Osdorp Posse :: Tegenstrijd

Als Nederlands gemeenste hiphop-peetvaders een zoveelste, mooi uitgegeven, album bij mekaar neologeren, moeten de tweeters vaak werkloos toekijken. Amsterdams fijnsten trekken als vanouds van leer tegen al wat fout is. Thematisch krijgen we meer van hetzelfde, maar het OP-geluid giert weer, zo blijkt.

Het brandpunt van deze plaat ligt op muzikaal vlak, zoveel is zeker. Soms klinken de tracks als vintage-Senser, dan lijkt Public Enemy’s Terminator X zijn beatbox in de randstad vergeten te zijn. Openers "Raad Eens", gekruid met het Starwars-slavenkoortje uit The Phantom Menace, en "Tegenstrijd" zijn de perfecte mentale soundtrack voor een potig rondje wethouder-bashen.

"Fok Jou" krijgt daarenboven wel erg dement scheurende snares mee op de ritmetrack. Onderhuidse agressiviteit troef als ook de Dust Brothers’ Fight Club-score de rellen vervoegt. "Beats en Rijms" en vooral "Apie Ziet Apie Doet" zijn très Tyler Durden, mooi. Deegmeester Daan gaat op de achtergrond in de weer met de meest klassieke scratchgeluiden, maar versterkt de erg compacte sound. Verder biedt het album nog een aantal muzikale buitenbeentjes; zo is er ondermeer milieubewuste funhop ("Ik Eerst"), en een quasi-parlando bijsluiter over het permanente karakter van tatoeages ("Nooit Meer") ; erg relevant edutainment. "Sam Sam" versnijdt een Kamiel Kafka-rijmtip tot loeiharde Beastie Boys ; en dan komen die cuts van Seda en Deegmeester er nog eens bovenop.

En de proza ? Wel, wie Def P irrelevant noemt kan een klap voor zijn kop krijgen. Houterige flow; nog steeds, soms te evidente rijmpjes; natuurlijk, maar moeten hiphopteksten gotisch zijn? Strakke barok, verstaanbaar voor de gewone man, kan toch. Thematisch is het wel een beetje opgewarmde kost. Gesneer naar de platenindustrie en de commerciële mastodont die hiphop anno 2003 is, zijn niet al te begeesterend na 25 jaar rapgeschiedenis. Toch is "Jongens uit de Industrie" een uppercut voor moederneukende G-funkers en Nu-metallers.

"Wat zou je doen?" een aangrijpend nummer over de relativiteit van het wereldse voor terminale kankerpatiënten, toont hoe het anders kan en mag. Dat het onveiligheidsgevoel en het geschonden vertrouwen in het gerecht geen louter Belgische fenomenen zijn, blijkt uit "Actuele Liefdaderheid" en "Doofpot". Spijtig dat een open pleidooi voor het systeem Wouter Tyberghien de oplossing van OP moet voorstellen, het is nog neo-conservatiever dan Charlton Heston, dom. Gelukkig zorgen een paar fijn uitgekozen skits van ondermeer Hans Teeuwen en Herman Finkers voor de humoristische noot.

En dan is er nog mijn eigen proces van N&uumlrnberg als bonustrack; "Recencisme". Def P hekelt (terecht?) de lichtheid en onkunde waarmee sommige kunstcritici met zijn crew omgaan. Een erg amusante skit nagelt "liever lui dan moe" – muziekjournalistiek aan de schandpaal. De track heeft alles wat de OP moet zijn; urgentie, woede, drive,… Dit is veruit het beste wat Tegenstrijd te bieden heeft. De afsluitende soundbite van Rude Boy van de Urban Dance Squad dwingt in ieder geval vlijt en een extra luisterbeurt bij me af.

Op Tegenstrijd rollen OP’s spierballen razendsnel over de decks en het album klinkt rebels genoeg om me af te stellen op guerrillamode, muzikaal spellen de Amsterdammers de concurrentie de les. Het geheel verzandt evenwel te vaak in verbale monotonie, zodat u voor uw portie literaire vervoering er toch een goed boek bij zal moeten nemen.Veel nieuwe fans zullen de Amsterdammers niet meer bijwinnen met deze schijf, maar het OP-leger van duizenden kan niet geheel ongelijk hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − tien =