End Of The Road 2026 :: Zon, ganzen, en op het einde winnen de Ieren

Zaterdag 5 september :: Een lang hoogtepunt

Vandaag mag Lichen ons zachtjes wakker schudden in het bos terwijl wij onze flat white met havermelk – wij durfden niets anders te bestellen bij het plantaardige koffiekraam – zachtjes naar binnen gieten. Hij heeft een Sam De Nef-achtige stem, met sfeervolle bassaxofoon en elektrische gitaren die zorgen dat het geheel niet te zoet smaakt. Horizontaal in het gras in de zon genieten van de folkact of singer-songwriter die toevallig op de Garden Stage zo rond de middag, we hebben het vorige jaar in de regeneditie toch erg gemist. We voelen het nu al aan onze opgewarmde tenen: zaterdag gaat een mooie dag zijn.

Altijd goed trouwens als de drummer van de folkact een Neurosisshirt draagt. Sirom uit Slovenië maakt lang uitgesponnen instrumentale nummers die soms uit het sprookjesbos en soms uit de mist lijken op te duiken. Denk de intro’s van A Silver Mt. Zion of volksmuziek maar dan binnenstebuiten gekeerd met drones en uitgewrongen door Steve Reich. Vooral de percusieve delen of met zang intrigeren, andere stukken categoriseren wij hier op de zonnige middag vooral als “interessant”. Maar de muziek bevat minder gepiep en weet meer te overtuigen dan Milkweed gisteren. Bovendien is het de perfecte groep om goed in de sfeer te komen voor het onmogelijk uit te leggen Ak’Chamel. Een van hun platen heet Rawskulled, dat zegt het wel zo’n beetje. Maar in een festivaltent waar je zonlicht en backlines ziet, is het moeilijker om in de suspension of disbelief te komen dat je ergens in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten kniediep in een moeras staat dan in een kleine club met rookmachines en een lichtshow. Muzikaal stonden de zinderende stonerbas en de hamerende drums er gelukkig wel – denk aan wat Wyatt E. in ons eigen landje doet. Een half uur was ook te kort om echt in de sfeer te komen. Eentje om nog eens over te doen als de omstandigheden beter meezitten.

Jeffrey Lewis zou je de kalende, minder mooie en minder succesvolle Adam Green kunnen noemen. Hij komt uit dezelfde antifolkscene als Moldy Peaches, en is heel bekend bij een klein aantal mensen voor songs als “The Chelsea Hotel Oral Sex Song”, “No LSD Tonight” en “Williamsburg Will Oldham Horror”. Hij is ook tekenaar en durft al wel eens de geschiedenis van punk of – zoals hier – Sitting Bull of The Creeping Brain uiteen te zetten aan de hand van Robert Crumb-achtige plaatjes. Kortom, hij neemt zichzelf niet heel serieus. Gelukkig, want in België is hij meestal gedoemd tot optreden in Witloofbar-achtige concertzaaltjes. Maar omdat dit End of the Road is en alle Jefrey Lewis-fans van de UK hier verzamelen blazen, trekt hij een behoorlijk publiek op het hoofdpodium. Existentialisme en de dood lijken een rode draad doorheen de set met meezingers als “Sometimes Life Hits You” (kernzin: “ aw/fuck/that hurt”) en “Except For The Fact That it Isn’t”. Hij verklapt ook per ongeluk niet per ongeluk dat hij ergens nog een akoestische sessie moet spelen die zo geheim is dat hij het zelf niet gaat weten te vinden. “Cult Boyfriend” is het dichtste dat we hier bij naïeve schoonheid over leven, liefde en kunst gaan komen, en we omarmen het moment met plezier.

Intermezzo: tijdens het eten van een stevige Britse pie raken wij aan de praat met een man van middelbare leeftijd in een T-shirt van Stereolab die laat weten dat hij de mainstage consequent vermijdt en enkel naar het piepkleine The Boat-podium gaat, de niet-aangekondigde akoestische sessie van Caroline het hoogtepunt van de dag vond, en heel erg uitkijkt naar de set van komiek Stewart Lee op zondag. Sommige mensen snappen niet dat de grappen van Stewart Lee over hen gaan.

Een beetje later botsen wij per ongeluk – echt – op de sessie van Jeffrey Lewis op de Piano Stage. Ook daar is de set van de zanger rommelig, grappig en per ongeluk ontzettend ontroerend.

Op aanraden van onze collega (nv) – altijd voorzien van een voorraad kleine lettertjes – en wat willekeurige Ieren hier op het festival gingen wij naar Madra Salach kijken, zonder verwachtingen buiten dan dat de bandnaam zich vrij laat vertalen als “vuile hond”. Wat al best veel verwachtingen schept. Wat we mochten aanschouwen was een van de beste shows van het festival – deze en misschien wel elke editie van EOTR die wij al meemaakten – en van dit jaar. De band heeft zijn roots inderdaad in Ierse folk, maar niet de propere variant. Maar Madra Salach was meer dan het soort licht militante Ieren die het hier altijd wel goed doen. “This song is called ‘Bollocks’”. Zo, die zat. Madra Salach klinkt als een jonge Shame als die Ierse folk zouden spelen en met twee keer zoveel op het podium zouden staan – en niet enkel omdat de frontman op Charlie Steen lijkt en de bassist er nog minderjarig uitziet. Er was de rauw klauwende muziek. “Turkish Song of the Damned” van The Pogues passeerde. Er was een feelgoodmoment met een verloren kinderwellingtonlaarsje. Er was een cover van Neutral Milk hotel. Er was een lang uitgesponnen “I Was Just A Boy”, een spanningsboog van twee keer de Garden Stage tijdens afsluiter “The Man Who Seeks Pleasure”. Er was het soort ontlading op en voor het podium die onmogelijk in woorden te vatten is maar zo ongeveer de essentie bevat van wat een concert moet zijn. Het moment werd totaal gepakt door deze heel dankbare band. Zelfs met nog maar een EP op zak, heeft Madra Salach het in zich om een heel grote te worden.

Het enige nadeel van die kopstoot van een concert: wij kwamen pas halverwege binnenvallen bij de schoenenstaarders van Just Mustard. Vooraan stond een kluitje diehards heel erg doof te worden, verder was The Big Top verontrustend leeg voor deze band met toch twee goed onthaalde albums op hun naam. Lagen de hipsters zo omstreeks dinner time nog te recupereren van de avond ervoor? Het volume stond op MVB-niveau hard, al verloor de muziek nooit zijn tere hart onder al de geluidseffecten. Meer dan bij Deary trouwens smokkelde de drummer al eens een technobeat in een nummer of haalde de gitarist het maximum aan rare geluiden uit zijn pedalencollectie. Toch stak ook hier eenvormigheid om de hoek. Shoegaze, het blijft een moeilijk beestje live.

Eerlijk? Op voorhand hadden wij wat twijfels bij dit concert van Beverly Glenn-Copeland. De man is 82 en beginnend dementerend. Deze afscheidstournee die ook End of the Road aandoet, had heel snel heel fout kunnen lopen. Maar kijk, van bij de eerste zinnen van “Ever New” was het kippenvel.  Ja, het was met pupiter, maar dat is maar logisch. De stem was er, dat was het belangrijkste. En ze was iets dunner dan normaal, maar ze raakte je. “Oh Shenandoah” a capella was magisch. Het enige wat stoorde aan dit warme bad was de agressie die kwam overwaaien van het hoofdpodium. De meer recente songs gemaakt met zijn vrouw, zoals “Let Us Dance”, muziek die tegen de new age aanschurkt, lagen ons minder. Maar ze voelden als een persoonlijke dialoog die niet los te zien valt van de situatie van ziekte. Ze werden hier integer en vol levensvreugde gebracht en meer hebben wij daar niets over te zeggen. De songs over acceptatie – van de dood, van het leven – kregen er een extra lading door. Ook nummers als “La Vita”, met koor gebracht, waren prachtig. Dit was een pijnlijk maar tegelijk integer verheffend afscheid in majeur van een unieke artiest.

En dan was het tijd voor de enige echte headliner van deze twintigste End of the Road: Pulp, die hier een reünietournee kwam afsluiten. Van bij het begin had Jarvis Cocker het publiek in de zak van zijn bruine Oxfam-tweedjasje. En dat was nodig, want de band had iets speciaal in petto: een trip deep down memory lane, een geschiedenislesje Pulp in muziek en beeld. Met geprojecteerde foto’s in zwart-wit, een praatgrage Cocker die uitweidde over de beginjaren en context van de band – de jaren ’80 in Sheffield. Wat meegenomen was voor deze leek. Bijna het hele eerste uur van de set bestond uit songs die soms al sinds de jaren ’80, soms nog nooit de setlist hadden gehaald. “The Mark of the Devil” en “Deep Fried in Kelvin”, het livedebuut van een song geschreven in de donkere jaren ’80 ergens tussen woontorens in Sheffield in, werden zo afgewisseld met melancholische terugblikken (het naar The Triffids hintende “Background Noise”) vanop laatste plaat More (2025).  De jonge honden van ooit, zelfs ambitieus vanuit een rolstoel, wisselde zo mooi af met de lichtelijk nostalgische zestigers van nu.

Tot de kinderlijke synths mochten klinken, “OU” werd aangekondigd en we in de feestelijke jaren ’90 belandden. Of wij wat willen dansen ook op dit festival? En of de kurk eraf mag. Van bij de vierslag “Babies” (massaal meegezongen) – “Razzmatazz” (massaal meegedanst) – “Lipgloss” – “Do You Remember The First Time” besef je wat voor Brits erfgoed Pulp is. Elk nummer werd meegeschreeuwd door het publiek. Er was een verjaardagssamenzang voor het festival. Cocker haalde herinneringen op aan zijn keren op het festival (met onder andere een dj-set met Richard Hawley in een boom) en aan de Second Summer of Love. Hij probeerde een pilletje – we hopen een mentos – in zijn mond te mikken. Van “Got To Have Love” kregen zelfs wij zin in XTC. En je moet het de Britten nageven: enkel hier over het kanaal kan zo’n vileine song als “Common People” tot zo’n anthem uitgroeien, waarbij zelfs opgeblazen condooms door de lucht vliegen.

“This Is Hardcore” wrong het optimisme van New Labour alweer de nek om. Met “We Are the Boyz” werd weer dieper de discografie ingedoken, want daar had de band nu eenmaal zin in.  In de afsluiters dook Pulp weer de onstuitbare vaart van de tijd in. Dingen veranderen nu eenmaal. “Sunrise” sloot de set af met een geluidsmuur The Stone Roses-waardig. En of Pulp hier adored werd. Met Pulp had End of the Road alweer een legendarische headliner die het helemaal waarmaakte. Je had het gevoel dat het publiek zo nog een uur uit de hand van Cocker en de zijnen had kunnen eten – of de stem van Cocker dat had aangekund, is een andere vraag. Opnieuw bezorgde Pulp ons deze zaterdag een concert dat bij het beste hoort wat wij al op End of the Road meegemaakt hebben. Hadden wij al gezegd dat de zon heel de dag prachtig geschenen had? Wat een festivaldag.

recent

Klappei des Doods Festival

Het Antwerpse filmhuis Klappei zette de cultnights even 'on...

Shaun the Sheep: The Beast of Mossy Bottom

Shaun het Schaap maakte voor het eerst zijn opwachting...

Jenny Montigny. De Zon en het Leven:: MSK Gent

In het Museum voor Schone Kunsten Gent (MSK) krijgt...

verwant

Pukkelpop 2026 :: Tongstruikelen over countryhobbels

32 minuten: zoveel tijd had Pukkelpop dit jaar nodig...

Rock Herk en Best Kept Secret Lossen nieuwe namen

Goed nieuws voor wie houdt van festivals aan het...

Cactus Festival 2023 :: Wankel als een dronken paalwoning

Veertig kaarsjes, daar heb je een grote adem voor...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in