Best Kept Secret 2026 :: Hermetiek op de spoorwegberm

Dag Twee: Hoogspanning en een paar tanden te kort

Minder regen, meer houtsnippers; dat is het devies waaronder we opstaan. Dat doen we nog steeds onder een loden lucht, maar na een ochtendlijke bui belooft die zich vandaag in te houden – hopen we! In The Secret spelt alles niettemin onheil.

Madra Salach, ziet u, is van de Lankumschool als het gaat om Ierse folk. Altijd hangt drama in de lucht, is de sfeer gespannen en intens. Tempo’s liggen laag, de sfeer is gedragen en op het ritme van een dronend harmonium – “als dit instrument er is, weet je dat het goed is”, stelt iemand achter ons tevreden vast – slaapwandelt alles richting ongeluk.

Het interessante aan deze groep blozende jongelingen is hoe iedereen permanent onder hoogspanning lijkt te staan. Frontman Paul Banks (niet die van Interpol) banjert nerveus het podium rond, als een leeuw in een te kleine kooi, toetsenist/mandolinespeler Jack Martin springt al even ongedurig achter zijn synth. En zelfs al zitten ze: ook bassist Jack Lawlor en gitarist Adam Cullen ademen het soort onrust uit waar nooit iets goeds van komt. Je hoort het al in opener “Blue & Gold”, dat na elke bocht wat steviger opbouwt, maar ook aan de traditional “The Tunnel Tigers”: het start dramatisch, met Banks’ stem als centrale dragende kracht, maar wanneer de drums van Dara Duffy invallen trekt ook dat daverend aan. “Yup,” zegt de zanger, “Shane McGowan heeft ons zeer beïnvloed. En niet alleen omdat ik ook een paar tanden mis.” En het sextet haalt de Poguessong “Turkish Song Of The Damned” boven, die straks op een tribute-album komt te staan.

“Ik wil de donkere folkvibes hier niet verpesten”, zegt Banks. Maar dat hij het geweldig vindt hoe de tent hier bakje vol is voor de groep. En hij prijst de Nederlandse festivals waar je zowaar te eten en te drinken krijgt, “and they take you places”. Je ziet hoe gelukkig de hele band is, hoe dankbaar het dit publiek omarmt dat hen zo’n open doekje gaf. Het houdt hen niet tegen om de sfeer bedrukt te houden. Ook slotnummer “The Man Who Seeks Pleasure” is opnieuw geladen, ingehouden en van een intensiteit die te snijden is. Wanneer de groep uitbundig afscheid neemt, zie ik voor me een man in tranen getroost worden door een hem onbekende Ierse, en besef: hier is iets bijzonders gebeurd.

Een feestje en een programmeerfout tegelijk: dat was Weval in een notendop. Want wie bedenkt het nu om de beste elektronische liveband van Nederland om kwart voor drie in de middag te programmeren? In een tent, gelukkig, maar toch voelt het als een volstrekt verkeerde inschatting. Maar, zoals Chrissie Hynde ooit zong, “Don’t get me wrong”: het is niet omdat dit duo hier verkeerd staat, dat het niet in staat is tot scoren.

Dat hier groter gedacht mocht worden, is sowieso duidelijk: de tent van de TWO puilt uit, ook buiten is het waden door de massa. Misschien is het omdat we dit duo ooit effectief een Hamburgs outdoor-podium zagen headlinen, dat dit zo fout voelt. Wat ze toen konden, had nu ook gewerkt als een nachtgedachte na Nick Cave. De beats en synths van Harm Coolen en Merijn Scholte-Albers wérken immers. Het is house, soul, funk, met een vleugje pop die een aanslag pleegt op de dansbenen, je in het donker van de tent toch probeert mee te zuigen. Het werkt het best als Eefje de Visser opduikt voor de gezamenlijke tracks “Never Stay For Love” en “FREE”, en zich losser en aanstekelijker toont dan op haar eigen concerten. Waarna een van de twee achter haar de microfoon grijpt. “We zijn niet goed in praten met het licht aan, maar we houden fucking veel van jullie. Het is nu half vier ‘s middags, de rest van de show gaan we doen alsof het half vier ‘s nachts is.”

Dat is precies wat er gebeurt. De beats gaan harder, de bassen dieper. “Melchior’s Dance” en “Are You Real” drijven de boel tot een kookpunt, lasers proberen er iets van te maken, maar: het blijft bij daglicht, waar geen lichtshow tegen opgewassen is. Er is “Dopamine” nodig om het zaakje af te maken, en dat doet het ook. Met zijn slottrack bereikt Weval net op tijd het hoogtepunt. Een indrukwekkende prestatie op zo’n ongunstig moment.

Het duurt tot de break van “On Division St”, ergens halverwege de set, tot het New Yorkse Nation Of Language de TWO volledig weet in te pakken. Wanneer die drumcomputer opnieuw inkickt kan de band net zoals in 2023 een zegerondje inzetten. Het half uurtje daarvoor was aftasten en opwarmen. De ijskoude eightiessynths hypnotiseerden, maar de dooi zette zich eerder langzaam in. Dat krijg je met drumcomputers die klinken alsof de band ze in de garage sale van New Order op de kop heeft weten te tikken – overigens niet de enige referentie in de biografie van deze band. Een nummer als “Weak In Your Light” deint immers mooi verder op dezelfde “Autobahn” als Kraftwerk, maar de band blijft netjes in een ander rijvak. Dat hoeft geen belemmering te zijn, want alle makkelijke namechecks ten spijt brengt Nation Of Language immers domweg goede nummers waarop het leuk heupwiegen en armzwaaien is.

Bovendien werkt hun enthousiasme en oprechtheid aanstekelijk. Zanger en frontman Ian Richard Devaney zegt netjes en beleefd “dankuwel” wanneer het publiek hem een gul applaus schenkt, hij zingt met grote gebaren en pathos in de stem, bulkt van de weirde moves en is werkelijk overal op het podium te vinden. Onvermoeibaar zonder vermoeiend te zijn – een Samuel T. Herring light; gekleed in een Ian Curtiskloffie – en dat siert hem. Soms moeit hij zich ook nog aan de synths van Aidan Noell, maar zo gaat dat in een relatie, want naast het podium delen deze twee ook lief en leed. De liefde, de vanzelfsprekendheid en het spelplezier zijn aanstekelijk en worden uiteindelijk overgenomen door het publiek waarin wij rondom ons alleen blije gezichten en eigengereide dansmoves zien. Dit was een slow burner van een optreden.

Oeps, stonden wij even in de verkeerde tent! Maar neen, het is niet in The Casbah te doen, maar – met ons dus een beetje te laat – in The Secret. En daar speelt Tropical Fuck Storm met het soort overtuiging en doodsverachting die je enkel leert door jarenlang te touren in de Australische outback. “You Let My Tyres Down” is een gitaaraanval die klinkt alsof de geest van Jack White na gisteren is blijven hangen, “Stepping On A Rake” is net als het van The Stooges geleende “Ann” dan weer een uitgesponnen sleper. “Two Afternoons” wordt traag voortgestuwd naar een daverend slot, waarna het echte uitroepteken volgt: een waanzinnige cover van “Stayin’ Alive”. De band brengt het als een pandemonium van snarengeweld en ploegende bas en drum. Het klinkt alsof de dinosaurussen nog over de aarde rondstommelen, en hardnekkig proberen die komeet in de lucht te erkennen. Ah-ah-ah nog aan toe.

Vaste waarde op dit festival: de Rotterdammers van Tramhaus. Twee jaar geleden hadden we hen voor 2026 nog een geheide headlinerspot voorspeld, maar die plek was helaas al ingenomen door ene Nick C. Geeft niet, frontman Lukas Jansen is zo al zenuwachtig genoeg voor deze show – “al een half jaar of zo”. Je vraagt je af waarom: de Two is weer maar eens te klein om alle hossers en moshers een plekje te geven, en het publiek omarmt de band als waren ze hun beste vrienden. Bij Tramhaus weet je dan ook wat je krijgt: groovy postpunk waarop stilstaan niet gepermitteerd is. Van aan de zijlijn toekijken werkt dan ook niet bij deze bende, en dus nemen ook wij een duik in het gewoel voor het podium. “Seduction, Destruction” doet een bruuske eerste poging om onze ouder wordende knoken los te beuken, “Minus Twenty”, langzaam opbouwend op die onsterfelijke riff, creëert een koortsdroom van een pit, met stroboscopen die het beeld aan mootjes hakken en een bellenblazer die langshuppelt om zijn liefde en zeep te verspreiden tussen al het brute geweld door.

Een ongelukkig gemikte kopstoot dwingt ons even uit het strijdperk – de risico’s van het vak – dus gelukkig is daar “Plovdiv”, het eerste van een reeks nieuwe nummers, en op het eerste gehoor wat slepender en donkerder dan het oudere werk. Veel tijd om op adem te komen is er echter niet, want van zodra Jansen zijn strot opentrekt voor het refrein, en de gitaar van Nadya van Osnabrugge nog onbekend hardcoreterrein gaat verkennen, begint het spelletje vleeshoop voor volwassenen gewoon opnieuw. Zullen we het nog één keer proberen? Tramhaus, Best Kept Secret 2027, sunset slot op de One. Geloof ons nu maar.

Het is die stilte in “Joy” die het luidst over de wei weerklinkt, stiller dan de wildste uithaal van Nick Cave en zijn Bad Seeds. Zaterdag is de enige uitverkochte dag van het festival – bij momenten zelfs onaangenaam druk – en toch kan je tussen de krioelende massa een speld horen vallen. Dát is nog steeds het effect en de kracht van Cave, hoe vaak je hem en zijn kompanen ondertussen al hebt gezien. Hij laat meutes moeiteloos uit zijn hand eten; de adoratie die de man al sinds een dikke tien jaar te beurt valt, kent geen einde. Hij is ondertussen de man, de god, de goeroe geworden waarvoor hij ons in “Red Right Hand” altijd gewaarschuwd heeft. En sinds Push The Sky Away heeft hij dat gedaan met muziek die bij momenten haast messianistisch klinkt. Zie ook de hymne “O Children”, dat de voorbije jaren steeds meer van albumtrack tot publieksfavoriet is verveld.

Nochtans is het die andere pendant in zijn persoonlijkheid die de soebatten mag openen. Net als Jack White gisteren laat Cave er geen gras over groeien en met een furieus op gang getrapt “Get Ready For Love” ontbindt de Australiër meteen de duivel die ook al sinds de late jaren zeventig in hem huist. We zijn vertrokken voor een dollemansrit naar de zevende cirkel van de hel langs “From Her To Eternity” en “Train Long Suffering ”, een oudje dat hij op deze tournee voor het eerst sinds 1989 (!) weer bovenhaalt, maar vandaag over het strand dendert als een stampede bizons. De waanzin en de verbetenheid stralen van zijn gezicht en Cave durft de wildebras in zich opnieuw te omarmen, nadat dit in de voorbije jaren van rouw soms wat ongemakkelijk had aangevoeld. Maar hij is niet meer zo boos als vroeger: wanneer hij ongemakkelijk vast komt te zitten terwijl hij tijdens “Red Right Hand” over het publiek hangt, moet hij lachend toegeven dat hij zijn tekst vergeten is. Nick Cave, man or myth? luidde vroeger de vraag. Tegenwoordig is hij beide.

Zodoende mag de zalving van een magistraal opbouwend “Wild God” naast de slag in het gezicht van het onverwoestbare “Tupelo” staan. Wat valt er verder nog te zeggen over dit uit spanbeton opgetrokken oeuvre? U kent de hits, u kent het keurmerk. Ook recensenten zitten met de handen in het haar wanneer een artiest consequent op WK-niveau opereert.

Valt er dan niets op aan te merken? Enkele details misschien: zo is de band op dit tweede optreden van de zomer nog niet helemaal gerodeerd en niet altijd even zeker over de volgorde van de songs op de setlist; vaak wordt er overlegd en naar elkaar gekeken. Bij de opeenvolging van “Carnage” en “Rings Of Saturn” voel je dan weer de intensiteit en concentratie vervliegen over het strand; zij houden minder goed stand tussen al het andere geweld.

Gelukkig heeft Cave het spelletje van optredens al lang uitgespeeld. Hij weet perfect wat hij moet doen om iedereen met een goed gevoel naar huis te sturen, maar ook daar kan hij ons nog verrassen met een onverwacht hoogtepunt. “Hollywood” (uit Ghosteen) staat slechts voor de derde keer op het menu van een Bad Seeds-show, en dat lijkt logisch. Wie speelt er immers een kwartier lange soundscape met een verhaal over een vrouw die haar kind verliest? Het is niet vanzelfsprekend, maar deze topband draait er haast achteloos zijn hand niet voor om en houdt de aandacht moeiteloos vast. Verbaasde blikken en bewondering alom. Cave stuurt ons ten slotte nog de nacht in met de publieksvriendelijke afsluiter “Into My Arms” waarvan de zang een laatste keer grotendeels wordt overgenomen door het publiek – nog een portie kippevel dabei.

Beeld:
Nadia Denys, Jan Van den Bulck, Tom Leentjes

verwant

recent

Wu Lyf

Als een vage herinnering stond Wu Ly donderdagavond in...

Triggerfinger :: ”Van mij moet er niet op elke Triggerfingersong een gitaar staan”

Er is veel gebeurd, in Triggerfingerland, en dus duurde...
Vorig artikel
Volgend artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in