Emma Ruth Rundle :: Engine Of Hell

Op Engine Of Hell gooit Emma Ruth Rundle het roer drastisch om. Weg van het volume, richting minimalistische intimiteit. Maar de bezieling en inleving, die bleven gelukkig wel.

De voorbije jaren is Emma Ruth Rundle haast op kousenvoeten uitgegroeid tot een artieste die zich tot de top van een nieuwe generatie muzikanten in de alternatieve zware muziek mag rekenen. Eerst was er haar werk met de post-rock bands Marriages en Red Sparowes, waarna ze aan een solo-carrière begon waarbij haar meest recente albums Marked For Death en — vooral — On Dark Horses indruk maakten. Vorig jaar was er dan nog de geslaagde samenwerking met de sludge metal band Thou op May Our Chambers Be Full. Een jaar van bezinning en reflectie levert nu een album op waarop Rundle de volumeknop naar links draait en haar ziel blootlegt.

De genese van het album begint in januari 2000. Na een slopende tour trekt Rundle zich voor een maand terug in een afgelegen plek ergens aan de kust van Pembrokeshire in Wales. Om te herbronnen, maar ook om aan nieuwe muziek te werken. Ze neemt er een volgend jaar te verschijnen experimenteel album op — een opvolger van haar Electric Guitar: One uit 2011 — en begint aan de nummers van Engine Of Hell te schrijven. Wat later slaat de pandemie toe en worden Rundles concertplannen gedwarsboomd. Wanneer haar alcohol- en drugsgebruik uit de hand loopt weet ze dat ze moet herbronnen. Haar huwelijk met gitarist Evan Patterson liep op de klippen — te rock-‘n-roll, weet je wel — en ze verbleef een week in een psychiatrische instelling om te helpen afkicken.

In die periode werkt ze verder aan het album, waarbij ze haar demonen van zich af probeert te schrijven. Eind 2020 was ze klaar om het album op te nemen, maar Rundle wist dat ze het album zo rauw en onafgewerkt mogelijk wilde houden. Zo speelt ze enkel akoestische gitaar of piano. Dat laatste is een terugkeer naar het eerste instrument dat ze ooit leerde bespelen, maar dat ze al jaren links had laten liggen. De nummers werden ook zoveel mogelijk in een enkele take opgenomen zonder overdubs achteraf, waarbij eventuele foutjes er gewoon in gelaten werden.

Op de acht nummers — netjes verdeeld tussen piano en gitaar — neemt Rundle de luisteraar mee op een tocht door de krassen op haar ziel. Soms fluisterend, soms falsetto, waarbij elke snik in de stem de emotie blootlegt. Hoewel ze uit persoonlijke ervaringen put zorgt ze ervoor dat de teksten steeds universeel zijn. Op het prachtige “Blooms Of Oblivion” graaft ze bijvoorbeeld in ervaringen uit haar naaste omgeving om de uitdagingen van het samenleven met een drugsverslaafd iemand treffend te schetsen. Nog zo’n aangrijpend nummer is “Razor’s Edge” waar de onschuldige muziek en bij momenten fluisterende zang in schril contrast staan met de inhoud van het nummer over leven aan de rand van de afgrond.

De nummers waar Rundle achter de piano kruipt roepen herinneringen op aan PJ Harveys White Chalk. Op de gothic folk van “Dancing Man” troepen sombere wolken samen, op “Return” zit de dreiging in de kleinste vezels van het nummer, een fluisterend “Body” is breekbaar als kristal. De trillende stem van Rundle op het afsluitende “In My Afterlife” maakt duidelijk dat ze diep ging voor dit album. Maar op het einde van het nummer loert de verlossing (“And now we’re free, and now we’re free”).

Met z’n intimistische setting en diep persoonlijke teksten is Engine Of Hell een album geworden waarop Emma Ruth Rundle zich nog meer dan op haar eerdere albums blootgeeft. Maar ook een album dat toont dat haar songs ook los van alle aankleding volledig overeind blijven. Een — voorlopig? — hoogtepunt in haar oeuvre.

Op 6 februari staat Emma Ruth Rundle in De Minard (Gent) en op 12 februari in de Botanique (Brussel).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + drie =