De uit RoemeniĆ« afkomstige cineast Alexandru Beluc is eigenlijk alleen bekend van Cinema, Mon Amour, een middellange documentaire uit 2015 over een bioscoopzaal. Zeven jaar later mocht hij echter op het prestigieuze festival van Cannes plots de regieprijs in ontvangst nemen in de āUn Certain Regardā sectie voor de late opvolger Metronom (die nu in BelgiĆ« wordt uitgebracht als Radio Metronom) een in zijn thuisland gesitueerd drama dat speelt ten tijde van het regime van de in 1989 afgezette en geĆ«xecuteerde dictator Nicolae Ceausescu.
Tijdens de openingsscĆØne bevinden we ons in 1972 (let iets later op een filmposter van het dan al een paar jaar oude Blow-up van Michelangelo Antonioni) en zien we in een aantal woordeloze momenten een conflict ontstaan tussen de twee jonge verliefde tieners Ana en Sorin. Zoals we kort daarna zullen leren, draait de botsing rond het feit dat Sorin op het punt staat het land te verlaten. Van bij die ouverture is meteen duidelijk hoe Beluc probeert het juiste tijdsgewricht tot leven te laten komen dankzij een aantal bewuste technische keuzes: niet alleen is de film gedraaid in 4:3 formaat (dat voor veel Oost-Europese producties nog gangbaar was op dat moment) maar er werd ook opgenomen met Cooke Panchro lenzen, een set moderne lenzen die in het digitale tijdperk de kwaliteiten ā zachte kleuren, warme huidtinten ā van de decennia oude voorgangers verderzet waaraan in het vakjargon werd gerefereerd als āthe Cook panchro lookā. Snel blijkt ook dat de film meer doet dan die dingen enkel gebruiken als āgimmickā: een vroeg shot van twee meisjes die op het schoolterrein een gesprek voeren, geeft blijk van knappe compositie in diepte en voortreffelijk gebruik van gradatie en licht. Het is een kwaliteit die de hele film aanwezig zal blijven. Eveneens mooi is hoe Beluc veel momenten van ādode tijdā inlast, stukjes scĆØne die enkel dienen ter observatie en contemplatie, zonder het narratief echt vooruit te stuwen.
Hoewel het kleine drama tussen de adolescenten aanvankelijk centraal staat, transformeert Metronom langzamerhand ook in een portret van een land, een generatie en een tijdperk. RoemeniĆ«, dat na de woelige gebeurtenissen in het oosten van Europa met de Praagse lente eveneens leek een zekere ādooiā door te maken in de relaties met het Westen, sloot zich weer volledig af onder een hardvochtig regime, iets waar de tieners tegen rebelleren door heimelijk naar hippie-muziek op de buitenlandse radio te luisteren (de titel is ontleend aan een van de uitzendingen) en zich zo goed en kwaad mogelijk een cultuur eigen te maken die hen onthouden wordt. Het is tegen die achtergrond van een feestje en de nasleep ervan – Ć©n de gebeurtenissen en muziek die de revue passeren (onder andere de dood van Jim Morrison, het āIsle of Wightā festival en naderhand brutale repressie tegenover de hoofpersonages), dat de verhaallijn zich ontwikkelt en de beide elementen ā persoonlijk relaas en bredere politieke kijk – op een knappe manier met elkaar verweven worden.
Uit dat alles groeit een raak geobserveerd en knap in beeld gezet fresco dat geen wereldschokkende dingen brengt, maar waarvan de bescheidenheidĀ een wel degelijk sterke filmische lading dekt.



