Solyaris


Naar aanleiding van de release van Steven Soderberghs remake, heb ik de originele Russische versie van ‘Solaris’ nog eens bekeken, vooraleer naar de bioscoop te trekken voor de nieuwe film. Ik had hem ooit al gezien, enkele jaren geleden, zonder echt te weten waar ik aan begon. Wat ik te zien kreeg, was een vaak immens frustrerende, hemeltergend langzame filosofische film, die ik tijdens het eerste anderhalf uur misschien drie, vier keer heb willen afzetten (dat is dan het voordeel van video). Maar ik deed het niet. Net zoals bij die andere SF-film, Stanley Kubricks ‘2001’, was er iets dat me tegenhield. Ik wilde weten hoe het afliep, natuurlijk, ik wilde weten hoe het nu eigenlijk allemaal in elkaar zat, welke ideeën de regisseur me nog naar het hoofd zou smijten. En ik werd beloond – de laatste 75 minuten van ‘Solaris’ zijn net zo zwaar en langzaam als de eerste 90, maar dan komen de beloningen: gedachten worden afgerond, de samenhang in de hele film wordt duidelijk en de hele ervaring krijgt een bekroning in een glorieus laatste shot, dat met recht en rede zijn plaats kan innemen bij de beste uit de filmgeschiedenis. Aan de éne kant van het spectrum heb je “Louis, I think this could be the beginning of a beautiful friendship”, aan de andere kant heb je deze visuele rebus, die alles en niets kan betekenen, die ervoor zorgt dat je ogenblikkelijk de hele film opnieuw wilt zien.

‘Solaris’ is de derde film uit de korte carrière van regisseur Andrei Tarkovsky, die er in het midden van de Koude Oorlog in slaagde om onmogelijk ambitieuze films te draaien, die een strikt persoonlijke visie uitstraalden. Tarkovsky was een kunstenaar, en niet zozeer een filmmaker in de klassieke zin van het woord. Hij filmde enkel en alleen wat hij zelf wilde zien, en de vraag of een publiek hem wel zou kunnen volgen, was schijnbaar van geen enkel belang. Hij maakte films voor zichzelf. Zware kost, dus.

Het verhaal van ‘Solaris’ draait rond psycholoog Chris Kelvin, die in de nabije toekomst naar een ruimtestation bij de planeet Solaris wordt gestuurd. De communicatie met dit station is problematisch geworden, en uit het verleden is gebleken dat bewoners ervan vaak te kampen krijgen met psychologische problemen – ze krijgen hallucinaties, beweren een park te zien of zelfs mensen die er niet kunnen zijn.

Kelvin reist af naar Solaris, en treft daar enkel nog twee wetenschappers aan; een derde heeft kort geleden zelfmoord gepleegd. Het hele station is een chaos, en de twee overblijvers zijn vaag in hun beschrijvingen van wat er is gebeurd. Dan, die avond, ziet Kelvin plotseling zijn vrouw terug, die tien jaar geleden zelfmoord pleegde. Zoals Dr. Snauth, één van de twee resterende wetenschappers, het uitlegt, heeft de planeet Solaris de kracht om de gedachten van de bewoners van het ruimtestation, een fysieke vorm te geven. Je dromen, je verlangens, de personen die je mist, staan plots voor je neus, maar ze zijn enkel een afspiegeling van je eigen innerlijk. Als dusdanig herinneren ze zich hun leven niet meer. Kelvin ziet zijn vrouw terug, maar hun gezamenlijke verleden is weggeveegd.

Wie wil, kan vanuit dat gegeven vanzelfsprekend een heel diepzinnig filosofisch traktaat opstellen, en Andrei Tarkovsky is duidelijk iemand die wíl. Wat dat betreft, brengt hij in ieder geval een zeer oprechte intellectuele eerlijkheid op: er zijn honderden vragen die aan deze plot opgehangen kunnen worden, en de regisseur tracht ze allemaal in zijn rekening mee te nemen, hij zoekt geen gemakkelijke antwoorden, en hij negeert ook geen enkel probleem dat zijn verhaal met zich meebrengt.

De belangrijkste thema’s van de film, draaien rond illusie en werkelijkheid. Wanneer is een persoon écht? Khari, Kelvins dode vrouw, is slechts een wandelende, pratende projectie van Kelvins onverwerkte verleden, maar elke persoon waarmee we in ons dagelijks leven omgaan, is toch maar echt in de mate dat wij dat zo waarnemen? Realiteit zit in het oog van de toeschouwer, of niet soms? Een andere vraag: als Khari uit de geest van Kelvin voortkomt, in welke mate is zijn liefde voor en uiteindelijke afhankelijkheid van haar, dan in feite eigenliefde? Liefde voor de eigen geest en de vermogens ervan? En wat voor mij de boeiendste vraag was: hoe gaat die projectie van Khari om met de wetenschap dat ze niet echt bestaat?

Dàt is althans een vraag die in de film op een praktisch niveau een antwoord krijgt, en dat dan nog op een heel emotionele manier: Khari pleegt namelijk opnieuw zelfmoord, enkel om luttele momenten later opnieuw op te duiken, zodra Kelvin haar nodig heeft. Op die manier veroordeelt Kelvin zichzelf ertoe zijn vrouw keer op keer opnieuw zelfmoord te zien plegen, net als die eerste keer, toen ze het écht deed. En hij veroordeelt Khari ertoe telkens opnieuw tot dezelfde wanhoop te evolueren – of telt dat niet mee, aangezien ze toch niet echt is?

Klinkt dat alles pretentieus? Dan moet u de film eens zien, per slot verzin ik dit hier allemaal niet zelf. ‘Solaris’ is inderdaad een bijzonder pretentieuze film, met dialogen die vaak uit uitsluitend filosofische theorieën bestaan en met scènes die schijnbaar veel te lang worden uitgerokken. Op die manier verlangt Tarkovsky een grote inspanning van het publiek, net zoals Kubrick dat deed met ‘2001’, een film die vaak met ‘Solaris’ wordt vergeleken. Die vergelijking gaat niet helemaal op: ook dat was een SF-film die op het eerste zicht vervelend kan lijken, die vaak moeilijk te volgen was, maar waar ‘2001’ resoluut de toekomst in blikt om te achterhalen waar de mens naartoe gaat en waarom, is Tarkovsky er meer in geïntereseerd hoe we met ons verleden omgaan – waar komen we vandaan, en kunnen we ooit boven die afkomst uitstijgen door de spoken van ons verleden eindelijk tot rust te brengen?

Technisch is het niet te ontkennen dat ‘Solaris’ een meesterwerk is: Tarkovsky’s stilistische keuzes, zijn kadrering, zijn ellenlange shots, zijn gracieuze camerabewegingen, het ontwerp van de productie enz… Het is allemaal voldoende om elke cinefiel aan zijn stoel gekluisterd te houden. Als visuele ervaring is dit ronduit schitterend, ook al komen er relatief weinig special effects aan te pas – Tarkovsky doet het echt enkel en alleen met zijn camera, met zijn inventiviteit. Dat is een prestatie om een dag stil van te zijn.

Maar aan de andere kant… Kijk, het is natuurlijk wel een érg pretentieus staaltje cinema, dat enkel en alleen is weggelegd voor het handjevol cinefielen dat de discipline kan opbrengen om 165 minuten lang de aandacht erbij te houden. Tarkovsky weigert resoluut om zijn publiek tegemoet te komen, alsof hij tegen ons zegt: “komen jullie maar tot hier, dat is even ver.” Even ver misschien wel, maar de weg van publiek naar kunstenaar is altijd veel moeilijker dan omgekeerd, natuurlijk. Solaris is een werk dat bijna hermetisch is afgesloten, je moet echt op zoek gaan naar een ingang – maar eens je die gevonden hebt, krijg je wel een stortvloed aan intrigerende ideeën over je heen. Je krijgt in ruil voor die inspanning wel een glorieus beeld op de menselijke psyche, je krijgt vragen en mogelijke antwoorden in je schoot geworpen waar je nog een maand over door kunt discussiëren – en dat is één van de mooie dingen die cinema kan teweeg brengen: dat dat soort van emoties wordt uitgelokt. Dat je een aanzet krijgt tot gedachten, ideeën en theorieën waar je eerder misschien nooit bij stil had gestaan. Dat je de wereld op een andere manier bekijkt.

Zoals gezegd, ik schrijf dit vóór ik Soderberghs remake ga bekijken – de recensies van beide films zullen gelijktijdig gepubliceerd worden. Ik ben benieuwd wat Soderbergh ervan maakt – ik ben bovenal nieuwsgierig wat het laatste shot van zijn film zal zijn. Wie het origineel heeft gezien, zal dat niet kunnen vermijden. Wat de Russische ‘Solaris’ betreft: het is een meesterwerk, daar bestaat geen twijfel over. Maar u kunt maar beter heel goed weten waar u aan begint.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =