The Best Exotic Marigold Hotel

Ergens halverwege ‘The Best Exotic Marigold Hotel’ wordt er aan het personage van Tom Wilkinson gevraagd wat hij nu zo geweldig vindt aan India. Zijn antwoord? ‘The light, the colours, the smiles… the life’. Ziedaar even een opsomming van alles wat ondergetekende totnogtoe heeft weggehouden uit het tweede meest bevolkte land ter wereld, en, zij het in iets mindere mate, ook van de films die zich er afspelen of er gemaakt worden. Noemt u mij gerust een droge cynicus, maar al die drukdoenerij, de overexpressieve gelaatsuitdrukkingen, dat ‘uiteindelijk is alles toch één groot feest’-gevoel dat er wordt ingeramd, al dat gedjingel op de soundtrack en het vreselijke accent waarin ze hun Engels verzuipen, maken voor mij van het concept ‘Bollywood’ iets waar je een beter in een wijde boog omheen loopt. Tel daar nog bij op dat ik blijkbaar de enige persoon op de planeet ben die ‘Slumdog Millionaire’ een hoop overschatte rommel vond, en u zal wel denken dat ik niet het meest uitgelezen lid van onze redactie ben om de nieuwe John Madden te reviewen. Maar kijk, voor je het weet krijg je ‘m in sneak preview voor je kiezen en wordt er een zo ‘objectief’ (koude rillingen lopen over mijn rug) mogelijke recensie verwacht. Welaan dan!

De titel verwijst naar een hotel gelegen in de voormalige Britse kolonie, dat wordt uitgebaat door Sonny (Dev Patel, uit, jawel, ‘Slumdog Millionaire’), een ambitieuze jonge Indiër met een schier eindeloos optimisme, die als cliënteel uitsluitend op Britten van de derde leeftijd mikt. Die Britten zijn, in casu: Muriel (Maggie Smith), een racistische (‘Da’s altijd lachen,’ hoor je de scenaristen denken) oude vrouw die naar India reist voor een heupoperatie; Douglas (Bill Nighy) en Jean (Penelope Wilton), een koppel dat te berooid is om in good ol’ England te blijven nadat hun dochter hun spaarcenten verkeerd heeft geïnvesteerd; Evelyn (Judi Dench doet een Fassbenderke en is werkelijk niet van de bioscoopschermen weg te krijgen), een wat onbeig oud vrouwtje dat na de dood van haar man niet beter weet dan naar India te gaan; Graham (Tom Wilkinson), een gepensioneerde rechter die in India zijn oude liefde gaat opzoeken; en rokkenjager Norman (Ronald Pickup) en zijn vrouwelijke tegenhanger Madge (Celia Imrie), die gedreven worden door hormonen en een gevoel van verveling. En een laatste, maar misschien wel het belangrijkste personage, is India zelf, dat hier als een soort katalysator fungeert en natuurlijk elk personage tot een coming of old age van heb-ik-jou-daar doet komen.

Het is niet nodig mijn gevoelens voor dit soort films te delen om aan te wijzen op welke vlakken ‘The Best Exotic Marigold Hotel’ allemaal de mist in gaat. Vooreerst zijn daar een aantal personages die de film beter kwijt dan rijk was geweest. Het gros van de acteurs (Pickup, Imrie, Wilton, Nighy) krijgt eigenlijk gewoon te weinig tijd om een personage van vlees en bloed neer te zetten, met die voetnoot dat Bill Nighy wel duidelijk weet waar de klepel hangt: hij krijgt dan wel het typetje van de onhandige, maar toch charmante goedzak die open staat voor nieuwe ontdekkingen toebedeeld, maar speelt dat typetje wel met verve, en zorgt ervoor dat zijn optimisme nooit storend wordt. Hetzelfde geldt grotendeels – houd u vast aan uw bretellen – voor Dev Patel: regisseur John Madden is blijkbaar slim genoeg geweest om zijn aanwezigheid nooit te lang te rekken, zodat zijn enthousiasme (meestal) ook wel voor de nodige comic relief zorgt en niet al te vaak gewoon op de zenuwen gaat werken.

De regie is overigens doorheen de hele prent op zijn beste momenten best wel degelijk, maar origineel, gewaagd of echt goed wordt het nooit. Tot ongeveer een kwartier voor het einde weet Madden het van uitgebreide percussie op de soundtrack voorziene en rommelig gemonteerde spervuur aan kleuren, kleren, linten en mensen enigszins af te houden, tot hij zich uiteindelijk – jammer genoeg – toch nog volledig uit de bol laat gaan. Beetje jammer ook dat hij de beelden niet vaker voor zich laat spreken, maar dat ligt dan ook weer aan het erbarmelijke niveau dat het scenario regelmatig kenmerkt. Het personage van Judi Dench is daar de perfecte parameter voor: zij moet als klankbord dienen door op haar blog het hele verhaal voor de iets minder snuggere kijker duidelijk te maken. Wanneer je als regisseur of scenarist zo regelmatig met voice-overs moet gaan werken, spookt de idee dat bepaalde verhaallijnen of personages gewoon geschrapt hadden moeten worden, voortdurend door je hoofd. Dat geldt vooral voor Smiths rol van de überirritante Muriel, een personage dat aan het begin nog storend vergezochte racistische opmerkingen moet maken, om zich aan het einde toch nog als oudje met gouden hart te ontplooien. Dat personage is zo oppervlakkig dat je het door de brievenbus kan schuiven, maar gewoon in de vuilbak gooien vindt ondergetekende persoonlijk een veel beter idee.

Dat zijn dus veel pijnpunten voor één film. Waarom dan toch nog een vijfje, vraagt u? Wel verdorie, omdat Tom Wilkinson lichtjes briljant staat te wezen. Dat de schrijver aan zijn plotlijn duidelijk het meeste aandacht heeft besteed, helpt daar ongetwijfeld bij, maar wat Wilkinson met zijn rol aanvangt, is behoorlijk fenomenaal. Graham is van de hele groep de man met de meeste autoriteit en het meeste aanzien, maar Wilkinson maakt van hem ook de enige echt menselijke figuur, met een ingehouden, maar doorleefde prestatie. Dat zijn personage homo is, zullen veel kijkers misschien vergezocht vinden, maar Graham wordt zo schitterend en toch vanzelfsprekend neergezet dat je die ingreep van de scenarist nooit in vraag stelt. Als het even kan: geef Tom Wilkinson eindelijk een hoofdrol, en doe er meteen een Oscar bij.

De Britse acteur is zelfs zo goed dat je na het bekijken van een film met zoveel gebreken – over de kleffe oneliners à la ‘In the end, everything is gonna be alright; so if it’s not alright, it’s not yet the end‘ heb ik het nog niet eens gehad – niet het gevoel hebt dat je 124 minuten van je kostbare tijd hebt verspild. Als ‘The Best Exotic Marigold Hotel’ een paar personages en plotlijnen minder had geteld en een iets gewaagdere regisseur had gekregen, had ik zelfs durven schrijven dat Tom Wilkinson de rol van zijn leven speelde, maar een film van dit niveau verdient hij eigenlijk niet. Nu kan ik enkel zeggen dat hij ervoor zorgt dat deze prent zich alsnog op een paar puntjes van kwaliteit mag beroepen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − vijf =