Met de tennisarm van The Gardener in een verre achteruitkijkspiegel, rockt Admiral Freebee op zijn achtste plaat als de beesten. Raw Fun is precies dat geworden: een prettige, aanstekelijke rockplaat waarop Tom Van Laere losser dan ooit klinkt. ‘Wat een compliment dat je dat zegt!’
enola: Je beloofde deze plaat al in 2024, toen je net op tour vertrok om je eerste plaat integraal te spelen. Het heeft niettemin nog even geduurd voor Raw Fun verscheen.
Van Laere: “Het had geen zin om zo’n plaat uit te brengen als je nog aan het touren bent met je debuut. En tegenwoordig moet je concerten bijna twee jaar op voorhand vastleggen, dus had het pas nu zin.”
enola: Je bent meteen na die laatste tour, die rond je twintig jaar oude debuut draaide, opnieuw in de studio gedoken. Die oude songs spelen werkte inspirerend?
Van Laere: “En toch had de tour er weinig mee te maken. De songs van Raw Fun waren op dat moment immers al geschreven. We repeteerden ze al regelmatig tijdens soundchecks en tussen twee optredens door. We speelden doorgaans één keer om de week, en tussendoor werd er gerepeteerd en werkten we die nieuwe nummers uit. Natuurlijk hielp de energie van die eerste plaat, die we tussendoor speelden, wel om er goed in te raken.”
“Die tour had overigens zijn gek kantje, want doordat we de plaat in volgorde speelden, moesten we ‘Rags And Run’ al in tweede positie brengen. Dat zou ik normaal nooit doen, zo’n rustig nummer meteen na de opener lossen, maar het werkte vreemd genoeg erg goed. Zo heb ik op die tour gemerkt dat mijn eerste plaat, die steevast als een rockalbum wordt omschreven, eigenlijk bestaat uit zeven ballads en twee stevige songs. Als je dan weet dat een nieuwe plaat altijd een reactie is op de vorige – in dit geval met The Gardener een meer digitale synthplaat – en in dit geval ook op wat we dan tourden, dan kon het niet anders dan dat Raw Fun een upbeat rockplaat werd.”
enola: Al dat repeteren tussendoor, dat was om klaar te zijn voor de opnames? Het werk mag niet meer in de studio moeten gebeuren?
Van Laere: “In de studio zit je altijd onder druk, want tijd is geld. Dus ik geloof inderdaad in repeteren, en dan kort en snel opnemen. Ook Raw Fun hebben we in vier of vijf dagen opgenomen. Zo moet het voor mij zijn: songs schrijven en ze laten rijpen door ze te repeteren. Als het niet meteen goed zit, de groove niet juist is of zo, dan moet het nog verder gerepeteerd worden. Je moet het spelen tot het vanzelf komt.”
“Dat is werken zonder te werken. Zolang spelen tot het klinkt alsof er niet aan gewerkt is. En ik geloof niet dat dat kan gebeuren in de studio. Een intro uitwerken, weten hoeveel maten die duurt, … dat moet vooraf, zodat het in de studio fun wordt. Dan krijg je energie en voel je dat aan de opname. Zoiets krijg je niet als iedereen nog met een iPad voor zich zit om te zien wat de akkoorden zijn en de tekst. De muzikanten moet het nummer van buiten kennen, zodat ze naar de bridge gaan omdat ze weten dat die er komt, niet omdat ze dat op een blaadje uitgeschreven zien. Om muziek te maken moet je luisteren naar elkaar, niet kijken naar een scherm.”
enola: Het resultaat is een album dat met nadruk klinkt als een ‘groepsplaat’.
Van Laere: “Daarom staat op de hoes ook dat hij door alle muzikanten mee is geproducet. We hebben dat samen gedaan. We nemen onze repetities op, beluisteren die en overleggen vervolgens in een WhatsApp-groep. Het is echt een groepsplaat, ja, zelfs al ben ik degene die de beslissingen neemt en dus ook wel eens ‘neen, dat vind ik niet goed’ zegt. Er staan ideeën van iedereen op.”
enola: Wat het ook is: een echte gitaarplaat. Die tennisarm van enkele jaren terug is duidelijk genezen.
Van Laere: “Het voelde effectief als een bevrijding De tempo’s liggen ook redelijk hoog, iets wat ik nog nooit echt heb gedaan, maar waar ik nu eens zin in had. Het geeft het meer energie dan ‘gewoon maar rock’.
enola: ‘Uptempo rock met een groove en de simpele energie van punk”, had je ’t vooraf aangekondigd.
Van Laere: “Het is niet omdat het in een interview staat dat ik dat echt zo gezegd heb. (grijnst) Punk zou ik er niet echt op plakken, maar als je die hoes ziet met die gewonde hand van een skater in een triomfantelijke V, dan voel je toch ook die energie. Eigenlijk denk ik dat ‘energie’ gewoon het beste woord is.”
enola: En dus moest de titel Raw Fun zijn?
Van Laere: “Dat gevoel had ik toen ik ’s zomers de songs aan het schrijven was. Ik was voortdurend aan het ‘gitaarwandelen’, met de gitaar in de tuin spelen zonder neer te zitten. Zo kom je ook aan hogere tempo’s. Voor mij voelde het alsof ik een kind was dat na het eten zo snel mogelijk weer buiten wil gaan spelen. Dat hebben we ook gedaan in de studio: na de maaltijd nog wat buiten gaan voetballen en dan opnieuw verder opnemen. Dat gaf hetzelfde soort heel simpele, bijna kinderlijke energie, net zoals die skater op die hoesfoto die ondanks de schaafwonden, ondanks het bloed, gewoon meteen weer op zijn plank wil staan.”
enola: Het is je meest losse plaat geworden, naïever nog dan je debuut.
Van Laere: “Hij voelt voor mij ook een beetje als een debuut, maar goed, dat heb ik eigenlijk met elke plaat. Ik vind het een compliment dat je hem losser vindt, want ik vind ook dat we daar nu beter in zijn. We zijn nu meer zelfzeker ook, want het wordt soms onderschat hoeveel artiesten groeien in hun carrière. Er wordt vaak beter en scherper geluisterd naar een eerste plaat en dat wordt dan het beslissend album voor hoe hij wordt gepercipieerd met alle nostalgie van dien, maar eigenlijk is later werk doorgaans beter. Er is dan minder bewijsdrang.”
“Ik zag Neil Young ooit eens op Rock Werchter spelen, en dat was met zo’n ‘no need to impress’-gehalte dat het indrukwekkend was. Hij liet complexloos lange stiltes vallen tussen nummers om te stemmen en dat straalde een gigantisch zelfvertrouwen uit. Voor mij was dat een concert en dat is iets anders dan een ‘show’, het woord dat men tegenwoordig zo vaak op een optreden plakt. Ik geef ook veel liever concerten. Dan is er meer plaats om je te amuseren en ik denk dat het publiek dat ook voelt.”
enola: Je bent op dat vlak inderdaad een man van de oude stempel. Voel je je soms een beetje een anachronisme?
Van Laere: “Nee, eigenlijk niet. Ik ben soms mentor aan het Conservatorium in Gent en daar krijg ik het gevoel dat er bij de jonge muzikanten nog genoeg verschillende strekkingen vertegenwoordigd zijn. Ik vind ook niets mis met een show geven, maar zelf zie ik liever een concert waar dingen mis kunnen gaan. Voor mij was rock altijd een beetje ’the revenge of the nerds’; de losers die eens op het podium gaan staan en plots iets te zeggen hebben.”
“En dat wil niet zeggen dat er met de winners iets mis is. Dat is leuk, maar dat is … voor andere mensen. Er is aan het Conservatorium inderdaad een echte poprichting, maar net zo goed ontmoet ik er mensen die zelfs geen keyboards meer willen, maar alles akoestisch en organisch houden. Zo extreem ben zelfs ik niet, ik werk best wel met een computer, neem op met mijn gsm. Maar er is dus ook een tegenrichting. Veel van die jongeren zijn zelfs zot van Elliott Smith en dan specifiek zijn eerste platen toen hij nog volledig akoestisch speelde en met meerstemmige zang werkte.”
enola: Ondanks alle speelplezier kijk je op Raw Fun ook niet weg van het nieuws. Het eerste woord op de plaat is niet voor niets ‘Armageddon.’
Van Laere: “Dat vind ik ook belangrijk, dat het niet alleen pret is. Ooit heeft iemand iets aangekondigd, hier is Admiral Freebee met zijn vrolijke wanhoop’ en dat vat voor mij wel deze plaat. Ik heb ooit een album ‘The Honey and the Knife’ genoemd; dat vat het wel zowat samen. Als naast de muziek ook nog eens de teksten fun zouden zijn, vond ik het niet goed. Een goed voorbeeld vind ik Ierse traditionals. Songs over verliefdheid gaan ze over een triestige melodie in majeur vertellen, als het over de oorlog gaat, krijg je een happy melodie in mineur. Ook de blues heeft dat. Krijg je heel vrolijke grooves over slavernij.”
“Maar natuurlijk kon ik het nieuws niet laten liggen. We zingen dan ook samen ‘even though the news is bad, all I wanna do is sing’; je kunt er niet rond. Overigens is de eerste zin van de plaat, zachtjes gezongen voor dat ‘Armageddoooon’ ‘everybody’s talking about the end of the world as if it’s something that they’re waiting for’. Zo gaat het al sinds Jezus Christus. We willen het veranderen van de wereld zo hard forceren dat er eigenlijk niets gebeurt. Want je lokt zo tegenreacties uit. Het einde van de wereld, dat is een beetje zoals gewelddadige films; het heeft iets fascinerends waar je niet van kunt wegkijken. We vinden het precies leuk om te zeggen hoe erg het gesteld is met de wereld. Tegelijk zing ik in ‘I Don’t Want To Fight No More’ ook ‘everybody is right, everybody is wrong’. Want ik denk nog altijd dat er te veel meningen zijn op deze wereld en je krijgt ze meer en meer op je bord. Ik probeer zo weinig mogelijk mee te gaan in de stroom van opinies, rock geeft mij alles wat ik nodig heb. ”
enola: Terwijl vandaag natuurlijk ’the age of rage’ is, zoals je zelf vaststelt.
Van Laere: “Vaststellen: dat is het goeie woord, want het is geen mening die ik daar verkondig. Ik registreer gewoon wat ik zie en soms herken ik me daar ook wel in. Iedereen heeft zo’n kwaadheid in zich en daar zit triestheid achter. Dat is de façade die valt, zoals ik zing.”
enola: Ben je zelf iemand die zich in blinde woede kan verliezen?
Van Laere: “Nee, ik zal altijd eerder pleaserig doen. Maar dat is voor mij het ding: in het dagelijkse leven ben ik zo, maar op het podium sla ik dan wel aan het roepen. Ooit zag ik een interview met Jon Spencer, waarbij de journaliste hem vertelde hoe aantrekkelijk ze hem vond als hij tijdens concerten aan het schreeuwen ging, terwijl hij bij haar net zo rustig was. ‘Net daarom’, zei hij. ‘Het is door alles op te kroppen tot ik op het podium sta, dat ik daar zo’n wilde man kan zijn.’ En dat gaat op voor veel van mijn helden. Iggy Pop is live the dumbest smart guy. En opnieuw is dat voor mij rock: niet goed kunnen omgaan met je kwaadheid, maar dat wel doen op de planken.”
enola: Het podium als een soort breekijzer voor opgekropte emoties?
Van Laere: “Zoiets. Ik heb al vaak gezien hoe erg extraverte mensen heel zenuwachtig worden als ze plots in het openbaar een speech moeten geven. Er is iets dat zorgt dat als je opkropt, je op een podium minder bang wordt. Zoals die keer toen Iggy Pop op Jazz Middelheim stond en na drie nummers van The Stooges uitriep ‘Now I feel a lot fucking better’. Nadien vertelde hij in een interview hoe hij al veel te lang niet meer had opgetreden. Die mens heeft dat gewoon nodig. En dat is voor mij altijd heel herkenbaar.”



