Best Kept Secret 2026 :: Hermetiek op de spoorwegberm

Dag Drie: Workshop leren omgaan met keuzestress

Vandaag wanen we ons een keertje Knokse jongeren, want de sterke programmatie vormt een luxeprobleem. Waar moet een mens op zo’n moment beginnen? Gewoon – en net zoals dat koppelje in het Dixi-toilet naast ons – bij een hoogtepunt natuurlijk.

Die droge ‘krak’ die vanochtend over de camping galmde? Dat was het geluid van onze ruggengraat die opnieuw zijn natuurlijke volgorde innam na die lange zaterdag en het uren rechtstaan om te wachten op Nick Cave. Maar nu alles weer netjes op zijn plaats zit, vindt u ons als vanouds op de weide.

Kwart voor één: Dressed Like Boys als ontbijt. Wat is dit: Pukkelpop 2025? Maar zo en niet anders is het. Nadat Jelle Denturck tien maanden lang getriomfeerd heeft met zijn solodebuut onder die naam, wordt ook bij de verovering van Nederland een tandje hoger geschakeld. Afgaand op de alweer overlopende Secret en de enthousiaste reacties: komt goed, zonder enig probleem. Want wat is Denturck in dat kleine jaar gegroeid als performer. Meer dan ooit bewandelt hij de dunne lijn tussen krachtig strutten en al te cocky heersen, maar God, wat doet hij dat goed.

Hint de rode zonnebril naar Elton John, het is dat ander gay icon uit de seventies dat hier muzikaal de Poolster speelt. “Healing” barst nog altijd uit op een manier waar all the young dudes blij van worden, in “Agony Street” pakt de frontman een “Starman”-momentje door voor de gitaar te knielen, en de solo met een microfoon te versterken. Het klopt ook, want gitarist Nathan Ysebaert wordt meer en meer de Mick Ronson van Denturcks Bowie, door solorend het voorplan op te zoeken, songs uit te werken met mooi uitgesponnen gitaarpartijen.

Mooi ook: de manier waarop “Jaouad” wordt neergelegd, de band verdwijnt, en Denturck met het hoofd op de toetsen een volgend nummer – Album Twee staat al in de steigers voor 2027 – inzet is knap theater. Dat de nieuwe song nog niet helemaal volgroeid lijkt, nog iets te veel naar musical meurt; we vergeven het hem. Laat 2027 alsjeblief nog even ver weg blijven, we worden er zo ook niet jonger op. En daar is met een “Jullie zijn lief. Jullie zijn wakker!” het adembenemende slot-een-tweetje “Pinnacles” – “Stonewall Riots Forever”.

Waarlijk: had een Amerikaan dat eerste nummer geschreven, hij zwom nu Dagobert Duckgewijs in het geld. Die simpele, kernachtige tekst “Told my folks I’d run away, well they wouldn’t understand / They said “we’re sorry, but you’re not in command” zou elke gay uit de MidWest op zijn arm hebben getatoeëerd. En kan het belang van dat laatste anthem harder benadrukt worden: het is een gezongen geschiedenisles, een protestlied, een “No passarán” tegen die “Mandarijn in het Witte Huis”, groter dan Dressed Like Boys zelf, en dat beseft Denturck ook. Wanneer de laatste noot is bereikt, steekt de hele band de vuist vurig in de lucht: punt gemaakt.

“Stop your sobbing”, schreef Chrissie Hynde ooit. Stop zelf. You’re crying.

Iets anders, omdat het qua gay-anthems toch niet meer beter kan. Servo begint er aan met een knarsende gitaar, een strakke 4/4-beat, en weg zijn we, de rollercoaster op. Yup, dit is de Casbah, en we hebben weer eens postpunk aan ons been. In “I” blaft gitarist Arthur Pierre militair in de microfoon, en zo klinkt zijn bandje ook. Het Franse drietal speelt immers als een kolonne marcherende kadetten: in een strakke cadans die zo bruut klinkt dat het geheel een metalen industrial-randje krijgt.

Het is die groove, waar de groep heerlijk in kan doorploegen, die Servo zo onweerstaanbaar maakt. Hugo Magontier toont zich achter zijn kit als een secure metronoom die Pierre en bassist Louis Hebert voor zich uitstuwt, en het volk daarvoor in een gezellige pit doet rondhossen. Mooi overigens hoe die meteen stilvalt als de frontman in “Freeze”, welja “Freeze” brult, om naadloos weer in te pikken als ook de band opnieuw invalt. Het maakt dan meteen niet meer uit dat nog niet elk nummer helemaal af leek, Servo scoorde hier heel veel punten op sfeer en power.

“Gewoon lief zijn voor mekaar,” vertelt Ko Zandvliet van Jungle By Night wanneer men hem vraagt hoe het kan dat zijn band al zeventien jaar bestaat. Het is het mooiste advies dat je kan geven en het zijn dan ook lieve heren aan de instrumenten bij de groep uit Amsterdam. Hoewel ze er met hun bruin-geelgestreepte uniformpakken uitzien als een zwerm bijen, steken ze nooit echt venijnig. Geen erg, aanstekelijk zijn ze des te meer.

Het strand voor de One is immers op dit uur best indrukwekkend volgelopen en Jungle By Night krijgt die grote massa vrolijk in beweging. Voor de groep die ooit bestempeld werd als de toekomst van de afrobeat drijft alles op de groove en zoals Gloria Estefan al zong: “The rhythm is gonna get you.”

We krijgen dus lange songs, die goed weten hoe ze moeten blijven gaan en ietwat onnozele publieksspelletjes afwisselen met vette basdrops. Massaal zingt iedereen ook de lalalaa’s mee in een melodie die wel erg ruikt naar “Norwegian Wood” van The Beatles. Als je dan toch pikt, kan je maar best pikken van de beste band ooit, nietwaar? Dit optreden wérkte met andere woorden, alleen zou het allemaal nog net wat meer peper in het gat mogen hebben om de status van middagopwarmer te overstijgen. Jungle By Night hadden in die lange carrière al op bijna elk Nederlands festival gespeeld, legt Zantvliet uit, maar pas vandaag mogen ze ook Best Kept Secret afvinken. En met succes.

Je staat mee te brullen aan de Floor, en je bedenkt hoeveel er de laatste zes à acht jaar is veranderd. Gitaren hebben hun plaats in het muzikale spectrum opnieuw veroverd, in een hoekje van de muziekwereld heeft het betere gooi- en smijtwerk zich opnieuw stevig vastgepoot. Dat en passant ook vrouwen daarin hun plek hebben opgeëist, is niet meer dan terecht en toe te juichen. Girls To The Front, dus, en de dj-set van dit girls-only-punkcollectief is een joyeus vieren van all things female rock van goeie cuvée. “Deceptacon” van Le Tigre blijkt daarin een onverwachte hit, maar net als het met “I’m A Girl” van L.A. Sange tot een prettig hoogtepunt komt, valt alles stil. Even denk je dat het een bewust meezingmomentje is, maar het is wat het is: pech. Na een goeie tien minuten kunnen we gelukkig weer verder. En zo krijgen we alsnog de onvermijdelijke Amyl And The Sniffers. Geen klachten!

Wat gebéúrt hier? Wat we bij Getdown Services meemaken in de Secret tart immers alle gevoel voor realiteit. Waanzin neemt gaandeweg de collectieve psyche over van iedereen in de tent en dan staat er buiten nog eens een even grote mensenzee uit zijn dak te gaan in open lucht. Het valt haast niet in woorden te vatten, dus proberen we maar in cijfers.
Getdown Services is immers 50% de verdienste van het publiek: al bij de opkomstmuziek van Status Quo’s “Whatever You Want” zit het spel op de wagen en het zal er niet eerder dan een uur later weer afkomen. Nota’s nemen is onmogelijk in dit pandemonium – dit is een recensie gebaseerd op de vage herinneringen en halfafgema ke zinn van (jdr).

Mijn kleren stinken naar alcohol van een rondzwierende wijnzak wijn en mijn T-shirt plakt van mannelijk zweet dat het mijne niet is. Het is zelfs onbestemd van hoeveel mannen. Ondertussen vliegen lichamen langs alle kanten crowdsurfend over het publiek. Wanneer zelfs de officiële persfotograaf zijn kiekjes neemt terwijl hij zelf rondgedragen wordt, weet je dat de sfeer goed zit. Ondertussen komen voeten, rompen, hoofden van alle kanten aangevlogen terwijl je je staande probeert te houden en van links naar rechts zwalpt op ‘hits’ als “Get Back Jamie”, “The Radiator”, “Evil On Tap” of “Eat Quiche Sleep Repeat.” Getdown Services is ook 50% gevaar.

De respons die deze band krijgt, valt met geen enkel algoritme te verklaren, want muzikaal stelt het niet zo veel voor en de nummers zijn eerder inwisselbaar te noemen. Maar wie maalt daarom? Het is de delivery van de heren Ben Sadler en Josh Law, een komisch duo zonder weerga dat voor 50% uit een Pete Doherty-lookalike bestaat en met een chemie die deze band tot zo’n fucking opwindende live-ervaring maakt. Ze beledigen iedereen zonder probleem (“You all look like fucking shit”), ze doen elkaar lachen door tijdens “Crisps” hun shorts hoog tussen de billen op te trekken en te twerken, en al tijdens het tweede nummer gaan de T-shirts uiteraard uit om de dadbods te showen. Getdown Services is ook 50% body positivity. En net wanneer het niet gekker kan worden drijven ze tijdens de bissen de beats nog verder op tot een collectief delirium.

Alles opgeteld maakt dit dat Getdown Services 100% zeker de beste show van Best Kept Secret gaf.

Schijnbeweging van de dag – wat die Hollanders straks tegen Japan ook uit hun hoed halen: Ethel Cain die met “American Teenager” opent met een stadion-anthem. “Best Kept Secret!!!”, begroet ze het matig gevulde strand met een enthousiasme alsof ze Glastonbury headlinet; that’s the spirit. Waarna ze, nog voor je kunt noteren dat de moeilijke, complexe artieste van op Pukkelpop 2023 is verveld tot mainstage-act, de boel op slot gooit met het hermetisch intieme “Nettles”.

Het zal niet meer anders worden. Van op haar grassige spoorberm – overschotje van Bad Bunny’s Superbowl-performance – weeklaagt ze in wazige americana. Dat haar microfoonstandaard de steel van een zeis is, dat zal Magere Hein wel een grapje vinden. Grimmiger wordt het wanneer ze in “Ptoelemaea” haar stem verlaagt tot iets wat uit de krochten van Mordor afkomstig is. Minutenlang gaat het door tot het eindigt als een erg cool, grungy nummer. Misschien te cool zelfs, want van de weeromstuit zet Cain “Gibson Girl” in, gezeten op de rand van het podium en zijn we weer vertrokken voor erg taaie, slepende songs. Het duurt uiteindelijk tot “Crush” vooraleer we opnieuw een nummer krijgen met herkenbare contouren. De fans zingen uit dankbaarheid gretig mee, waarna “A House In Nebraska” de set naar zijn einde sleept. En zo verdwijnt Ethel Cain niet met een bang van het podium, maar muist ze er eerder stilletjes van onder. Het is een raar statement voor een artiest die met deze set design duidelijk ambitie uitstraalt, maar muzikaal toch wel heel ontoegankelijk bleef.

In dezelfde ontoegankelijke categorie: Yard Act. De band laat weten dat ze vannacht om drie uur vanuit Portugal zijn overgevlogen. Vermoeid ogen ze nochtans niet: James Smith en zijn kompanen blijven een uur lang gáán met die postpunk van hen – ook wanneer de microfoon van de frontman enkele minuten uitvalt en Smith het niet opmerkt. Of het zich niet aantrekt. Want hoewel hun geluid in songs als “Dream Job” of nieuwtje “You’re Gonna Need A Little Music” meer vervelt richting disco met wat toefjes glam erin, zal James Smith eeuwig en altijd een ratelende rant op twee benen zijn wiens woorden sneller stromen dan de Hertog Jan op tap.

Daar zit meteen ook het grote euvel tijdens dit optreden. Het is zó veel tekst dat het over ons hoofd gaat en je als toehoorder weinig punten hebt tot inleving. De muur die is dichtgemetseld met mortel van woordenbrij is zo dik dat er haast geen doorkomen aan is. Wanneer nummers als “Dead Horse” en “The Overload” vooral “100% Endurance” moshpits veroorzaakt op maat van cynisch nihilisme, horen de mensen zelfs niet meer wat Smith zegt wanneer hij hen meermaals vraagt om een wall of death te maken. “Nevermind, just enjoy yourself.” Hoe hard ze er ook voor werken, Yard Act kan nooit helemaal tot ons doordringen. Hier hadden we meer van verwacht.

De organisatie van Best Kept Secret laat in een officieel persbericht weten dat het gehele festival een uur lang heeft kunnen draaien op de energiebom die Joey Valence & Brae in de vooravond tot ontploffing hebben gebracht in de TWO. De twee Amerikaanse lolbroeken hebben duidelijk even veel zin in het laatste optreden van hun HYPERYOUTH-toernee als het op elkaar gepropte en als één massa zwalpende, springende, buitelende, moshende, roepende, scanderende, zwetende en met de armen zwaaiende publiek.

Het is al van bij het allereerste nummer duidelijk dat iederéén in deze uit zijn voegen barstende festivaltent the baddest bitch in this club is. Het is de laatste avond van BKS, iedereen is ondertussen chaud. Joey en Brae brallen hun teksten, hitsen de keet op, leggen de boel stil om nóg meer energie van ons te vragen én zijn zo slim om na drie nummers hun dikke jassen uit te doen en trots hun Oranjeshirts te tonen. Dit is uiteraard al half gewonnen.

Wie verfijning zoekt moet maar oesters gaan eten bij de voedselstandjes op het festival: binnen in de tent wordt schaamteloos plat vertier geserveerd, en het gaat o zo lekker binnen. JVB zijn dan ook de slimsten van de klas: ze pikken alles wat los of vast zit, maar dan alleen van de besten. Zo klinken ze nog steeds als de Beastie Boys anno Licensed to Ill, zijn ze opwindend als Run The Jewels en Cypress Hills “Insane In The Brain” op “HOOLIGANG” en klinkt “BUST DOWN” als een productie van The Neptunes. Daarnaast draaien ze hun hand er niet voor om om ook de juiste hoeveelheden Skrillex, junglebeats en EDM door te draaien.

Je moet dit dus niet serieus nemen – hier wordt duidelijk op het snelle effect gemikt – maar noem het ook geen gratuite grap. Joey Valence en Brae zijn extreem goed op elkaar ingespeeld en vullen elkaar naadloos aan. Ondanks het bij momenten stoere bro-sfeertje vragen de twee rappers ook om op elkaars veiligheid in de moshpit te letten. JVB was bereid om zich vanavond in het zweet te werken voor hun publiek, en die traan in Brae’s oog bij het laatste afscheid van deze tournee is er een van echte emotie. Op dit moment in hun carrière staat dit duo nog voor oprecht speelplezier. Mogen ze dat nog lang behouden.

Een ooievaar vliegt voorbij tijdens “El Mañana”. Sierlijk klapwiekt hij doorheen het zwerk en ontlokt op dat moment de meest enthousiaste respons van het publiek tijdens de slotshow van Gorillaz. We zitten dan al acht nummers ver in de set die nochtans veelbelovend begonnen was met de heerlijk dromerige idylle van instrumentaaltje “The Mountain”, maar gaandeweg te veel begint te meanderen doorheen nummers als “The Happy Dictator”, “Tranz” en “The Moon Cave”. Aan de band zal het niet gelegen hebben, die speels was wanneer het kon (“19-2000”), en laidback als het mocht (“Rhinestone Eyes”). Ook op de verbluffende visuele weelde van het geschifte universum van animator Jamie Hewlett valt niks af te dingen: het is indrukwekkend hoe de bewegingen van cartoondrummer Russel Hobbes gesynchroniseerd zijn met die van de livedrummer. Hier moet heel veel werk en voorbereiding in steken.

Dan blijft er nog maar één factor over: Damon Albarn. Vorige keer dat we Gorillaz zagen, was Albarn pissig omdat het publiek niet aan zijn verwachtingen voldeed, vandaag is hij – zeker aan het begin – simpelweg apathisch. Chrissie Hynde wist het al, -tig jaar geleden: “He’s gone, 2000 miles away”. Is het de vermoeidheid van een frontman die een dagje ouder wordt? Is dit het effect van goede waar uit een Nederlandse coffeeshop, of al iets te vroeg gepiekt met de Hertog Jans? Iedereen heeft het wel al eens meegemaakt, maar het is minder gepast wanneer je de frontman bent van de headliner. Albarn loopt wat doelloos over het podium, wauwelt bindteksten (“Has anyone seen my glasses?”, illustreert de situatie nog het meest) en zijn zanglijnen in de songs missen vaak bezieling.

Gelukkig zingt Albarn bij Gorillaz nooit alleen. Altijd hebben ze veel volk mee om die andere zanglijnen voor zich te nemen, en het zijn de gasten die met hun enthousiasme Albarn gaandeweg weten te reanimeren voor de tweede helft van dit optreden. Eerder had Joe Talbot van IDLES de opperaap al tot een aandoenlijk dansje kunnen verleiden tijdens “The God Of Lying” en de voorzet van “On Melancholy Hill” wordt door Kara Jackson binnengekopt in het lieflijke “Orange County”. Het geheel komt steeds meer onder stoom en het debiet aan rappers op het podium groeit evenredig: Yasiin Bey in het hypnotiserende “Stylo” en het swingende “Damascus”, Booty Brown ontwijkt speels de hevige basdrops van “Dirty Harry” en Posdnuos van De La Soul is na zijn show van vrijdag nog blijven hangen om “Feel Good Inc.” op te hypen. Del tha Funkee Homosapien is er jammer genoeg niet bij, maar dat kan het feest dat “Clint Eastwood” is niet deren.

Anders dan bij het Oranje voetbalelftal tegen Japan trekt Gorillaz de scheve situatie tijdens de tweede helft van hun concert nog recht, maar dat is niet dankzij Albarn geweest, eerder ondanks.

Gorillaz is zo niettemin een wat flauwe punt na een Best Kept Secret dat ergens voelde als een wedergeboorte. Met eindelijk nog eens het bordje uitverkocht aan de deur kunnen de uitbaters ongetwijfeld tevreden de rekeningen inlossen, maar daarvoor betaalden de bezoekers misschien toch wat het gelag. Met dertigduizend man op Dag Twee voelde het terrein vaak veel en veel te krap, waren de stromen tussen de podia soms van een Primavera-achtige traagheid. Waarna ter plekke dan ook nog eens regelmatig moest vastgesteld worden dat de bereikte tent te klein was voor het opgedaagde publiek. Ja, zelfs in de vergrote en vernieuwde Casbah.

Dat is jammer. Het is goed dat Best Kept Secret ambitie toont, maar die mag het evenwicht tussen beleving en muziek niet in de weg staan. Wat ons betreft, mag die vijfduizend man per dag extra er volgend jaar dus gerust weer af. Verder kunnen we geen klachten bedenken. Onze voeten laten weten dat het na veertigduizend stappen genoeg is geweest, onze ogen staan nu al op halfstok. Om nog een laatste keer die grote filosofe van The Pretenders te citeren:

“I go to sleep.”

Beeld:
Nadia Denys, Jan Van den Bulck, Tom Leentjes

verwant

recent

Jack White :: Frozen Charlotte

Vorig jaar dook Jack White nog eens in zijn...

Etienne Davodeau :: Waar je ook gaat. Reis door het land van het haperende geheugen

Etienne Davodeau verwerkt de ervaringen zijn vrouw als zorgverlener...

Sayaka Murata :: Baren en Moorden

Sayaka Murata brak in 2016 internationaal door met Konbini...

Statuettes. Kleinsculptuur in Huis :: Venetiaanse Gaanderijen Oostende

Wie aan beeldhouwkunst denkt, ziet spontaan monumentale bronzen standbeelden...

George R.R. Martin :: A Knight of the Seven Kingdoms

“Just finish the books, George” is intussen een sarcastische...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in