Zesenveertig bandjes uitgecheckt, in twintig verschillende zalen. Drie korte nachten aan overgehouden. Uw enolateam werkt zich de afgelopen dagen in het zweet op Eurosonic, maar dat labeur levert nu ook iets op. Het grote verslag las u eerder hier al, deze tien beloftes mag u de komende twaalf maanden alvast in het oog houden.
Bucket
In het zoeken van een bandnaam hebben deze piepjonge Dubliners nul moeite gestoken, maar van de muziek valt dat niet te zeggen. De vlammende noiserock van dit drietal doet ons meteen denken aan het heftigste van The Jesus Lizard, Dazzling Killmen, Death Grips of een betonmixer die de trap afdondert. Gitaar- en basgeluiden zoeken steevast de grenzen van het menselijk begripsvermogen op, en drummer Josh Dorrell zit zò onwaarschijnlijk strak te spelen, dat het lijkt alsof hij van kindsbeen af gedwongen werd om minstens drie verschillende muziekstijlen tegelijkertijd te spelen.
The Family Men
Zweedse noisepunkvijftal The Family Men met een grote liefde voor het geluid van goeie ouwe Nine Inch Nails en de loodzware riffs van Godflesh. Gitaren als kettingzagen, dus, bassen als drilboren, drums als een bataljon Panzertanks, geluidseffecten als een heftige koortsdroom en zanger Gustav Danielsbacka die zijn inktzwarte teksten als een wilde hond in de microfoon blaft: zo hoort dit soort sonische terreur gewoon àltijd te klinken. Laat Trent Reznor maar verder aan zijn soundtracks prutsen, deze jonge Göteborgers nemen de fakkel wel over.
Madra Salach
Wie zijn Eurosonic-geschiedenis een beetje kent, weet dat er iets bijzonders gebeurt als er Ieren in een kerk spelen. In 2020 pakte Lankum hier immers iedereen in met hun duistere, droney folk, dit jaar is het aan Madra Salach om dat kunstje nog eens over te doen. Deze Dubliners hebben goed naar hun landgenoten geluisterd – dat merk je aan het minstens even zwaar blazende harmonium – maar hebben met Paul Banks (niet te verwarren met die van Interpol) een frontman mee die het grote verschil maakt. Van zodra hij in “Blue And Gold” zijn strot opentrekt, móet je wel luisteren.
Flora Hibberd
Meer dan een paar noten van “Remote Becoming Holy” had Flora Hibberd niet nodig om ons totaal te overdonderen. Want wát een wonderbaarlijk stemgeluid heeft ze, laag, wendbaar en een tikje vreemd – denk Cate Le Bon, maar dan met iets minder moeilijkdoenerij. Overdag vertaalt Hibberd kunsthistorische boeken, en die job sluipt voortdurend haar folky, artistiekerige songs binnen, met teksten over taal en codes, en melodieën die al eens graag een omweggetje maken.
Chest
Opgezet om eens samen te spelen, landden de vinnige postpunksongs van dit vijftal al snel bij een publiek dat hen dwong om dit ernstig te nemen. En maar goed ook. “All Good Things End” was postpunk met een subtiel vleugje new wave, het nijdige “Blood On Your Doorstep” een stampende lap logge noiserock. En die Britse Elliot Selwood is een frontman van jewelste: marcheert over het podium als een arrogante klootzak, maar doet dat wel op een aangename manier, met het soort brutale blaf dat je meesleept in zijn verhalen. Je voelt dat deze band op Eurosonic speelde om te winnen, en niet zal opgeven.
Kaboutertje Putlucht
Genoeg gelachen, op Eurosonic stond het Nijmeegse ongeintrio op een zucht van een eerste full-album, en dat belooft een ernstige draai aan de onnozelheid te geven. Frontman Barry vertelde hoe hij in therapie is gegaan, en dat gaf een zweem mannelijke kwetsbaarheid aan alle bruutheid. Natuurlijk was het nog altijd allemaal heel erg lomp, platter dan een Goldbandshow, maar tegelijk zat er ook emotionele intelligentie achter. Erg veelbelovende volte-face.
Gans
Dat Gans elk hol op het Britse toilet circuit moet hebben gezien voelde je op Eurosonic, waar het duo aftrapte met het mes tussen de tanden. “A Fool” was zo bruut dat het industrial voelde. “In Time” had dan weer iets catchy dat het bijna populistisch maakte, terwijl “It’s Just Life” dreef op Soulwaxachtige bliepjes, deed denken aan LCD Soundsystem, die dag dat James Murphy pis- en pisnijdig was. Soms beukte alles net iets te plat, maar je kunt de overgave van het duo alleen maar appreciëren, zeker wanneer Rhodes er in slaagt om in “The King’s Head” op zijn uppie als een half Rammstein te klinken. Gans geil!
Joshua Idehen
Bekend van die heerlijke noveltyhit “Your Mum Does The Washing” maar Joshua Idehen bleek meer dan dat. Na drie jaar aanvragen mocht hij in 2026 eindelijk aantreden op Eurosonic en was hij vastbesloten er het maximum uit te puren. Idehen was gul met liefde en woorden, in een show die het midden houdt tussen performance en muziekoptreden en vooral érg goed doordacht is. Het is gospel voor de clubs met Idehen als prediker. Het feit dat iedereen meedeed en de man zelf het publiek indook om knuffels uit te delen creëerde een mooi en warm moment in dat propvolle Grand Theatre.
Tracy de Sa
Al van bij de eerste seconde betrok Tracy de Sà werkelijk iedereen in de zaal, leverde ze veertig minuten beenharde en opzwepende raps, verweven met reggaeton en Indische invloeden. Het deed bij momenten denken aan Lorna, maar Tracy heeft geen papi chulo nodig. Ze is op haar eentje aan een kruistocht bezig om de vrouwelijkheid te vieren, and then some. In een dolgedraaide medley waarin samples van haar heldinnen Lauryn Hill, Missy Elliott, Eve en Gwen Stefani door de mangel worden gedraaid ging ze te keer. Hiphop zoals het wél moet en kan.



