Louise O. Fresco :: De plantenjager uit Leningrad

Hoewel er in Rusland prijzen en instituten zijn naam dragen, en de door hem bedachte Vavilov-centra binnen het vakgebied van de biologie nog steeds als plaatsen van grote genetische diversiteit worden erkend, is de Nikolai Vavilov door het grote publiek zo goed als vergeten. Schrijfster, wetenschapster en columniste Louise O. Fresco zorgt met De plantenjager uit Leningrad voor eerherstel, delicaat balancerend op de grens tussen feit en fictie.

Hoezo, fictie? Als Nikolaj Ivanovitsj Vavilov echt heeft bestaan, waarom zou diens levenswandel dan in een “verzonnen” verhaal moeten ondergebracht worden? Omdat verhalen veel meer dan biografieën de potentie bezitten om een lezer op te slokken, uiteraard! Meer dan een nauwgezet verslag van Vavilovs talloze verwezenlijkingen op vlak van biologie en genetica, is De plantenjager uit Leningrad in feite een onderzoek naar het tijdsgewricht waarin de man leefde, en meer specifiek een ontleding van de perverse relatie tussen politiek en wetenschap. Terwijl Vavilov geduldig aan de weg timmert in zijn streven naar gewassen die beter opgewassen zijn tegen droogte, koude en ziektes, verandert het ideologisch klimaat onder Stalins bewind. Het volstaat niet meer wanneer de mens de natuur probeert te voorspellen en op die manier te beheersen, integendeel: de natuurwetten moeten zich gedragen volgens de principes van de rode mens, en dus maakbaar zijn. Aan de wetenschap is het om dat axioma te onderschrijven, punt uit. Dat weigeren, vanuit een rotsvast geloof in zijn levenswerk, heeft Vavilovs ondergang betekend.

Twee wetenschappelijke strekkingen komen in het tweede deel van het leven van de Rus lijnrecht tegenover elkaar te staan: de op het nalatenschap van Darwin en op de wetten van Mendel geschoeide genetische leer, waarin erfelijke eigenschappen zich recessief kunnen manifesteren en mathematisch te voorspellen zijn, tegenover het naar Trofim Lysenko vernoemde lysenkoïsme, een door het marxisme ingegeven variant van de ideeën van Lamarck, die beweerde dat tijdens het leven verworven eigenschappen genetisch overerfbaar zouden zijn en dus in toekomstige generaties kunnen terugkeren. Vanuit geduldig uitgevoerd empirisch onderzoek en na ettelijke bezoeken aan buitenlandse onderzoekscentra, waar Vavilov een indrukwekkende mondiale correspondentie aan overhield, kon de zogenaamde plantenjager zich onmogelijk verzoenen met een leer die populair was bij de partijleiding precies omwille van het idee van maakbaarheid. Het leidde tot een arrestatie met obligaat intriest orgelpunt, overigens een hartroerend culminatiepunt binnen Fresco’s roman.

Vanzelfsprekend stelt zich de vraag waarom Vavilov zich niet elders trachtte te vestigen, wetende hoezeer zijn ideeën en uiteindelijk ook zijn persoon onder vuur kwamen te liggen. Was dat arrogantie, een gevoel van onaantastbaarheid omwille van internationale erkenning, ijdelheid? Of werd de neiging tot vluchten in ballingschap door een veel oorspronkelijker reflex onderdrukt, met name zijn patriottische intenties, het verlangen om de Sovjetlandbouw te verbeteren en het leven van boeren menswaardiger te maken, zonder achterliggende agenda als persoonlijke roem? Kan een man die nooit twijfelt aan zijn eigen normen en waarden bevroeden dat anderen hem van het tegendeel zullen betichten, en op grond daarvan naar de verdommenis zullen laten gaan? Precies daarin schuilt Vavilovs grote tragedie, en bijgevolg het emotionele vermogen dat Fresco doorheen haar boek langzaamaan ontvouwt: de afrekening door een systeem dat Vavilov, ondanks de door partijfunctionarissen steeds dogmatischer ontkende en gruwelijker toegepaste manco’s ervan, nooit heeft willen afvallen, zelfs niet toen zijn voornaamste kennissen en collega’s hem hadden aangeraden dat te doen?

Fresco steekt niet weg dat haar historische roman ook een waarschuwing is voor de wetenschap vandaag, en bij uitbreiding voor alle intelligentsia: waarheid is niet maakbaar, feiten zijn niet te koop, authenticiteit gehoorzaamt niet aan een ideologische koers. Pas in de epiloog, wanneer het publiek er een ongewoon aandoenlijke leeservaring heeft opzitten, brengt Fresco deze mijmering over de 21ste eeuw naar boven. Tot daarvoor is De plantenjager uit Leningrad vooral een helder geschreven, metaforisch rijk en ideëel bevlogen boek, waarin non-fictie vakkundig wordt omgesmeed tot dialogen en anekdotes over Vavilovs leven, die het personage sneller tot leven wekken dan in een prozaïsche monografie mogelijk zou geweest zijn. Fresco gebruikt het fictiegenre met andere woorden als een kans om haar non-fictie intenser te laten binnenkomen. Het maakt De plantenjager uit Leningrad op de valreep tot een van de meest aangrijpende boeken van 2021.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in