Hen’s Teeth, de tanden van een kip. Zoals in de volkse uitdrukking “zeldzamer dan”, een illusie, een absurditeit, een paradox. Iron & Wine, na bijna een kwarteeuw nog altijd gewoon Sam Beam voor de vrienden, verloor zijn hart naar verluidt al langer aan die woorden en hun betekenis. Nu komt de singer-songwriter met een album dat die naam draagt als “a gift that shouldn’t be there but it is”.
Collabs met collega’s Ben Bridwell, Jesca Hoop en Calexico daargelaten is dat paradoxale geschenk Beams nummer acht. De songs op Hen’s Teeth stammen uit dezelfde opnamesessies als die van Light Verse uit 2024, met dus ook dezelfde begeleidingsband. Waar die vorige alles nog een plaats gaf (denk aan het geduldige “All In Good Time”), gaat Iron & Wine deze keer meer voor de slagader.
Het contrast in cover artwork over de twee platen spreekt al boekdelen: een zachte cyanotypie toen tegenover een onheilspellend bloedrode filter nu. Je zou het tweeluik bijna als Abel en Kaïn kunnen bekijken – bijna, want de broederband overleeft de spanning wel. Hen’s Teeth bevat niet zo zeer de overschotjes van de Light Verse-sessies, maar bundelt eerder de weerbarstiger songs die thematisch meer kwijt hadden over de paradox van de liefde waarin twee entiteiten toch één kunnen zijn dan paste op die voorganger van twee jaar terug.
Opener “Roses” – uiteraard zijn die bloemen ook in het diepste rood: “Run into the one you love forever” – maakt de luisteraar initieel nog het hof, met Beams lieflijkste stem en gitaartokkels alsof hij Romeo onder Julia’s balkon speelt. Het blijkt een valse voorzet wanneer voorbij de helft het refrein zin na herhaalde zin (“Some only as happy as their life”) met aanzwellend rumoer (strijkers, blazers, Beams dochter Arden op backing vocals) een ongemakkelijke schaduw over dat gekunstelde sfeertje van de openingsminuten werpt.
“Paper And Stone” heeft het dan weer uitstekend naar zijn zin in de schaduw, daar waar het iets koeler is, en laat van daaruit een refrein horen dat Sufjan Stevens als gegoten zou zitten. “Robin’s Egg”, de rollercoaster die een wederzijdse overgave aan de liefde kan zijn (“We did it for love / When that’s what it was / If that’s what it was / Whatever it was”), valt even vluchtig als wankel uit, al lijmt gelegenheidspartner I’m With Her wel de brokken. Meer ongedurige overgave is te vinden in memorabele single “In Your Ocean”: “…I only want to drown when I find myself swimming in your ocean”.
“Grace Notes”, dat in zijn instrumentale opening nog idyllische tradfolk laat horen, blijft tussen de oren plakken dankzij heerlijke melodieën en een donkerder, jazzy intermezzo met gefluit en strijkers à la Andrew Bird. Songs als “Defiance, Ohio” en het dromerige “Wait Up”, opnieuw samen met indiecountryfolkformatie I’m With Her, laten dan weer wat steekjes vallen in hun poging om het concept van Hen’s Teeth aan de man te brengen. Coda “Half Measures” sluit de plaat af op dezelfde kousenvoeten die “Roses” in het begin droeg.
Met Hen’s Teeth levert Iron & Wine een solide album in wat tot zijn eigen traditie van rijk geïnstrumenteerde folk gegroeid is. Dat het zoeken blijft naar manieren om die traditie in ere te houden, weet Sam Beam goed genoeg. Het concept van dit paradoxale geschenk komt misschien niet als vanzelf uit de verf, maar hij slaagt er net zo goed in zijn momenten te grijpen.




