Chicago


Kijk, ik weet het wel: musicals zijn iets absurds. Niemand loopt
zingend en dansend over straat; wanneer je net dictator van
Argentinië bent geworden, ga je niet op een balkon een ballade gaan
zingen. En toch zijn er heel wat mensen, waarbij ik mezelf niet
uitsluit, die regelmatig vallen als een baksteen voor dergelijke
dingen. Waarom? Wel, waar de meeste films continu krampachtige
pogingen ondernemen om de werkelijkheid te treffen, hoeft een
musical zich daar niets van aan te trekken – het is een genre dat
de werkelijkheid vrolijk overstijgt, dat de realiteit van de plot
en de thema’s ervan stileert via het medium zang en dans. Bij
andere films gaat het erom wàt ze zeggen; hoe ze dat doen is de
tweede vraag die je je stelt. Bij een musical is het net andersom –
vorm is alles, inhoud komt op de tweede plaats.

Je moet ervan houden, natuurlijk – er zijn behoorlijk wat
slechte musicals gemaakt (wie heeft eigenlijk ooit gedacht dat
‘Jesus Christ Superstar’ een goed idee zou zijn?), maar het genre
op zichzelf… Ja, ik kan er wel van genieten. Neem nu een
klassieker als ‘West Side Story’, of veel recenter nog het
vernieuwende filmfeest ‘Moulin
Rouge’
. Dergelijke films bevatten meer pure, onversneden fun
dan eender welke komedie of Steven Seagalfilm (dat komt op
hetzelfde neer).

Nu is er dan ‘Chicago’, de eerste echte verfilming van de
klassieke Broadwaymusical, geschreven door Fred Ebb en Bob Fosse.
Wie zijn filmgeschiedenis kent, weet dat Bob Fosse ooit oscars won
voor ‘Cabaret’, en hoewel de schielijk overleden man deze
verfilming niet meer mag meemaken, is zijn geest duidelijk te
merken.

De plot lijkt alweer een slecht idee voor een musical, maar dat
lijken de meeste verhalen aanvankelijk. Velma Kelly (Catherine
Zeta-Jones), de ster van het vaudevilletheater van Chicago in de
jaren twintig, schiet haar zus en haar echtgenoot neer nadat ze
beiden aantreft in een genante situatie. Vervolgens gaat ze
doodgemoedereerd haar werk doen: een versie van ‘All That Jazz’
zingen die je er meteen aan herinnert waarom mensen destijds naar
vaudevilletheaters gingen kijken.

Roxanne “Roxie” Hart (Renée Zellweger) is een
aspirant-zangeresje, getrouwd met de sullige Amos (John C. Reilly).
Ze wast de sokken en onderbroeken van haar echtgenoot terwijl ze
droomt van een zangcarrière. Onder beloftes van een introductie in
dat wereldje, begint ze een affaire met een schofterige
meubelverkoper – hoe ze ooit had kunnen denken dat iemand die met
stoelen en tafels leurt haar zo’n introductie had kunnen geven, is
een raadsel. Wanneer blijkt dat hij een charlatan is, schiet ze hem
neer.

Roxanne en Velma komen bij elkaar in de gevangenis te zitten, en
huren beiden de diensten in van mediageile advocaat Billy Flynn
(Richard Gere), de showman die nog nooit een zaak verloren
heeft.

Een grote uitdaging in het maken van een musical, is het
verwerken van de liedjes binnen het verhaal. Op het toneel zit je
sowieso al met een verhoogd gevoel voor realiteit, aangezien je je
er toch steeds van bewust bent dat die acteurs daar voor je staan
te performen. Maar in een film… Hier heeft men een vrij
originele, en in ieder geval afdoende oplossing gevonden voor dat
probleem – parallel aan de gebeurtenissen binnen de plot, loopt de
fantasiewereld van Roxie. De fragmenten die zich afspelen in deze
fantasieën, bevatten alle liedjes, in de strikte realiteit van het
verhaal wordt er niet gezongen. Wil dat zeggen dat de film elke
vijf minuten stilvalt om plaats te maken voor een lang,
nietszeggend zang- en dansnummer? Goddank niet – de muzikale
segmenten geven in principe alle informatie over de personages en
de plot; het hele verhaal wordt verteld via de muziek en de
teksten. Fantasie en realiteit, muziek en gewone dialoog, lopen
regelmatig door elkaar heen en vullen elkaar aan.

‘Chicago’ is een musical die z’n theatrale achtergrond niet
tracht te verbergen – tijdens de droomscènes, die de dansnummers
bevatten, maken de realistische decors plaats voor typische
toneelachtergronden. De belichting wordt extreem gestileerd, alsof
we naar de registratie van een Broadway-opvoering zitten te kijken.
Ik hield wel van die stijlgrepen; ze geven een soort van
oprechtheid aan de film. Wat de regisseur, Rob Marshall, hiermee
schijnt te doen, is toegeven dat het om een kunstmatig gegeven gaat
– maar het is wél leuk, of niet soms?

En dat is het. Zonder al te cynisch te worden (wat wil je ook in
dit genre?), maakt men zich hier vrolijk over de show die de
Amerikaanse rechtspraak kan worden, en over de absurde wens van
maar al te veel mensen om, ten koste van wat dan ook, beroemd te
worden. Faam is een doel op zichzelf, los van talent of prestatie.
Roxie wil niet zozeer zingen, ze wil beroemd zijn – zingen is enkel
het middel, maar een grootschalig proces kan net zo goed dienen.
Flynn lijdt aan hetzelfde syndroom. Zijn rechtzaken zijn shows,
niet omdat hij zoveel geeft om zijn cliënten dat hij ze absoluut
vrij wil krijgen, maar omdat hij zelf van de media-aandacht
geniet.

Renée Zellweger en Catherine Zeta-Jones zijn uitstekend in de
vrouwelijke hoofdrollen, hoewel ik liever net iets meer van
Zeta-Jones had gezien. Ze heeft maar twee nummers waarin ze echt
kan uitblinken, voor het overige wordt ze een beetje naar het
zijtoneel verdrongen door Zellweger – net als in het verhaal,
trouwens. Richard Gere acteert lang niet slecht, maar bij hem had
ik dan weer twijfels over zijn zangtalent. Het is leuker om te zien
hoe hij tijdens het proces de woorden van een getuige op
schabouwelijke wijze verdraait, dan hoe hij zingend een oplichtende
staircase afkomt. Gere heeft een tapdansnummer in de film, dat
suggereert dat hij, indien acteren niet meer lukt, nog een
bloeiende carrière als advocaat voor de boeg heeft.

Op de één of andere manier heb ik bij dit soort van films altijd
de indruk dat de eerste helft beter is dan de tweede – alsof alle
memorabele nummers naar voor worden geschoven, waardoor het einde
enigszins tekort schiet. Misschien ligt dat gewoon aan mij, ik weet
het niet.

Het feit blijft dat ‘Chicago’ één van de meest onderhoudende
films is die ik de laatste tijd heb gezien. Wie gillend wegloopt
bij het horen van het woord “musical”, weet natuurlijk dat hij maar
beter kan wegblijven. Maar je moet elk genre nu eenmaal op zichzelf
nemen, en hoewel deze film niet zo spectaculair vernieuwend is als
‘Moulin Rouge’, is hij in ieder
geval een uitzonderlijk leuk voorbeeld ervan.

http://www.miramax.com/chicago/index.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + zeven =