Wall Street




Na zijn oscarwinnaar ‘Platoon’, besloot Oliver Stone om de kritiek voor te zijn door snel een volgende film te maken. Wanneer een film succesvol is en prijzen wint, krijg je in de maanden die daarop volgen immers een vrijwel onvermijdelijke terugval in waardering – mensen gaan zich hardop afvragen of het écht wel allemaal zo goed was als iedereen beweert, en of je al die lof écht wel verdiend had. Stone wilde die reacties voor zijn, snel met een opvolger komen die z’n pas verworven reputatie zou bevestigen. ‘Wall Street’ lijkt op het eerste zicht een heel andere prent, maar die verschillen zijn enkel oppervlakkig. De regisseur verhuisde zijn camera van de jungle van Vietnam naar de jungle van het financiële wezen van New York, maar er vallen nog steeds evenveel slachtoffers in een zinloze strijd: ditmaal de strijd om het eeuwige méér.

Zelfs de structuur van beide films vertoont opvallende overeenkomsten: opnieuw krijgen we Charlie Sheen, ditmaal als Bud Fox, een jonge, gretige beursmakelaar die de kleine handel beu is, en koste wat het kost hogerop wil geraken. Na talloze telefoontjes weet hij zich het kantoor binnen te werken van Gordon Gekko (Michael Douglas), een mogul die zijn leven doorbrengt achter computerschermpjes waarop eindeloze rijen cijfertjes voorbijglijden, drie telefoons tegelijk in z’n handen, steeds op jacht naar de volgende overname, het volgende miljoen. Gekko, een multimiljonair die zelf nauwelijks nog lijkt te beseffen hoe rijk hij wel is, is alles wat Bud wil worden. Tijdens die eerste vergadering weet Bud hem wat inside-informatie te geven over het vliegtuigbedrijf waarvoor zijn vader werkt. Gekko verdient wat aan die info, en besluit de jongen in zijn cirkel op te nemen. Langzaam maar zeker zakt Bud weg in een wereld van ongebreidelde hebzucht, waarin de grenzen van de wet en de simpele menselijke moraal steeds verder vervagen.

Tegenover Gekko als charlataneske mentor en vaderfiguur, staat Buds (en Charlie Sheens) echte vader Carl (Martin Sheen), een man die nog leeft volgens een verouderde erecode. We ontmoeten hem in de film als een laatste overlevende van een stervend ras, mannen voor wie een handdruk en een woord nog voldoende waren. In de wereld van zijn zoon en gladde zakenmannen als Gekko, is zelfs een ondertekend contract nog geen garantie. Net als in ‘Platoon’, krijgen we de naïeve jongeling en de goede en slechte vaders die hem begeleiden. De vraag is alleen wie de zoon zal kiezen.

Stone’s eigen vader was een beursmakelaar, die z’n hele leven op Wall Street doorbracht, er weinig geld aan overhield, en uiteindelijk stierf, een jaar voor deze film uitkwam. Niet voor de eerste of de laatste keer, drijft ‘Wall Street’ dan ook op een opvallend gevoel van bitterheid, een oprechte minachting voor het soort van mensen die zo mentaal, emotioneel en spiritueel verarmd zijn, dat ze niets anders meer hebben om zich aan vast te houden dan hun hebzucht. Aan het einde van de film stelt Bud aan Gekko de vragen die het publiek zich vanaf het begin al stelde: “Wanneer is het eindelijk genoeg? Hoeveel huizen kun je hebben, hoeveel privé-jets, hoeveel jachten om achter aan te waterskieën? Wanneer is het genoeg?” Gekko heeft een vrij lange monoloog als reactie, maar hij geeft geen echt antwoord op die vragen. Zoals Stone het in deze film voorstelt, zijn er geen grenzen. De monsters van commerce die in deze wereld huizen, leven voor het meedogenloze spel met kapitalen, bedrijven en mensenlevens dat ze spelen, en geld is enkel iets waarmee ze de score bijhouden.

Het is interessant om te zien wat ze doen met dat geld: abstracte kunst kopen die je gemakkelijk op z’n kop kunt draaien zonder het verschil te zien. Weet Gekko waar die kunst over gaat, wat het betekent? Nee, maar hij kent wel het prijskaartje, en hij weet hoeveel het over een paar jaar waard zal zijn. Zijn huis staat vol met meubilair dat er erg gestroomlijnd, maar bovenal erg oncomfortabel uitziet. Alles aan zijn bestaan lijkt zó uit een tijdschrift te komen, “How to live like a millionair.” En over de loop van de film zien we Bud steeds meer in zijn voetstappen volgen. Ook zijn flat gaat er zo uitzien, ook hij gaat van die peperdure pakken dragen, ook hij begint in belachelijke power-speech te praten: “Lunch? Lunch is for wimps!”

Stone is nooit een erg subtiel filmmaker geweest, en ook hier houdt hij zich bepaald niet in, wat dat betreft. Douglas speelt Gekko met een gluiperige overtuigingskracht (hij hield er dan ook een oscar aan over), en krijgt de beste regels tekst, zoals de beruchte “greed is good”-speech. Stone neemt vanaf het begin nadrukkelijk zijn standpunt in voor de kant van Martin Sheen, de ouderwetse waardigheid van het zakendoen, en pretendeert op geen enkel moment dat hij van Gekko een genuanceerd personage maakt. Het is enkel door de manier waarop Douglas hem speelt, dat hij méér wordt dan enkel een grijnzende booswicht – hij wordt de “man you love to hate”, iemand die je enorm graag bezigziet, hoewel je z’n bloed soms wel kunt drinken. Immorele personages zijn vaak het leukste in films – dit is er eentje die gevraagd wordt waarom hij andermans levenswerk kapot heeft gemaakt, en simpelweg antwoordt: “Omdat het vernield kón worden.”

Sheen overtuigt hier minder dan in ‘Platoon’, maar blijft nog wel aan de veilige kant van de middelmatigheid in zijn rol als Bud Fox. Het is wanneer hij samen met zijn vader in eenzelfde scène zit, dat de vonken pas écht vliegen – het was een goeie keuze om zijn echte vader voor de rol te kiezen, hun geschiedenis samen (ook al geen eenvoudige), komt er zichtbaar doorheen stralen. De scène in de lift van Buds flatgebouw, en later op straat, is erg krachtig.

Blijft daar nog Daryl Hannah, pijnlijk miscast als geldgrijpende bitch die zichzelf eerst aan Gekko, en daarna aan Bud vastklampt, maar eigenlijk alleen geïnteresseerd is in dollars. Hannah was toch al nooit een erg sterke actrice, en hier komt ze soms ondraaglijk ééntonig, zeurderig uit de hoek.

‘Wall Street’ is met de jaren enigszins vergeten in het oeuvre van Stone, maar blijft een fascinerende film over de macht van geld en de werking van een systeem dat dit soort van praktijken toelaat en zelfs nodig heeft om te kunnen draaien. De financiele wereld wordt (volgens Stone) enkel in gang gehouden door types als Gordon Gekko – dat is de echte waanzin ervan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − negen =