Ruijun Li is niet meteen een naam die een belletje doet rinkelen, noch in associatie met Chinese commerciële cinema, noch als een bekende vertegenwoordiger van zijn land binnen het internationale festivalcircuit. Zijn The Summer Solstice en Fly With The Crane wonnen een paar prijzen op eerder bescheiden festivals, maar verder is de in schilderkunst en televisie gevormde cineast, nu niet meteen een opvallend figuur.
Return To Dust, dat in competitie speelde op het filmfestival van Berlijn, is dan ook al zijn zesde film (een bijdrage aan omnibusfilms en een kortfilm niet meegerekend) die min of meer onder de radar blijft. Deze familiekroniek verhaalt hoe het koppel Guiying en ‘Iron’ (vaak noemt de familie hem gewoon ‘de vierde zoon’) in een gearrangeerd huwelijk terechtkomen en bij elkaar een soort warmte vinden die eerder in hun levens ontbrak. Het wat vreemde duo – hij is zwijgzaam en teruggetrokken, zij heeft blaasproblemen en een slechte heup – groeit naar elkaar toe, terwijl het leven hen totaal niet spaart van ontberingen: het werk op het land is hard en ondankbaar, een overheidsprogramma jaagt hen hun huis uit omdat het gesloopt meer waard is dan bewoond en de plaatselijke rijke grondbezitter profiteert van Irons zeldzame bloedgroep voor transfusies. Onder wat een stil geobserveerd liefdesverhaal lijkt, zit dan ook een boodschap die op nogal kritiekloze wijze omgaat met de moderne Chinese maatschappij: de protagonisten aanvaarden zonder vragen te stellen het lijden dat hen ten deel valt en lijken vooral blij dat hun leven bijdraagt tot het ‘grotere goed’. “Iedereen heeft zijn lotsbestemming”, zegt de mannelijke helft van het koppel, meteen de dichotomie cementerend die de film beheerst: die tussen het rurale ‘simpele’ China en de moderne economisch machtige staat. Daar vragen bij stellen, is de lotsbestemming in twijfel trekken op een manier die niet hoort.
Dat is een wat verontrustende insteek die echter zoals steeds moet kunnen losgekoppeld worden van de manier waarop die ideeën in filmtaal worden omgezet. Op dat vlak weten Li en zijn fotografieleider Weihua Wang zeker met lang aangehouden statische shots en een verzorgd kleurenpalet enige draagkracht te schenken aan Return To Dust, al is het ook wel zo dat die vormelijke benadering angstvallig dicht aansluit bij de conventies van de art house cinema. Op die manier – meer dan door de boodschap – is dit inderdaad een film volgens het boekje: niet te opruiend inzake thematiek, niet te gedurfd inzake vormtaal en netjes de regels volgend in het algemeen.
Dat wil daarom niet zeggen dat er helemaal geen kwaliteiten te sprokkelen vallen. Zelfs de meest conventionele prent kan precies in die benadering een artistieke ruggengraat vinden en in het geval van Return To Dust situeert zich die op het vlak van stille emotieve patronen. Deze tragedie bevat bubbels van magie die ons bij momenten echt deelgenoot weten te maken van de gevoelswereld van de protagonisten: een geïmproviseerde couveuse voor kuikens die licht verspreidt in de kleine leefruimte van het koppel, een gedeelde vismaaltijd aan een beek of het worstelen met regenvlagen die gedroogde bouwblokken dreigen aan te tasten… het is op die momenten dat de film zichzelf ietwat overstijgt en ook echt de kijker weet te raken.



