Cullen Omori :: The Diet

Pink een traan weg, Cullen Omori heeft een nieuwe collectie liedjes de wereld ingestuurd. The Diet heet die en als vanouds brengt Omori diepdroeve songs die van een glamlaagje voorzien werden. Met een weemoedige glimlach als eindresultaat.

Veel is er niet veranderd in het universum van Cullen Omori, dat mogelijk definitief vorm kreeg bij het verschijnen van Dye it Blonde, de tweede plaat van zijn vroegere bandje Smith Westerns. Na een springerig debuut – Omori en zijn bandgenoten waren op dat moment nog schoolplichtig – deden T Rex en David Bowie hun intrede en vond Omori zijn stem.< br>
Na het vroegtijdig uiteenvallen van Smith Westerns gooiden Omoris bandmates het roer om en sloegen een country-pad in met Whitney, terwijl de voormalige frontman het geluid van zijn band uitpuurde. New Misery ging verder waar Smith Westerns tot stilstand was gekomen en vormde twee jaar geleden het eerste bewijs dat hij het ook alleen kon en nu, enkele catastrofale liefdes, detox centra en ongelukken later, ligt The Diet er.

Het duurt welgeteld acht seconden voor die plaat te labelen valt als een Omori-werkstuk. Het gitaarriedeltje, en niet veel later de stem die invalt, wat verderop het koortje in het refrein: opener “Four Years” klinkt héél vertrouwd in de oren. Maar. Het nummer blijft ook hangen. Komt zo nu en dan spoken in je hoofd en vraagt je The Diet nog eens op te zetten.

Met reden. Hoewel hier geen muzikale bakens verzet worden, krijg je wel een vlot dozijn songs voorgeschoteld die elk hun stinkende best doen om simpelweg mooi te zijn. Het zijn popsongs zonder meer, gebaseerd op een van de aloude uitgangspunten van de pop: jongen ziet meisje, meisje ziet jongen niet staan (of vice versa) en iemand zoekt troost in een liedje.

Neem “A Real You” dat met een frivool akoestisch riedeltje komt aanzetten, vervolgens openbloeit en met gedoseerde strijkers inwerkt op je gemoed. Niet slecht voor wat tijdens de eerste luisterbeurten het minst geslaagde nummer van de plaat leek.
Een song die er vanaf het eerste ogenblik uitspringt, is “Millenial Geishas”. Conform de tijdsgeest wordt een intro achterwege gelaten en maakt Omori onmiddellijk zijn opwachting met een uit de losse pols gespeelde rif die in al zijn onschuld bij momenten Keef uitademt. Het hoogtepunt volgt zowat een minuut later, wanneer Omori de epische kaart trekt en hij zijn eigen, in de dansende lichtjes van een mirror ball badende “Loving Cup” te pakken heeft.

Ook “Quiet Girl” is een instant classic. Kristalheldere melodie, Omori’s gouden stem, bijgestaan door aanstekelijke backings en de kenmerkende evenwichtsoefening tussen blij en droef, euforisch en vol van hartzeer. Akoestische aanpak? Jep: “All By Yourself” doet het met minder middelen, maar eenzelfde mooie eindresultaat. En dan zijn er nog de blazers in “Masters Eyes” die, hoewel niet prominent aanwezig, in al hun subtiliteit, voor de juiste afwerking zorgen.

En daar zit mogelijk het geheim van Omori: hoewel het fundament van zowat elke song hetzelfde is (elk vogeltje weetjewel) zorgt hij er in de afwerking voor dat elk van zijn nummers absoluut bestaansrecht heeft. Wat bij een oppervlakkige beluistering gewoon een makkelijk vervolg is op wat voorafging, blijkt onder de hoofdtelefoon een wondermooie soundtrack bij het kantelen van de seizoenen. Eentje om je de komende weken en maanden met volle teugen aan te laven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in