Iceage :: All the Junk on the Outskirts

Alle Frank Debooseres op een hoop, er waait plots een kille Arctische wind door deze zonnige lente. Het Deens kwintet van Iceage is terug met ‘All the Junk on the Outskirts’. Hoekig, dissonant, emotieloos. We hebben niet liever.

Iceage. Ijstijd in de overtreffende trap: de woorden ‘ice’ en ‘age’ zijn aan elkaar gevroren door de onmetelijke kou. Elke vorm van leven de kop ingedrukt in deze uitzichtloze witte woestenij, elke vorm van emotie afgevlakt en gestold in ijsklompen. Zo voelen we ons bij het lezen van deze groepsnaam. Al valt dat muzikaal eigenlijk best nog wel mee. Akkoord, er wordt gevist uit de pikzwarte postpunk en shoegaze-vijvers, maar het resultaat is best verteerbaar. Medium-rare. En jawel, daar mag soms zelfs nog een punky sausje bij. Een formule waarop de groep al sinds haar begindagen in 2011 teert. Niet dat het resultaat daarom per se flets is; neen, het smaakt.

En op datzelfde elan gaat het dus gewoon verder: deze ochtend werd “All the Junk on the Outskirts” op de deurmat gesmeten. Eigenlijk gaat het hier niet echt om een nieuw nummer, maar om een afgewerkte versie van een redelijk samenhangend idee dat al door de hoofden en kleedkamers van de band rondspookte sinds 2018 tijdens de opnames van hun vierde album Beyondless. Intussen is ook release nummer vijf: Seek Shelter gepasseerd, waarna de takenlijst met ‘dingen die we moeten doen als we er eens tijd voor hebben’ werd bovengehaald. Nieuwe gordijnen kopen, de zolder opruimen, de dwalende melodieën in het achterhoofd afwerken. Zoiets.

Het geluid klinkt vrij vertrouwd, komend van dit gezelschap grauwe grimassen. De track dendert vooruit op een riff als een niet te stoppen stoomtrein. Hier en daar duiken wat korte akkoordenvariaties en wat noise op, als de elementen van een voorbijglijdend landschap. Tweemaal krijgen we als tussendoortje een refrein dat nauwelijks boven de strofes uitsteekt. Even naar adem happen en weer verder. En dan is er nog die slepende stem van zanger Elias Rønnenfelt die het best te omschrijven valt als het Deens antwoord op onze eigen Maarten Devoldere van Balthazar. Hij hangt, wringt en trekt, maar gaat wel vooruit, mee op de trein. En zo eindigt de track zonder veel extra poeha met de boodschap die de zanger ons nog wil meegeven: alles vergaat in vuur, we worden allemaal tot as herleid. ‘In that way, we’re all the same’.

Neem vandaag dus eens je vertrouwde buslijn in de omgekeerde richting. Niet naar het centrum met zijn terrasjes en winkeltjes, maar naar de onderbuik van je stad. Stap uit, zet dit nummer op en kijk rond. Wat je aanschouwt is wat je hoort: grijs, een beetje vuil en zonder veel variatie. Welcome to the Outskirts.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in