Ook Bernard Butler is bijvoorbeeld erg geschoold in de traditie van de klassieke popsong: Motown, Dusty Springfield,… dat genre. Hele eenvoudige dingen."

enola: Gaat "The Tide That Left And Never Back" over die tijd in Nieuw-Zeeland? Je begint er met "I’m sick of this city/that burns in my side".
Andrews: "Dat is eigenlijk mijn minst autobiografische nummer, het is gewoon een popliedje met een mix van gevoelens. Dat is de bottomline uiteindelijk: het zijn gewoon popsongs recht uit het hart."

enola: De geboorte van het album was niet gemakkelijk: het heeft twee jaar op zich laten wachten. Jullie hadden problemen met het Blancy y Negro-label waar jullie getekend waren?
Adam Kinsella (bas): "We hadden niet echt problemen met hen maar eerder met de mensen die eigenaar van Blanco y Negro zijn. De mensen die het runnen zijn van Rough Trade en zijn erg ok, maar het label is in handen van Warner UK En met hen kwamen we niet erg goed overeen: ze hebben Madonna, wat weten die hoe ze met een beginnende groep moeten omgaan? We hebben geleden door hen, maar gelukkig heeft Rough Trade ons gered. We hebben geluk gehad."
Andrews: "Het grootste deel van het album hebben we opgenomen toen we nog op Blanco y Negro zaten, in de zomer van 2002. Toen we klaar waren begonnen de problemen met Warner echter en die hebben een half jaar aangesleept voor we bij hen konden vertrekken. We konden moeilijk stoppen in de tussentijd en ondertussen hadden we meer nummers om op te nemen. Ongeveer de helft van de songs op het album komt van de originele plaat, de rest is er toen bijgekomen."

enola: En nu ben je één van de grote beloftes voor dit jaar.
Andrews: "Dat horen we toch."
enola: Je voelt geen druk of torenhoge verwachtingen die je hebt waar te maken?
Kinsella: "Niet echt. Als we maar een goed jaar hebben, uiteindelijk is al dat gehype maar bullshit."
Andrews: "Ik heb er eigenlijk geen idee van of ze iets van ons verwachten. Al verwacht Geoff Travis, die ons getekend heeft, heel wat van ons. Hij had ongetwijfeld ook zijn redenen om ons onder contract te nemen, maar de enige druk die we voelen komt van onszelf. We willen dat deze plaat gehoord word want ik ben er erg tevreden over. Ik had verwacht van niet omdat je — zeker bij een debuut — altijd je fouten zult horen. Maar neen, ’t is een erg goed werkstuk."

enola: Jullie verkozen niet met één producer te werken?
Andrews: "Neen. Enkele nummers zijn door Bernard Butler geproduced en de rest door een kerel, Mathew Olivier, die we leerden kennen omdat hij de engineer was toen we met enkele producers — we hebben er heel wat geprobeerd waarmee het niet klikte — proefopnames deden."
"We hebben altijd een duidelijk beeld gehad van wat we wilden en hoe de songs moesten klinken. Dan ga je geen hoop geld neertellen voor een kerel die gewoon maar moet zitten luisteren en je probeert te vertellen hoe het in zijn visie moet klinken. De producers die we getest hebben haalden de songs of helemaal uit elkaar of ze deden net helemaal niets behalve op het opnameknopje duwen. En dat op zich konden we al niet hebben: iemand zoveel geld te betalen om hun gewoon op hun achterste te laten zitten."

enola: Met een geluid als dat van jullie is het smeken om Suede-vergelijkingen door Butler als producer te vragen.
Andrews: "Ik heb er nooit zo over gedacht en ik heb overigens nooit een Suede-plaat gekocht. Voor zover ik heb begrepen zijn zij veel meer een fashion-band: flamboyant, decadent,…. Dat is nooit mijn interessesfeer geweest. En mijn stem trekt helemaal niet op die van die Brett Anderson."
enola: Ik vond de vergelijking toch echt voor de hand liggen. Suede, maar dan zonder dat decadente, dat glamoureuze.
Andrews: "Isn’t Suede without the glam not nothing at all? Ernstig: ik wil echt wel weten waar die vergelijking vandaan komt. Het heeft vreemd genoeg pas de kop opgestoken sinds Bernards productie; daarvoor wees niemand in die richting. Ik heb de indruk dat het gewoon gesneeuwbald heeft: één iemand nam de naam in de mond en iedereen praat die nu na. Mag ik je een gunst vragen en die groepsnaam niet te laten vallen in het interview?"

enola: Helaas.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =