Ze zijn een van de meest bijzondere in wat ondertussen een lange lijst bizarre exportproducten uit Nederland is geworden. Ergens onder de ongein van Goldband, Joost Klein en IJsland zaait het Nijmeegse Kaboutertje Putlucht ondertussen ook al enkele jaren opwinding en verwarring. Met de vijfsterrenplaat Hoe diep is een put? onder de arm deden ze dat vrijdagavond in Sint-Niklaas – voor hen ook maar gewoon een wildvreemde stad waar hun soort chaos goed gedijt.
“Nu loop ik hier in een wildvreemde stad.” De man achter de microfoon roept het drie keer, kijkt manisch in het publiek. De gitaar doet knarsetandend een regendans, de drumcomputer houdt zich enkele tellen in. Nog een keer dat van die stad, en dan: “WAAROM HEB IK AL DIE PILLEN GEPAKT?” Het is hard gaan, knallen in een set die van hoogtepunt naar hoogtepunt is gegaan, en de brute greep niet schuwt.
Een vroeg hoogtepunt is het dreinende “Oma”, waarin zanger Barry het heengaan van zijn grootmoeder betreurt, want “haar tomatensoep was rood”. “Zielig”, rond hij zelf af. En hij kondigt aan dat er “nog zieligerige” songs aankomen, van dat Hoe diep is een put. Dansend op een donkere new wavegitaar volgt “C’est la vie”, “over depressie. En andere mensen met depressie. En dan niet kunnen helpen.” Tekstflard: “Ik wil je helpen, maar ik kan er zelf niet tegen / Ik wil je helpen, maar alles lijkt te veel voor mij.”
Dit is Kaboutertje Putlucht, een band met de energie van een horde hooligans, de taal van een therapeut, en stilaan een fenomeen. Het is opkomen, drumcomputer op standje “beuken’ zetten, en na elke slogan brullen “Ik heb GEEN EM-PA-THIE” om dan in een parlando break psychologische duiding te geven. “Ik heb nooit een vaderfiguur gehad. En daardoor heb ik nooit geleerd emoties een plek te geven.” Waarna we de finale inkletsen en nog één keer “empathie, empathie, ik heb geen spijt van sodomie” meebrullen.
Kaboutertje Putlucht is grap en uithuilen tegelijk. Dat dansen de enige remedie is tegen depressie, predikt Barry, en in “Donker op de weg” host hij als een dronken ledenpop over het podium, de beats staan op eighties-zwartjasserij. Als een mantra herhaalt de frontman “Het is donker op de weg / Iedereen gaat slecht / Of moet ergens heen / Helemaal alleen” “Ik maak een punt: ik heb mezelf niets gegund”, praat hij even later in “Dromen over jou” de conclusies van zijn peut na. “Gaan we nog meer trauma’s behandelen?” Gejuich. “Dit is een collectief trauma. Hier hebben veel mensen last van.” Barry weet als kersverse nuchtere wat een “Alcoholprobleem” is: “Ik drink alcoholvrij bier en ik lust het geeneens.”
Je brult het mee, je danst er op, je viert het leven terwijl het drietal op het podium de boel in de vernieling speelt. Want dat is het punt. Hessel Josemans op links, en Bram Bisperink, rechts, zijn klasbakken van muzikanten die zowel de stoere poses van Barry als zijn onbeholpen kwetsbaarheid van de juiste bedjes voorzien. Je hoorde het al aan die machtige melodieuze bridge in “Geen empathie”, maar ook in de krachtige EBM van “Ronaldinho”. En hoe goed dat heerlijk donkere synthlijntje is, dat het refrein van “C’est la vie” inluidt, kan niet genoeg worden benadrukt.
Gevoel voor opbouw zit hen ook in de vingers. Eerst hard kletsen, dan het hart op de tong, en dan in de eindspurt de power blijven opdrijven; deze setlist zit perfect in elkaar. De autoritaire drums van “Ronaldinho” zijn het moment waarop Kaboutertje Putlucht zijn tanden definitief in het vel zet, en niet meer loslaat. “Hete brij” heeft gitaren als een ritmische kettingzaag, in “De bittere pil” slaat Josemans molenwiekend percussie. “De fik er in / de fik er in”, brult Barry in “Crematorium”, en dat refrein wordt een aanstekermomentje van de meer bizarre soort.
Het publiek is sowieso helemaal om nu, en Sint-Niklaas brult in “Glasbak” “Ik haat de wouten” mee alsof het zich massaal voor een Nederlands paspoort aanmeldt. Het is een vroeg nummer, toen Barry nog niet zo van de kwetsbaarheid was, maar wel al kon lachen met al te agressieve voetballiefhebbers. En wees maar zeker dat we, als hij “Welkom in de wijk / welkom in de Thunderdome” schreeuwt, wel degelijk gabberbeats krijgen.
“Hennyroast” is het laatste saluut, een afsluitende rondedans over een televisueel verschijnsel. Nog een keer hakken, een dwaze hakka over aanstekelijke synths. Henny Huisman vindt het naar verluidt allemaal best, en dat pleit voor de voormalige Soundmixshow-presentator, of Barry hem nu een “vreselijke vent” vindt of niet.
“Wij waren Kaboutertje Putlucht. Als je zo met mij een sigaret wil roken, dan kan dat”, neemt Barry afscheid, waarna hij met weervrouw Jacotte Brokken op de foto gaat. Kaboutertje Putlucht is klaar voor de verovering van Vlaanderen, provinciestad per provinciestad. Als we buiten stappen, is het donker op de weg, maar we zijn verre van alleen. Hier zijn zieltjes gewonnen.



