De jonge Belgische regisseur Valéry Carnoy behaalde een master in interculturele psychologie vooraleer hij ging studeren aan de Brusselse theater- en filmschool INSAS (Institut National Supérieur des Arts). Met zijn gelauwerde kortfilms Ma Planète en Titan, die reeds getuigden van een grote maturiteit, wist hij zich al meteen in de kijker te werken.
Vervolgens mocht Carnoy het mooie weer maken in Cannes, waar zijn langspeelfilmdebuut La Danse des Renards – ook bekend onder de internationale titel Wild Foxes – vorig jaar werd gepresenteerd binnen de parallelle nevensectie La Quinzaine des Cinéastes en er tot tweemaal toe in de prijzen viel.
La Danse des Renards vertelt het verhaal van Camille (Samuel Kircher), een jonge beloftevolle bokser die als topkandidaat wordt klaargestoomd voor het nakende Europese kampioenschap. Wanneer hij tijdens een roekeloos uitstapje met z’n boezemvriend Matteo echter zwaar ten val komt en ternauwernood aan de dood ontsnapt, komt Camille’s carrière op de helling te staan.
Met deze raak geobserveerde film dompelt Carnoy ons onder in een milieu van stoere jongelui die geen blad voor de mond nemen of risico’s uit de weg gaan. Hoewel La Danse des Renards de stereotypes daarmee niet altijd kan omzeilen, wordt de prent wel geïnjecteerd met een rusteloze energie en geladenheid. La Danse des Renards beantwoordt niet echt aan het profiel van de klassieke sportfilm. Ondanks zijn onderwerp, en in tegenstelling tot wat je hierdoor als kijker op het eerste zicht zou verwachten, ontplooit de film zich eerder tot een genuanceerde karakterstudie die zowel qua vorm als inhoud meer overeenkomsten vertoont met het coming of age genre.
Bijgevolg snijdt Valéry Carnoy niet enkel thema’s aan als innige vriendschap en het schenden van een vertrouwensrelatie, maar heeft hij ook oog voor mannelijke kwetsbaarheid en hoe die binnen de touwen van de boksring niet getolereerd wordt. Carnoys aandacht voor geestelijke gezondheid en mentaal welzijn vormt dan weer de eigenlijke kern van de film.
De bijna fatale afloop van het ongeval dat Camille meemaakt, brengt hem immers helemaal van zijn stuk. De protagonist begint alles in twijfel te trekken, slaagt er niet meer in z’n oude vorm te bereiken en worstelt met het feit dat hij niet kan tegemoetkomen aan de verwachtingen van zijn omgeving. De grote littekens op z’n arm die hij aan het accident overhield zijn slechts een veruitwendiging van de dieper gelegen innerlijke wonden die Camille met zich meedraagt. De combinatie van psychosomatische klachten en paniekaanvallen worden hem teveel en beginnen steeds zwaarder door te wegen, wat ook een wig drijft tussen Camille en zijn teamgenoten.
De amper eenentwintigjarige Samuel Kircher – de jongste zoon van het acteurskoppel Irène Jacob en Jérôme Kircher – die reeds te zien was in L’Été Dernier van de Franse provocatrice Catherine Breillat en het kleinood L’Engloutie, weet de angst en toenemende onzekerheid waarmee zijn personage te kampen krijgt op realistische wijze weer te geven. Daarnaast wist Kircher zich ook volledig in te leven in de fysieke transformatie van het aanstormende bokstalent. Hij trainde maandenlang om de bewegingen onder de knie te krijgen.
De discipline en spierkracht die de sporttak vereist, waren voor de regisseur makkelijker over te brengen dan het visualiseren van een psychische aandoening. De bokskampen worden met een rauwe directheid in beeld gezet. De camera van Arnaud Guez voert een choreografie uit die quasi voortdurend met de acteurs meebeweegt. Carnoy vond het dan ook belangrijk om een claustrofobische setting te creëren en zocht voor de film naar een contrast tussen spanning, geweld en tederheid.



