Blood Work


Niemand komt graag tot de vaststelling dat hij een jaartje ouder
wordt, zeker niet in de filmindustrie. Wanneer je imago zo’n
belangrijk deel van je beroep uitmaakt, bestaat er altijd de
verleiding om jezelf krampachtig vast te houden aan je jeugd. Kijk
maar naar de steeds genanter wordende manier waarop Woody Allen
zichzelf vleit met de gedachte dat hij Helen Hunt of Charlize
Theron zou kunnen krijgen. Clint Eastwood, daarentegen, is iemand
die schijnbaar weinig moeite heeft met zijn onderhand gezegende
leeftijd. In ‘Blood Work’ maakt hij het aanvaarden van de fysieke
beperkingen die je oude dag je oplegt zelfs één van de voornaamste
thema’s van de film.

Eastwood regisseert zichzelf in deze politiethriller. Hij speelt
Terry McCaleb, een FBI-inspecteur die na een hartaanval met
pensioen is moeten gaan. Twee jaar later heeft hij een
harttransplantatie ondergaan, en woont hij rustig en alleen op zijn
woonboot in Los Angeles. Een laatste zaak, die draaide rond een
seriemoordenaar die codes achterliet speciaal voor hem, heeft hij
nooit kunnen oplossen.

Dan krijgt McCaleb bezoek van Gracy Rivers (Wanda De Jesus), die
zichzelf voorstelt als de zus van de vrouw die McCalebs donor was.
De zus van Rivers werd vermoord in wat de politie een ordinaire
overval noemt, maar zelf is ze niet zo zeker. Aangezien McCaleb
zijn leven aan de dood van deze dame te danken heeft, besluit hij
Rivers te helpen door op zoek te gaan naar het ware motief en naar
de ware dader.

‘Blood Work’ is een film die erg hard probeert om op twee
niveau’s te spelen, maar op geen van beide slaagt. Enerzijds
probeert Eastwood hier iets te zeggen over mensen van zijn
leeftijd. Wat we hier krijgen, is immers een held waarvan de
nevenpersonages hem continu vertellen hoe slecht hij eruit ziet.
Zijn dokter (Anjelica Huston) probeert hem te overhalen de zaak op
te geven, aangezien hij de opwinding en de uitputting misschien
niet zal overleven. Eastwood gooit op een bewonderenswaardige
manier alle ijdelheid overboord en speelt McCaleb als een continu
zwetende, vermoeide man, zijn gezicht doorgroefd met rimpels, vaak
badend in het zweet. Zijn acteerprestatie is wellicht het beste dat
we in de film te zien krijgen: af en toe kun je zijn korte adem en
benauwdheid simpelweg voélen. Maar dat neemt niet weg dat deze
plotlijn ten slotte nergens toe leidt – McCalebs ziekte wordt niet
tot een kritiek punt gebracht, wat nochtans best had gemogen, en ze
verhindert hem niet om een volkomen bij de haren gesleurde romance
te beleven.

Anderzijds is dit natuurlijk ook een policier, met een mysterie
dat opgelost dient te worden – en het is op dit vlak dat ‘Blood
Work’ zwaar onderuit gaat. Er is een wet in de filmgeschiedenis,
die zegt dat er geen overbodige personages in een film zitten. Elk
exemplaar, ook al lijkt hij nog zo willekeurig en overbodig voor de
plot, heeft een belangrijke rol te spelen, aangezien films geen
tijd kunnen verspillen aan karakters voor wie dat niét het geval
is. Als u die regel even in gedachten houdt, zult u ongetwijfeld in
staat zijn om na een kwartier de moordenaar aan te duiden, zonder
enige twijfel.

‘Blood Work’ is de meest voorspelbare thriller die ik in lange
tijd gezien heb. Zouden de moorden die Eastwood voor zijn
hartaanval onderzocht soms iets te maken hebben met deze nieuwe
zaak? Wat dacht u zelf? Zogenaamd subtiele hints naar de oplossing
van het raadsel zijn zo overduidelijk, dat je als publiek zin hebt
om naar het scherm te schreeuwen: “Hoe is dat nu mogelijk dat je
dat niet ziet?!” Maar de personages zien een hele tijd lang
helemaal niets, aangezien de film nu eenmaal z’n speelduur vol moet
krijgen. De identiteit van de moordenaar is pijnlijk duidelijk voor
iedereen die ooit al was het maar één thriller heeft gezien, en het
motief, wanneer we dat krijgen, is ronduit ridicuul.

Voeg daar nog een aantal clichés aan toe waarvan ik dacht dat ze
jaren geleden al op pensioen waren gegaan. De flikken die elkaar de
loef proberen af te steken – “this is my jurisdiction”! De Pratende
Moordenaar, die zijn redenen en methodes uitlegt in een lange
monoloog tegen de held. De komische sidekick (in dit geval gespeeld
door Jeff Daniels) die keer op keer te horen krijgt dat hij in de
auto moet blijven zitten. Het kind dat ziet wat een heel team aan
volwassen politieagenten niet zagen (met als resulterende dialoog
een lumineus: “thàt’s the connection”!) De voorbeelden zijn legio,
en ze zijn zo ostentatief in dit lamlendige excuus voor een
scenario verwerkt dat je als toeschouwer enkel luidop kunt kreunen.
Ik kon niet geloven dat dit het werk was van dezelfde man die ‘LA
Confidential’ geschreven had. Maar ja, goed, Brian Helgeland was
óók de regisseur van ‘A Knight’s
Tale’
, dus het begint er stilaan op te lijken dat zijn
samenwerking met Curtis Hanson een toevalstreffer was.

‘Blood Work’ werkt zich, puffend onder het gewicht van z’n eigen
voorspelbaarheid en clichés, een weg naar de finish. Zoals de titel
zeer toepassend aangeeft, is dit een film die dringend een
bloedtransfusie nodig heeft. Er zit geen tempo in (het verhaaltje
kruipt voorbij), en naar het einde toe krijg je schrik dat er een
urgentieteam met een shock cart aan te pas zal komen om de
gebeurtenissen weer tot leven te wekken – clear! ZAP!

Met alle respect voor onze eigenste high planes drifter, maar
‘Blood Work’ lijkt mij niet enkel een film óver een oudje dat op
z’n laatste benen loopt, maar ook gemààkt door zo iemand. Wanneer
krijgen we nog eens iets van het kaliber van ‘Unforgiven’?

http://bloodworkmovie.warnerbros.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 1 =