Jafar Panahi, wellicht de meest prominente Iraanse cineast sinds Abbas Kiarostami (vroeg in zijn loopbaan assisteerde hij trouwens Kiarostami op de set) is een man die door het regime van Iran al op talloze manieren van zijn vrijheid werd beroofd (gevangenisstraf, huisarrest, reisverbod – onderwerp van zijn vorige prent No Bears) maar er telkens weer in slaagt om (al dan niet clandestien) films te blijven draaien en daarmee prijzen te winnen op internationale festivals (wellicht is Panahi’s bekendheid op het wereldtoneel ook een soort veiligheidsgarantie die ervoor zorgt dat de machthebbers in Teheran toch ietwat terughoudend blijven in hun aanpak van de regisseur). Met It Was Just An Accident sleept de filmmaker in Cannes de Gouden Palm in de wacht, alweer een prent die op bijzonder kritische wijze kijkt naar ’s mans thuisland, zij het dan ditmaal gekoppeld aan een universeel gegeven over schuld, wraak en boete.
Het verhaal introduceert eerst een klein gezin tijdens een nachtelijke rit in de wagen, maar net wanneer de kijker hen als protagonisten begint te zien, verschuift de focus naar garagehouder Vahid die in de vader van het gezelschap zijn vroegere beul uit de gevangenis denkt te herkennen. Uit die simpele premisse groeit een morele bespiegeling over wraak, wanneer Vahid zijn kwelgeest wil ombrengen maar eerst de hulp inroept van voormalige medegevangenen om zeker te zijn dat hij de juiste man heeft. Waar die vraag initieel belangrijk lijkt, is het al snel duidelijk dat het Panahi meer te doen is om de daad van wraak nemen en de dilemma’s die daaruit groeien, zeker wanneer ook het gezin van de dader(?) betrokken raakt.
Dat klinkt allemaal erg zwaar op de hand, maar gelukkig is het ook allemaal wat tragikomisch. De film observeert de gebeurtenissen op een vrij ludieke manier, wat het ritme en de toon van It Was Just An Accident zeker ten goede komt. Ondanks die kwaliteiten die een zekere lichtvoetigheid garanderen, is dit toch niet een van Panahi’s grootste werken. Meestal weet de maker van De Witte Ballon, The Circle en No Bears aan zijn boodschap – of inhoud – ook een boeiende vorm te schenken, maar dat is ditmaal veel minder het geval. Het is een euvel dat ook al in andere films opdook – Taxi
bijvoorbeeld – maar het feit dat de crew vaak in het geheim opnames moest maken, leidde dan wel weer tot een geheel eigen beperkte esthetiek. Beperkingen waren ook aan de orde voor deze productie (er werd geen vergunning aangevraagd bij de overheid) maar dat leidt zeker niet tot een treffende beeldtaal of aanpak. De film illustreert braaf de thema’s, kan rekenen op degelijke acteerprestaties en raak getroffen toon, maar verder is het filmisch allemaal ook wel weinig opvallend of memorabel.



