Nog maar eens Duitsland, want jongens, wat is daar gebeurd terwijl wij richting Engeland keken! Terwijl The Beatles uitpieterden, The Velvet Underground vooral géén rhythm & blues probeerde te spreken, werd halverwege het wirtschaftswunder popmuziek simpelweg geherdefinieerd. Samen met gast Annelies Van Dinter zoekt de podcast Trans-Europe Express uit hoe het zover is kunnen komen.
Toen manager Uwe Nettelbeck Faust probeerde te verkopen aan platenfirma Polydor, beweerde hij dat hij daarmee de nieuwe, ‘elektronische Beatles’ had. Twee platen heeft dat geduurd, want natuurlijk waren die dekselse Duitsers lastiger, eigenzinniger en minder meezingbaar dan een mens had gehoopt. In 1973 stond Faust op straat, maar was er gelukkig Richard Branson die van zijn kersverse label Virgin Records een veilige haven voor tegendraadse ambetanteriken wilde maken. Of toch zoiets. En dus volgde na derde album The Faust Tapes opnames voor een volgende plaat. Ze zouden veel te lang duren, en van miserie zou Nettelbeck er ook sessies uit eerdere studiosessies bij sleuren, maar het resultaat zag uiteindelijk het licht als Faust IV.
De fans van voorganger The Faust Tapes vonden er niets aan. “Echte riffs, ugh!” “Songs! Bah!” Vandaag staat die plaat geboekstaafd als een klassieker die u moet gehoord hebben. In deze zevende aflevering van onze podcast Trans-Europe Express blikken we terug op deze krautrockklassieker met gast Annelies Van Dinter (Echo Beatty, Pruillip).



