The Doors



Ik heb een kennis die echt een ongelooflijke Doors-freak is,
maar dan ook echt op het randje van het ziekelijke af: hij gaat
regelmatig op bedevaart naar Parijs (Père Lachaise, de flat waar
Morrison z’n laatste jaren doorbracht enz…), heeft alle platen,
bootlegs en zeldzame opnames, een boekenkast vol biografieën en
tijdschriften, noemt u maar op. Toen ik ‘m aansprak over de film,
lachte hij eens, en hij wist me te vertellen dat de regisseur voor
de Morrison uit ‘The Doors’ één aspect van het karakter van de
zanger heeft gekozen, en dat vervolgens duizendmaal heeft
uitvergroot. Wat Stone vergeet te tonen, volgens hem, is de mens
die erachter schuilging, een man die vaak erg verlegen en timide
was en die zich kinderlijk kon gedragen in gezelschap en zelfs op
een podium. De Morrison van ‘The Doors’, is de mythe Morrison. De
Morrison waar depressieve pubers in geloven. Maakt dat er een
slechte film van? Helemaal niet. Maar zoals altijd bij Stone
(vooral in zijn meer politiek geëngageerde films), is het
belangrijk om de fictie van de realiteit te onderscheiden.

We volgen de enigmatische zanger tijdens zijn snelle opkomst en
nog snellere ondergang als rockidool en sekssymbool. Hun vroege
successen, hun experimenten met drugs en Jims ontmoeting met Pamela
Courson (Meg Ryan in een zeer ongewone rol). De muziek van The
Doors betekende een belangrijke overgang naar een meer
psychedelische inhoud in een muziekgenre dat tot dan toe werd
gedomineerd door luchtige, banale deuntjes. Met hun zware teksten,
vaak doorspekt met seksuele inhoud en verwijzingen naar klassieke
literatuur (‘The End’, bijvoorbeeld), wisten ze een onmiskenbare
identiteit op te bouwen waar niemand anders aan kon tippen. De
muziek van The Doors’ klonk niet als die van eender welke andere
groep. De Morrison van deze film is echter duidelijk iemand die het
succes niet aankan, en zich verliest in drugs, drank en al de
vrouwen die hij maar kan krijgen. Hij heeft een morbide fascinatie
met de dood, wandelt doodkalm op de randen van hoge gebouwen en
gaat lachend aan de vensterbank van een hotel hangen, vele
verdiepingen boven de grond. Wanneer blijkt dat z’n vriendin hem
bedriegt, sluit hij haar op in een klerenkast, die hij vervolgens
in brand steekt.

En dat is de voornaamste kritiek die de fans hadden tegen deze
film: wie alléén afgaat op de film ‘The Doors’, zou Morrison gaan
beschouwen als een ordinaire zatlap die af en toe op een podium
kroop om tien minuten later ofwel dronken neer te storten, ofwel
gearresteerd te worden omdat hij z’n pik niet in z’n broek kon
houden. Dat de man ook een paar van de beste teksten in de
geschiedenis van de rockmuziek heeft geschreven, en een stem bezat
waarmee hij à la minute kippenvel kon doen uitbreken over elke
vierkante centimeter van je lijf, wordt daarbij naar het zijplan
verdrongen. Morrison was een dichter, een zanger en een dronkaard.
In de film van Stone is hij een dronkaard, een drugverslaafde, een
arrogant klootzakje, een dichter en een zanger. In die volgorde.
Maar opnieuw: daarmee is niet gezegd dat het slechte film is.

‘The Doors’ werkt beter als een verfilming van de muziek van de
legendarische groep, dan als een biopic van de zanger. De sfeer van
de liedjes wordt perfect weergegeven in lange, surrealistische
scènes, zoals die in de woestijn, terwijl ‘The End’ speelt. Ook de
concertscènes behoren tot het beste dat er ooit op dat gebied is
gedaan, met een minutieus georchestreerde chaos van een
onberekenbare zanger, een uitzinnig publiek en een politiemacht die
wanhopig probeert om een beetje orde te bewaren.

Val Kilmer was een vrijwel volslagen onbekende toen Stone hem
castte voor de rol van Morrison. Hij had een klein rolletje
gespeeld in ‘Top Gun’, en de hoofdrol in Ron Howards ‘Willow’, maar
die laatste film was geen commercieel succes bij z’n aanvankelijke
release. Het is onwaarschijnlijk hoe sterk de fysieke en vocale
gelijkenis tussen Kilmer en Morrison is. Kilmer, een method-acteur,
heeft tijdens de hele draaiperiode niets anders gedragen dan een
leren broek en laarzen, en ging na een tijdje geloven dat hij
letterlijk bezeten was door de geest van Morrison. De acteur werd
er op de set naar verluidt niet bepaald een gemakkelijker mens op
(dat is hij sowieso al niet), maar zijn vertolking is zonder meer
perfect – het is niet te geloven dat hij hier geen oscar voor heeft
gekregen. De muziek in de film is overigens een mengeling van
originele opnames en (vele) stukken die Kilmer zelf inzong. De
overlevende leden van The Doors kregen een opname met de stem van
de acteur te horen, en konden geen verschil horen tussen hem en de
echte Morrison. Je zou nog bijna gaan geloven dat Kilmer écht
bezeten was.

Liever hij dan Meg Ryan, die hier een poging ondernam om te
breken met haar brave meisjes-imago, maar zich duidelijk niet op
haar gemak voelt in het universum van Stone en The Doors. Let op
een bepaalde scène, waarin ze met Morrison in bed ligt, en
strategisch haar borsten afdekt met haar armen. Stone vertelde
later dat hij haar wel honderd keer gevraagd heeft om haar armen
gewoon te laten liggen, niemand dekt zich zo af wanneer ze in bed
liggen met hun man, maar hij kreeg haar niet zover. Dat zou nog een
dikke tien jaar duren, toen Jane Campion Ryan wél in haar blootje
kreeg.

Stone weet evenwel een overtuigend tijdsbeeld op te hangen,
prachtig gefilmd in overwegend gele en oranje tinten door Robert
Richardson, zijn vaste cinematograaf sinds ‘Salvador’. De camera lijkt geen seconde
stil te staan, en lijkt regelmatig mee te bewegen op het ritme van
de muziek, om de sfeer te versterken.

In 1970 stuurde een jonge Oliver Stone een vroege versie van het
scenario van ‘Platoon’ op naar de
echte Jim Morrison, met de bedoeling dat hij er de hoofdrol in zou
spelen. Dat script werd teruggevonden onder de bezittingen van
Morrison na zijn dood, een dood die hooguit enkele weken of maanden
later kan zijn gekomen. Sindsdien heeft Stone zich, net als
iedereen, zijn eigen beeld verworven van de zanger, zijn eigen
persoonlijke Jim Morrison. Dat is nu eenmaal wat we doen met
beroemdheden die we nooit ontmoet, laat staan gekend hebben: we
gaan ze voor onszelf heruitvinden, we maken ons een persoonlijke
voorstelling van hoe ze waren, wat hun karakter was. En die visie
heeft Stone vervolgens in z’n film gegoten, heel vaak zonder zich
te storen aan de waarheid zoals die verkondigd wordt door wie hem
wél kende. Voor de feiten hoeft u hier dus niet naar te kijken. Een
fascinerende, sfeerrijke en – met uitzondering van Meg Ryan – goed
geacteerde film, vindt u hier wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + vier =