Blog Film Fest Gent 2021

Twee weken geleden werd het officiële programma voor de 48ste editie van het Film Fest Gent voorgesteld in de Sphinx Cinema.  Het was een mooi tafereel om te aanschouwen: de vrolijke gezichten die zich reeds een halfuur voor de start van de persconferentie hadden samengetroept op de met zon overgoten Korenmarkt, allemaal benieuwd naar wat de hoogmis voor cinefielen dit jaar in petto heeft.

Ook programmadirecteur Wim De Witte en Algemeen Directeur Marijke Vandebuerie straalden van geluk, zichtbaar popelend om eindelijk het resultaat van hun harde werk te kunnen voorstellen, maar vooral blij dat het – zo ziet het er althans naar uit – terug een echt feest zal worden na de ietwat ingehouden editie (u weet wel waarom) van vorig jaar.  Met onder andere een stevige focus op verbondenheid, iets wat we allemaal wel kunnen gebruiken na alle corona-gerelateerde beperkingen, pakt het festival dit jaar voor een eerste keer uit met het speciaal ingerichte Film Fest Café op de site van Kinepolis, waar filmliefhebbers gezellig kunnen napraten met de genodigden en experts uit de industrie.  

Het programma zelf is als vanouds even omvangrijk als divers, met maar liefst 118 langspeelfilms, 31 kortfilms en 250 gasten uit de filmwereld (een recordaantal!) waaronder opvallende namen zoals Leos Carax, Radu Jude, actrice Renate Reinsve, componist Max Richter, Jacques Audiard en Fabrice du Welz, wiens nieuwste werk Inexorable vlak na de persconferentie getoond werd en waarvan u onze recensie hieronder alvast kan lezen.  

Het festival opent op 12 oktober met La Civil, het debuut van de Belgisch-Roemeense Teodora Ana Mihai waarin een moeder haar tienerdochter moet bevrijden uit de handen van een drugskartel, en zal afsluiten met Wes Andersons’ lang verwachte The French Dispatch, een film die opnieuw beroep doet op een indrukwekkende lijst schoon volk waaronder Bill Murray, Benicio Del Toro, Timothée Chalamet, Léa Seydoux en Frances McDormand.  Onder de noemer “Why We Fight” zijn thema’s als agressie, geweld en hoe we daar mee omgaan een rode draad doorheen deze 48ste editie.  In het kader daarvan krijgen we Nabil Ben Yadirs’ Animals, Dénes Nagy’s veelbelovende oorlogsdrama Natural Light en Jonas Baeckelands’ Cool Abdoul (over Gentse bokslegende Ismail Abdoul), terwijl Alain Platel en Mirjam Devriendt Why We Fight? komen voorstellen, een film gebaseerd op Platels dansvoorstelling Nicht Schlafen.  

De officiële competitie zal uiteraard het meest besproken worden op deze blog waarbij het vooral uitkijken is naar Pablo Larraíns’ Spencer (met Kirsten Stewart als Prinses Diana),  het Belgisch speelplaatsdrama Un Monde (dat in Cannes de FIPRESCI-prijs in de wacht sleepte),  Vortex (naar het schijnt opvallend ingetogen naar provocateur Gaspar Noés’ doen) en Memoria  die we niet alleen met stip noteren omwille van de immer fantastische Tilda Swinton, maar ook omdat de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul (Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives) een prachtige cinematografische stijl heeft waarin lange, trage takes een bijna mediterende kracht bezitten.  Dat laatste kan zeker ook gezegd worden over de Griekse filmauteur en stilist Theo Angelopoulos wiens volledige filmografie – gaande van zijn politiek getinte trilogie Days Of ’36, The Travelling Players en The Hunters tot zijn zwanenzang The Dust Of Time – getoond zal worden als onderdeel van het retrospectieve luik.

Angelopoulos is niet de enige Griek die in de spotlights zal staan, want de Griekse cinema, bakermat van het drama – die dankzij de frisse wind die Yorgos Lanthimos heet een ware heropflakkering kent – zal ook speciale aandacht krijgen met titels als Digger (Georgis Grigorakis), Kala Azar (Janis Rafa), Ballad For A Pierced Heart (Yannis Economides) en het naar Griekse mythologie-knipogende Entwined van Minos Nikolakakis.  Ook de 32-jarige Jacqueline Lentzou krijgt voor haar intieme kortfilms een eigen retrospectieve, aangevuld met haar langspeelfilmdebuut Moon, 66 Questions.

Daarnaast worden we natuurlijk ook weer getrakteerd op een karrenvracht spraakmakende premières, waaronder Dealer (het regiedebuut van acteur Jeroen Perceval),  de nieuwste Paul Schrader (The Card Counter), Ridley Scotts’ historische drama The Last Duel en natuurlijk Annette van Leos Carax die, na een hiatus van acht lange jaren, eindelijk een opvolger lanceert voor het surreële en lichtjes fantastische Holy Motors.

Keuze in overvloed dus, en dan hebben we het nog niet eens gehad over het ingelijfde kortfilm-festival Courtisane, dat meer dan ooit inzet op de relatie tussen filmmakers en publiek, en Videodroom waar onder andere vampieren-cultfilm Daughters Of Darkness en Stan Brakhages experimentele Visions in Meditation muzikaal bijgestaan zullen worden door live muziek.   Kortom, tussen 12 en 23 oktober is de Arteveldestad wederom ‘the place to be’ om collectief onder te duiken in de wereld van film.

Het volledige programma kan u hier raadplegen: https://www.filmfestival.be/nl/full-program (PV)

Inexorable

Aansluitend op de programmavoorstelling van Film Fest Gent werden de aanwezigen bij wijze van opwarming alvast getrakteerd op de vertoning van Fabrice du Welz’ erotische thriller Inexorable, waarin de Brusselaar net als in Calvaire, Vinyan en Alleluja zijn gekende cocktail van gekwelde personages, manipulatieve spelletjes en ziekelijke obsessies serveert.  

Laurent (Benoît Poelvoorde) is een schrijver die jaren na de uitgave van zijn eerste boek Inexorable opnieuw inspiratie hoopt te vinden in het enorme landhuis dat hij erfde van zijn schoonvader, tevens de uitgever van zijn werk.  Als de hond van het gezin ervandoor gaat en plots teruggebracht wordt door de ouderloze Gloria, is dat reden genoeg haar onderdak te bieden, tot grote vreugde van dochter Lucie (Janaïna Halloy), die in haar de grote zus ziet die ze altijd al wilde.   Gloria, fantastisch gespeeld door Alba Gaïa Bellugi, is daar echter niet per toeval en probeert bewust het gezin te infiltreren, wat natuurlijk doet denken aan het fel bejubelde Oscar-prijzenbeest Parasite (ook hier wordt de dienstmeid vakkundig op non-actief gezet in het voordeel van de indringer).  Eens de kaarten geschud zijn en de dubbele agenda van Gloria steeds duidelijker wordt lijkt er ook geen weg terug uit de neerwaartse spiraal waarin de personages terecht zijn gekomen.  

Du Welz is bijzonder effectief in het traag opbouwen van spanning en voorziet zijn film met de vertrouwde injecties van off-beat momentjes waaronder een bedenkelijke seksscène, uitbarstingen van zelfverminking en – ietwat luchtiger van aard – het anarchistisch muzikaal nummertje van de dochter des huizes.  Het zijn dat soort scènes die Inexorable voorzien van een constante sfeer van onvoorspelbaarheid en daardoor weet te verheffen boven de standaard thriller, die bovendien ook stevige noir-kantjes vertoont aangezien het moreel kompas uiteindelijk bij zowat iedereen op tilt slaat.  Manuel Dacosse, na Alleluia en Adorable voor een derde keer achter de camera, weet dit alles ook knap te verpakken door idyllische tableaus in natuurlijk omgevingslicht af te wisselen met desoriënterende bewegingen en intensief gebruik van roodfilters (een terugkerend element in Du Welz’ werk) voor momenten dat situaties dreigen te escaleren, dit alles volledig gedraaid met analoge film wat een mooie beeldkorrel oplevert.

Misschien missen we hier wel een beetje de eigenzinnigheid die de Belgische filmmaker aan de dag legde in Vinyan en Alleluia, maar het is dan ook duidelijk dat geflirt met art-house cinema hier plaats moet maken voor een eerder klassieke structuur van de conventionele thriller.   Daar is tenslotte niets mis mee want het resultaat levert zonder meer een broeierige en knap gemaakte genrefilm op, ook al voelt het allemaal wat vertrouwd aan.(PV)    

 “Inexorable” van Fabrice Du Welz met Benoît Poelvoorde, Alba Gaïa Bellugi, België, 2021, Score: 7,5/10

Maandag 11 Oktober

Das Mädchen Und Die Spinne

In de tweede langspeelfilm van de Zwitserse tweelingbroers Ramon en Silvan Zürcher, die zich volledig binnen de muren van een appartement afspeelt, is niets wat het lijkt.  Blikken kruisen elkaar, soms overladen met affectie maar even vaak gevuld met haat of jaloezie.  Wat er zich precies heeft afgespeeld tussen hoofdpersonages Lisa en Mara wordt nooit echt duidelijk, waar meteen ook het mysterieuze karakter van dit low-key drama vandaan komt.

Mara (Henriette Confurius) helpt haar ex-flatgenoot Lisa (Liliane Amuat) verhuizen maar koestert duidelijk een flinke portie wrok tegenover haar.  Ze maakt een kras op het aanrecht, morst opzettelijk met rode wijn, gooit sigaretten en natte sponzen tegen de grond en haalt een rotstreek uit met de hond van de buren.  Toch komt het nooit tot echte botsingen, hoe vreemd dat ook mag klinken.  De maskers blijven grotendeels op, en de personages houden het drama binnen de perken.   In plaats daarvan steken de Zürcher-broertjes hun film vol met symboliek zodat we als kijker zelf de puzzel mogen vervolledigen:  een spin die meermaals uit het niets opduikt bij Mara, een oude buurvrouw die ’s nachts als een bezeten heks op het dak danst, een drilboor, een breekmes…Het lijken elementen uit een broeierige thriller maar een echte conclusie voor de onderhuids kokende frustraties moet je niet verwachten.   Waar het hier om draait is een parabel rond de vergankelijkheid van de dingen, met voorop de liefde en de twijfels en verwarring die daar inherent aan gekoppeld zijn.  Het mag duidelijk wezen dat er meer speelde tussen Lisa en Mara,  maar waarom het dan precies fout liep is bijna volledig secundair aan deze sterk geacteerde karakterstudie die zich subtiel ontplooit.    

Het af- en aanlopen van buren en klusjesmannen die helpen met de verhuis (die bovendien zelf in een web van geflirt en frustratie belanden), de camera die omwille van de claustrofobische setting altijd kort op de huid zit,  een met vaste regelmaat ingelast pianostukje en de vele visuele metaforen voorzien Das Mädchen Und Die Spinne van een intrigerend ritme.  Het zal zeker niet iedereen kunnen bekoren, maar je kan anderzijds ook moeilijk onbewogen blijven bij de opvallende sereniteit die er van uit gaat.(PV)  

“Das Mädchen Und Die Spinne” van Ramon en Silvan Zürcher met Henriette Confurius, Liliane Amuat, Zwitserland, 2021, Score: 7,5/10

Spencer

De controverse rond de serie The Crown weerhield de Chileense cineast Pablo Larraín er niet van om nog wat meer tegen de schenen te schoppen van het Britse koningshuis en haar sympathisanten.   En gelukkig maar, want zijn Spencer, een losse vertelling over enkele frustrerende dagen uit het leven van Lady Di, behoort zonder twijfel tot de sterkste films van het jaar, waarmee hij zijn goede vorm na het al even knappe Ema (2019) herbevestigd.  

“A fable from a true tragedy”.  Dat is de heldere boodschap waarmee Spencer opent.  De toon wordt meteen gezet als Diana (Kristen Stewart) in haar Porsche cabrio wegrijdt van Sandringham House, het landgoed waar de Koninklijke familie traditiegetrouw de Kerstdagen doorbrengt.  Ze rijdt verloren op het platteland en vraagt wegwijs in een lokale pub, maar iets doet ons ook vermoeden dat ze perfect weet waar ze is, en het smoesje van “de weg kwijt te zijn” enkel gebruikt om het saaie kerstdiner te ontlopen en onder de gewone mensen te zijn, al is het maar voor heel even.  Larraín spaart dan ook geen seconde om de ridiculiteit van alle protocollaire handelingen extra in de verf te zetten.  Militairen die de eetwaren moeten controleren alvorens het keukenpersoneel er mee aan de slag mag gaan, de labels op Diana’s jurken die zeggen wanneer ze wat moet aantrekken en dienaars die net als bumpers in een flipperkast bepalen waar Diana naar toe gaat (zo wordt ze er meermaals op gewezen dat zij voor de Koningin moet plaatsnemen aan tafel).  Het is op die manier niet alleen makkelijk om als buitenstaander dezelfde beperking in vrijheid te voelen, maar er – net als de Prinses van Wales – meteen ook een flinke degout van te krijgen.   Larraín amuseert zich kostelijk om die bevreemdende stijfheid in beeld te brengen.  Tijdens het kerstdiner zou je denken dat de tafel bevolkt is door opgezette lijken, waarbij enkel één arm beweegt want uiteindelijk moet de soep toch van het bord naar de mond gebracht worden.  

In de schoenen kruipen van dergelijk iconisch personage is natuurlijk altijd gevaarlijk, zeker als de camera geen seconde ervan afwijkt, maar Kristen Stewart is ronduit briljant en heeft de minste moeite om de geliefde prinses terug tot leven te wekken (zowel qua looks als qua persoonlijkheid is de gelijkenis treffend).  De tedere momentjes met haar zonen William en Harry bezorgen je een krop in de keel, maar net zo genietbaar zijn de scenes waarin ze compleet uit de bocht lijkt te gaan met voorop het verteren van haar parels (omdat ze weet dat Charles’ maîtresse dezelfde halsketting cadeau kreeg).  Verder zijn er knappe bijrollen weggelegd voor chef-kok Darren (Sean Harris), die samen met een kamermeisje een noodzakelijk klankbord biedt voor Diana, en trouwe dienaar Major Alistair Gregory (karakteracteur Timothy Spall) die Diana vergeefs in het gareel moet zien te houden.  

Een ander sterk punt is ongetwijfeld het gelaagde scenario van Steven Knight dat Spencer weet te verheffen boven een traditioneel drama.   Het laat ruimte voor een aandoenlijke en een sprookjesachtige vertelling waarin met momenten zelfs de kaart van de spookhuisfilm getrokken wordt, met enkele visioenen van de al even onfortuinlijke Anna Boleyn (die onthoofd werd nadat ze beticht werd van overspel).  Het lijkt weinig subtiel, maar het voelt allerminst geforceerd aan.  Elke lijn dialoog en elk visueel motief draait rond Diana en haar geestelijke toestand die steeds verder afbrokkelt, gebukt onder de wurgreep van haar overspelige echtgenoot Charles (Jack Farthing) en zijn familie.  De groezelige maar dromerige 16-mm-film van DOP Claire Mathon (die ook al verantwoordelijk was voor dat andere meesterwerkje uit 2021: Petite Maman) en de fantastische soundtrack van Radiohead-gitarist Johnny Greenwood, die klassieke muziek afwisselt met hyper-nerveuze jazz, passen bovendien perfect bij de prent en haar thema.    Spencer is twee uren lang bewondernswaardige cinema en doet ongetwijfeld mee voor de grote prijzen.  Als u ook maar een klein beetje van Lady Di’s menselijkheid en diepgewortelde hoop op betere tijden bezit zal u naast huiveren en glimlachen ook diep ontroerd zijn en op de koop toe nog dagenlang rondlopen met Mike & The Mechanics’ “All I Need Is A Miracle” in het hoofd. (PV)

“Spencer” van Pablo Larraín met Kristen Stewart, Sean Harris, Timothy Spall, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Duitsland, Chili, 2021, Score: 10/10

Dinsdag 12 Oktober

Landschap in de Mist (Topio Stin Omichli)

In het kader van een uitgebreide restrospectieve, toont Film Fest Gent onder andere een van de mooiste films van de in 2012 overleden Griekse meester Theo Angelopoulos, wat het onvermijdelijk één van de mooiste films van de laatste decennia ‘tout court’ maakt. Het is de beklijvende odyssee van twee jonge kinderen die op zoek gaan naar hun verdwenen vader die misschien als gastarbeider in het schier onbereikbare Duitsland werkt. Ze doorkruisen te voet, liftend of per trein Griekenland en de Balkan, landen die hier niet de zonovergoten paradijzen uit de vakantiefolders zijn, maar mistroostige industriegebieden , die door vaste cinematograaf Giorgos Arvantis bij voorkeur in een grijze sluier van nevel of regen gehuld worden. Zoals steeds bij Angelopoulos is de tocht rijk aan visuele symboliek en verbergt deze sombereroadmovie’ zowel politieke als filosofische lagen. In de eerste plaats is het een ‘coming of age’ verhaal , dat vooral de wrede stappen naar volwassenheid voor de kranige jonge heldin Voula op harde manier verbeeldt. Waar de meeste films in dit genre gedomineerd worden door een warme nostalgie, is de overheersende toon hier één van verdriet en verlies – vooral van onschuld. In een schier ondraaglijke scène toont de regisseur ons de verkrachting van het meisje door een vrachtwagenchauffeur, enkel en alleen aan de hand van de verschrikte reacties van haar zoekende broertje. Een zelfde hartverscheurend moment is voorbehouden voor haar eerste ontgoocheling in de prille liefde wanneer de kinderen afscheid nemen van hun beschermengel – een jonge toneelspeler –  op een nachtelijke , verlaten autosnelweg.

De veelgeroemde ‘plan séquences’ van Angelopoulos – waarin de camera in extreem lange shots de gebeurtenissen en personages aftast – bereiken hier een absoluut formeel hoogtepunt. Met uitzondering van Béla Tarr misschien, is er wellicht geen Europese regisseur sinds Antonioni wiens beeldtaal zo dwingend is en wiens composities  zo uitgepuurd  evenwichtig zijn. Net als Michelangelo Antonioni  en Yasujiró Ozu, maakt ook Theo Angelopoulos trouwens veelvuldig gebruik van filmische tussenruimtes – momenten waarin de scène iets te vroeg start of iets te lang aanhoudt – en die het lege decor tonen dat nog moet worden geraakt door de actie of er door verlaten is.

Landschap in De Mist bevat zoveel grote momenten, dat het bijna een twee uur durende bloemlezing wordt uit het beste wat de Griekse maestro ooit op pellicule zette. Er is een wondermooi intermezzo in de sneeuw waarin de tijd bevroren lijkt om de kinderen een uitweg te bieden en er is vooral het absoluut onvergetelijke moment waarop in het vroege ochtendlicht de gigantische hand van een verzonken standbeeld door een helicopter uit de zee wordt gehesen – een scène die zo subliem is dat ze nagenoeg de perfectie benadert. De ongelooflijke poëtische kracht wordt eens te meer ondersteund door een magnifieke score van huiscomponiste Eleni Karaindrou.

Het bekijken van Landschap in de Mist sterkt je in de oprechte overtuiging dat cinema in de juiste handen ook écht grote kunst kan zijn . Dit meesterwerk is één van de items trouwens die op ieders lijstje zou moeten staan van twintig kunstwerken die je moét bewonderd hebben voor je sterft.(DVB)

“Landschap in de Mist” van Theo Angelopoulos met Michalis Zeke, Tania Palaiologu, Griekenland, Italië, Frankrijk, 1988, Score: 10/10

Faya Dayi

Naar jaarlijkse gewoonte maakt Film Fest Gent ook voldoende ruimte vrij voor de betere documentaire.  Faya Dayi van Jessica Beshir nestelt zich zelfs in de officiële competitie en alhoewel het nog te vroeg is om voorbarige conclusies te trekken mag het absoluut meedingen voor de grote prijs.  Beshir, geboren in de Ethiopische stad Harar, en als tiener uitgeweken naar de Verenigde Staten, kreeg het idee voor haar documentaire toen ze haar thuisland opnieuw bezocht en vaststelde dat de stimulerende drug “khat”, een plant die weelderig groeit in die regio, een belangrijk onderdeel is van het dagelijkse leven.  Het is niet alleen een lucratieve bron van inkomsten voor het arme volk (meer nog dan koffie, want het plantje heeft minder water nodig), maar voor de gebruiker ook een vlucht uit de beenharde realiteit in een land dat reeds generaties lang haar volk politiek en economisch onderdrukt.  

Het oogsten, bundelen en verhandelen van de khat-bladeren (die men zowel kan kauwen als roken) wordt getoond maar die processen worden nauwelijks besproken, wat Faya Dayi vooral transformeert tot een reis opgetrokken uit beelden, eerder dan een educatieve film.  De jonge, moederloze Mohammed  praat over zijn verlangen om het land te ontvluchten en de afwezigheid van zijn vader die constant in een roes van khat verkeerd, terwijl voice-overs zacht vertellen over de transcendente en meditatieve kracht die de populariteit verklaart bij de lokale Soefi’s (beoefenaars van de mystieke Islam-tak).  

De beperkte scherpte-diepte, die alles wat zich niet vlak voor de lens bevind wazig weergeeft, en de sporadisch door het beeld krullende rookpluimen sleuren je mee in een soort van spirituele droomvlucht die een intense schoonheid herbergt.  Het veelvuldig gebruik van slowmotion in combinatie met de kalmerende ambient-muziek versterken dat gevoel nog eens extra.  Woorden worden op die manier haast overbodig, en de echte kippenvel-momentjes zijn dan ook diegene waar de adembenemende fotografie mag spreken, zoals een scene waarin een traan langzaam over de wang van Mohammed rolt, duidelijk verlangend naar zijn afwezige moeder.  Op een bepaald moment in de film fluistert een voice-over: “Mensen kunnen alleen fysieke verschijningen zien, maar kunnen we vertellen wat er van binnen zit?”  Het is meteen ook alleszeggend voor de parel die Beshir hier aflevert. (PV)

“Faya Dayi” van Jessica Beshir met Mohammed Arif, Hashim Abdi, Etiophië, Qatar, Verenigde Staten, 2021, Score: 9,5/10

Moon, 66 Questions

Met een sterke focus op de Griekse cinema mag ook de eerste langspeelfilm van Jacqueline Lentzou niet ontbreken.  Ze bewees eerder al haar kunnen met haar intieme kortfilms en trekt die lijn door in het complexe drama Moon, 66 Questions, een poëtisch klinkende titel die meteen ook tekenend is voor de inhoud.

Artemis (Sofia Kokkali), kind van gescheiden ouders, reist terug naar haar thuishaven Athene om voor haar zieke vader Paris (Lazaros Georgakopoulos) te zorgen.  Het gesprek dat buiten het beeld plaatsvindt en waarmee de film opent verraadt dat de relatie tussen die twee nooit echt goed geweest is, vooral omdat haar vader een gesloten persoon is die zelden aanwezig was in het leven van Artemis.  Die ontoegankelijkheid verklaard voor een deel ook de titel van de prent want vanzelfsprekend zal Artemis in al die jaren de vragen rondom haar vader alleen maar hebben zien opstapelen waardoor ze antwoorden zoekt in astrologie en astronomie.   In een voice-over probeert ze een zekere analogie te vinden met het leven van haar vader en van zichzelf (“Vandaag pleegde Cleopatra zelfmoord” of “Vandaag ging Alice In Wonderland in première”) 

Paris lijdt aan een zware vorm van multiple sclerose en is zichtbaar geïrriteerd omdat zijn dochter hem in die toestand moet herontdekken en helpen met zijn fysiotherapie.  Sofia Kokkali zet haar personage ontroerend effectief neer, een meisje dat niet alleen de zware last op haar schouders neemt (letterlijk) en dat gegeven een plek moet zien te geven in haar jonge leven, maar ook wanhopig probeert te achterhalen waarom haar vader al die tijd zo koel en in zichzelf gekeerd was.

De fotografie van Konstantinos Koukoulios – die met veel close-ups werkt – weerspiegelt die frustraties op een prachtige manier en weet met levendige kleuren ook de vrolijkere momenten treffend in beeld te brengen.  Een mooi voorbeeld daarvan is de scène waarin Artemis even stoom kan aflaten en in de garage danst op het 90’s hitje “Freestyler” van Bombfunk MC’s.   Lentzou weet universele thema’s als familieliefde, onderlinge vervreemding en verzoening op een ingetogen en aandoenlijke manier te vertalen naar het scherm.  Het inlassen van oude VHS-tapes (die echter weinig verduidelijken), tarotkaarten (die nieuwe hoofdstukken inluiden) en het symbolische verschuiven van een sterrenhemel zijn een mooie variatie op een doorgaans sobere maar effectieve stijl.  Misschien worden niet alle vragen uit de titel beantwoordt, maar de belangrijkste alleszins wél, en wanneer dat gebeurt moeten de mooiste scènes van de film nog komen.  (PV)

“Moon, 66 Questions” van Jacqueline Lentzou met Sofia Kokkali, Lazaros Georgakopoulos, Griekenland, 2020, Score: 8/10

Natural Light

Het oorlogsdrama Natural Light is de eerste langspeelfilm (na eerder kortfilms en documentaires gemaakt te hebben) van Hongaar Dénes Nagy en dat leverde hem dit jaar al meteen de Zilveren Beer voor Beste Regisseur op tijdens het filmfestival van Berlijn.  Natuurlijk maakt zo’n prestigieuze prijs ons altijd een beetje nieuwsgierig maar toch rest na afloop vooral het gevoel dat het toekennen van dat beeldje op z’n zachtst gezegd een genereus besluit van de jury was.   

Het verhaal speelt zich af in de bezette Sovjet-Unie ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.  Centraal staat Korporaal István Semetka (Ferenc Szabó) die samen met duizenden andere geallieerde Hongaarse soldaten de taak heeft gekregen om partizanen op te jagen en liefst van al te verdrijven.  Alle clichés die je kan verwachten passeren de revue:  deuren worden bruut ingetrapt, arme dorpelingen worden in een hoekje gedreven, vrouwen worden bedreigd met verkrachting, voedsel wordt gestolen en ga zo maar door.  Het is duidelijk dat István het een beetje gehad heeft met het vervullen van zijn taak, ook al moet je verdorie goed kijken om dat van zijn gezicht af te lezen.  De acteur die hem gestalte geeft is dermate stoïcijns dat je zou denken dat hij ter camouflage wil opgaan in zijn omgeving (de volledige prent speelt zich af in een winters bos).  Een klein dorpje wordt ingenomen door István en zijn collega’s waarna de bewoners al vrij snel worden samengedreven in een schuur (U mag tweemaal raden wat er uiteindelijk met die schuur gebeurt) en dat is het dan zowat.  Nagy zal wel met de beste intenties een portret hebben willen schetsen van een soldaat die niet langer mee kan gaan in de verderfelijke gruwel van de oorlog, maar dan moet je het hoofdpersonage wel iets om handen geven.  Op een paar genereuze handelingen na (het verzwijgen van een geheime schuilplaats en een moeder en haar baby voorzien van een veldfles melk) lijkt István vooral mee te zwemmen met de stroom, wat natuurlijk ook wel uit schrik zal zijn voor represailles.   

Het is allemaal redelijk vakkundig in beeld gebracht, dat wel, maar anderzijds gaat de grauwe en donkere fotografie (vandaar de titel zeker?) op den duur even afgevlakt aanvoelen als het gebrek aan emotie en betrokkenheid.  Oorlogen zijn vernietigend voor de moraal van de mensheid, dat weten we wel, maar dit afstandelijk vehikel is alvast niet de juiste film om ons daaraan te herinneren. (PV)

“Natural Light” van Dénes Nagy met Ferenc Szabó, László Bajkó, Hongarije, Letland, Duitsland, Frankrijk, 2021, Score: 3/10

Woensdag 13 Oktober

After Blue (Dirty Paradise)

In 2012 pende de Franse cineast Bernard Mandico samen met collega Katrin Olafsdotir een uit 12 basisregels bestaand manifest neer als leidraad voor de stijl die ze wensten te hanteren in hun werk, het zogenaamde “Incoherence Manifest”.  De naam verraadt het al een beetje, het is een eigenzinnige manier van filmmaken die de makers carte-blanche geeft om er zowat op alle vlakken een experimentele, onsamenhangende prent van te maken.  Enkele van die vuistregels: er moet altijd met oude film gedraaid worden (Kodak-film in het geval van deze After Blue), effecten en beeldfilters worden ter plekke toegepast (dus geen digitale bewerkingen achteraf), tijd en geografie mogen vaag zijn, acteerprestaties variëren tussen non-sérieux en overacting, en het narratief hoeft zich niet vast te pinnen op een duidelijke tendens.  Het resultaat van After Blue (Dirty Paradise), Mandico’s tweede film na het al even bizarre The Wild Boys, is dan ook nu weer een dolle, bevreemdende trip die een zekere bereidheid tot overgave vraagt van de kijker.  

De aarde is om zeep en vrouwen leven in afgebakende communes (ingedeeld volgens nationaliteit) op een verre planeet genaamd “After Blue”.  Het mannelijke geslacht kan daar niet overleven want – zo verklaart iemand vroeg in de film – hun haren groeien naar binnen (als dit onnozel klinkt ben je niet klaar voor alles wat daarna volgt).  Hoofdpersonage Roxy (Paula Luna), “Toxic” voor de vrienden, wandelt over een strand met vriendinnen als ze plots stuiten op een vrouw met de naam Kate Bush (jawel) die tot haar hoofd ingegraven is in het zand.  Haar gezelschap heeft daar duidelijk plezier in, maar Roxy kan het niet aanzien en bevrijdt haar.  Eens dat achter de rug is vermoord Kate de vrienden van Roxy, wat meteen een kettingreactie in gang zet in de gemeenschap. Enkele vrouwen, die veel weg hebben van ‘The Wicked Witch’ uit The Wizard of Oz, eisen dat Roxy en haar moeder Zora (Elina Löwensohn) Kate opsporen en vermoorden als vergelding.  Vanaf dan krijgen we een premiejageravontuur in een Acid-Western-jasje voorgeschoteld dat allesbehalve traditioneel is, niet alleen omwille van de hyper-gestyleerde sci-fi setting maar ook door de narratieve ondertoon van seksuele ontwaking.    Leuk detail: de vrouwen geven hun geweren namen van bekende modehuizen zoals Paul Smith en Gucci.  Om maar even mee te geven hoe van de pot gerukt het verhaaltje is.

De surrealistische en met kleur verzadigde fotografie (denk Alejandro Jodorowsky meets Dario Argento), die elk frame een erotische textuur lijkt te geven, dompelt je onder in een hypnotiserende sfeer maar daar moeten we het dan ook zo’n beetje mee doen.  Het is door de style-over-substance-aanpak dan ook een beetje verleidelijk om Mandico’s zelfverzonnen filmbeweging (als is het maar omdat die ook niet zo revolutionair is), weg te zetten als pretentieus en een uitvlucht om een zo overdreven mogelijke, kitscherige B-film te mogen draaien die zich niet hoeft te verantwoorden voor afwezigheid van enige logica.  Hoe campy en ongrijpbaar het resultaat ook mag zijn, op één of andere manier blijft de visuele ervaring als een waas over je hangen, lang nadat de aftiteling over het scherm rolt, en dat wil toch ook iets zeggen. (PV)

After Blue (Dirty Paradise) van Bernard Mandico met Paula Luna, Elina Löwensohn, Frankrijk, 2021, Score: 5,5/10

Donderdag 14 Oktober

Un Monde

Elke ouder zal het wel herkennen: dat diepe gevoel van machteloosheid als je aan het begin van een nieuw schooljaar jouw kind afzet aan de schoolpoort, hopende dat hij of zij niet al te veel traantjes moet laten, snel geïntegreerd geraakt en vooral niet het slachtoffer zal worden van pesterijen.  Kinderen kunnen in hun verlangen om ergens bij te horen gemeen zijn voor elkaar en er gebeurt dan ook heel wat binnen de van de buitenwereld afgesloten microkosmos van schoolgangen en -pleinen.  De Belgische Laura Wandel maakt met haar debuut Un Monde die angsten enorm tastbaar en kreeg in Cannes, waar de film in de categorie ‘Un Certain Regard’ vertoond werd, een 7 minuten lange staande ovatie.

Un Monde is dan ook een knappe film die het onderwerp van pestgedrag en de verstrekkende gevolgen op een confronterende manier weet te belichten.  De kleine Nora (Maya Vanderbeque) kan aan de schoolpoort haar alleenstaande papa (Karim Leklou) niet loslaten en wordt met een aandoenlijke knuffel getroost door haar iets oudere broertje Abel (Günter Duret).  De twee worden al snel uit elkaar getrokken door een juf, een eerste signaal dat ook de volwassenen binnen de schoolmuren beenhard kunnen zijn.  Nora mag tijdens de lunchpauze niet eens bij Abel zitten, want zo luidt het: “Je moet maar vrienden zien te maken”.  Aanvankelijk lukt dat wel, maar als iets later Abel het slachtoffer wordt van vergaande pesterijen en kleine zus te hulp wil schieten krijgt de onderlinge dynamiek van de relaties een heel nare wending.  Als Un Monde ons naast het boemerang-effect van pesten nog aan iets anders herinnert, is het wel hoe grauw en troosteloos een schoolomgeving kan zijn, zeker voor kleine kinderen.  De camera, die praktisch altijd Nora volgt, registreert dat ook zorgvuldig (bijna op documentaire-achtige manier) door alles rondom haar buiten focus te laten zodat het beklemmende gevoel van onzekerheid en angst extra in de verf gezet wordt.

De keuze van Wandel om Nora centraal te zetten is zeker niet verkeerd, de jonge Maya Vanderbeque acteert overigens op haar prille leeftijd bewonderenswaardig sterk waarbij een blik over de schouder, het verlegen naar beneden staren en pogingen om haar emoties te verbergen, boekdelen spreken.  Toch ruiken we hier ook wel ergens de gemiste kans om ook iets dieper in te gaan op de andere personages en vooral hoe ze met de situatie omgaan buiten de muren van de school.  Un Monde klokt dan ook af op een compacte speelduur van 72 minuten die het idee voedt dat de hele problematiek iets te eenzijdig belicht werd.  Dat neemt niet weg dat het drama vanaf de eerste seconde beklijvend is en een urgente boodschap uitdraagt die haar impact zeker niet mist.  Wandel neemt bovendien wel de tijd om ook, volledig terecht, met een vingertje te wijzen naar de lakse houding van de schooldirectie, die maar al te vaak denkt dat ze de situatie kunnen de-escaleren met flauwe excuses van de pestkopjes. Daar kunnen echter noch de slachtoffers, noch hun ouders, iets mee kopen. (PV)

Un Monde van Laura Wandel met Maya Vanderbeque, Günter Duret, Karim Leklou, België, Score: 7,5/10     

Zondag 17 Oktober

Captain Volkonogov Escaped (Kapitan Volkonogov Bezhal)

Het Russische regisseursduo Aleksey Chupov en Natasha Merkulova, stond achter de camera voor de eerste Russische Netflixreeks Anna Karenina en graaft ook met Captain Volkonogov Escaped dieper in het historische verleden van de Sovjet-Unie.

Geschetst tegen de achtergrond van de grote stalinistische ‘zuiveringen’ van de jaren negentiendertig, brengt Captain Volkonogov Escaped het verhaal van een militair die besluit om niet langer mee te draaien in de carrousel van wreedheden en geweld, vooral uit eigenbelang en uit angst zelf slachtoffer te worden. Die plot die als springplank voor een odyssee doorheen het door angst verscheurde Sovjet-Rusland en een bespiegeling over schuld en verlossing die helaas niks te bieden heeft.

Het komt eigenlijk niet als een verrassing dat het regieteam Chupov-Merkulova, voorheen de sporen verdiende in de wereld van de op maat van een nichepubliek geproduceerde ‘streaming’ series. Ook deze Captain Volkonogov Escaped, komt immers met een ingebouwd publiekslabel en zal zich zonder problemen nestelen in een rubriek met gewichtige maar zielloze en oninteressante drama’s die de hoek moeten opvullen voor kijkers die op een luie manier graag toch ‘net iets meer’ willen dan doorsnee Hollywoodvertier.(DVB)

“Captain Volkonogov Escaped” van Aleksey Chupov en Natasha Merkulova met Yuriy Borisov, Timofey Tribuntsev, Rusland, Frankrijk, Estonië, 2021, Score: 1/10

Maandag 18 Oktober

Bad Luck Banging or Looney Porn (Babardeala cu Bucluc sau Porno Balamuc)

De Roemeense regisseur Radu Jude zet in Bad Luck Banging or Looney Porn zijn verkenning verder van cultuur en geschiedenis die ook al te vinden was in Scarred Hearts en I Do Not Care if We go Down in History as Barbarians. Terwijl die eerste titel een bij Thomas Manns De Toverberg aanleunende evocatie was van 20e eeuws cultuurpessimisme, was de tweede een deconstructie van het Roemeense verleden. Deze nieuwe film kijkt naar de moderne cultuur van de 21 eeuw en de manier waarop die wat voorafging heeft gerecycleerd en ontdaan heeft van betekenis.

De plot draait rond een lerares die tot haar afgrijzen moet vaststellen dat een voor privégebruik gemaakte video waarop in expliciete beelden en taalgebruik – de film opent met deze opname – te zien is hoe ze seks heeft met haar echtgenoot, op het internet terechtkomt. In drie hoofdstukken die elk een totaal eigen stijl en toon hebben, zien we de gevolgen van dit alles en de uiteindelijke vergadering die de ouderraad van de school samenroept om te beslissen over het lot van de leerkracht.

Wie op basis hiervan een drama verwacht is eraan voor de moeite, Jude is eigenlijk nauwelijks geïnteresseerd in de gebeurtenissen zelf en des te meer in de cultuur waarin alles zich afspeelt. In een wereld waarin elke mening evenveel waard is – een onzinnig geloof dat ook door vele media gehuldigd lijkt te worden – en elke brok informatie (of het nu geschiedenis, politiek, cultuur, racisme of porno is doet er weinig toe) even toegankelijk, kneedbaar en herkauwbaar is, is het ‘fait divers’ waar alles om draait een even groot – of klein – gegeven als oorlogen, de holocaust of een nieuwe mediasensatie. Doorheen een satirische bril kijkt Bad Luck Banging or Looney Porn naar een tijdperk dat enkel nog lijkt te bestaan uit gefragmenteerde waarheden, individuele opinies en eigen invulling van betekenis en waarin de eigen waarheid het hoogste en enige goed is, zelfs al is die vaak hypocriet en contradictorisch.

Speels, bewust provocerend en bijzonder geestig zijn adjectieven die de film best tekenen en die te vatten zijn in een uitspraak die halverwege de film opduikt: ‘het bioscoopscherm is het glanzende schild van de Medusa waarin we de reflectie van verschrikkingen kunnen aanschouwen die we in de werkelijkheid niet kunnen of willen aanschouwen.’(DVB)

“Bad Luck Banging or Looney Porn” van Radu Jude met Katia Pascariu, Olimpia Malai, Roemenië/Luxemburg/Tsjechië/Kroatië/Zwitserland/Uk, 2021, Score: 7,5/10

Memoria

Met Memoria draait de gelauwerde Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul voor een het eerst een grote internationale productie, nadat hij eerder een festivallieveling werd en overal prijzen in de wacht sleepte met films als Uncle Boonmee Who can Recall his Past Lives, Tropical Malady en Cemetery of Splendour. Een grote naam als Tilda Swinton op de affice en dialogen in het Engels en Spaans, verhinderen evenwel niet dat Weerasethakul uiterst trouw blijft aan zijn eigen unieke stijl voor deze bevreemdende en hypnotiserende prent.

Visueel sluit Memoria zeker aan bij eerder werk van Weerasethakul, met lang aangehouden bijna roerloze camerastandpunten die vaak vanop afstand de personages en gebeurtenissen waarnemen. Uit die observaties groeit een bespiegeling over het geheugen en de manier waarop individu en gedeeld cultureel geheugen zich verhouden, met daarin op subtiele wijze elementen verwerkt over ras, herkomst en kolonisatie. Apichatpong Weerasethakul vertelde in interviews dat hij zich voor Memoria had laten inspireren door de Jacques Tourneur klassieker I Walked with a Zombie (zelfs de naam van het hoofdpersonage is een hommage) en de sfeerschepping van die film uit 1943 valt inderdaad terug te vinden in deze vaak beklemmende odyssee. ‘Zelf was ik ook een vreemde in dit nieuwe land waar ik opnames deed en dat is absoluut voelbaar in de film’ aldus de regisseur. De manier waarop geluid wordt ingezet binnen die verkenning, voegt bovendien een nieuwe dimensie toe aan het cinematografische arsenaal van de Weerasethakul en weet de kijker binnen te trekken in de verstilde wereld die op het scherm geschapen wordt.(DVB)

“Memoria” van Apichatpong Weerasethakul met Tilda Swinton, Elkin Díaz, Columbia/Thailand/Frankrijk/Duitsland/Maxico/Quatar/Uk/China/Zwitserland – 2021, Score: 9/10

Dinsdag 19 Oktober

Wet Sand

“Het schijnt dat mensen die aan zee wonen gelukkiger zijn” zegt één van de personages in Elene Naveriani’s tweede film Wet Sand.  De serene rust die uitgaat van de nachtelijke, door maanlicht verlichte zee en het geluid van de golven (horen we daar ook walvissen zingen in de verte?)  staan in schril contrast met het venijn dat uitgaat van de streng katholieke bewoners uit het Georgisch kustdorpje waar het verhaal zich afspeelt.  Die zijn dermate conservatief dat een conflict met de centrale (en modernere) personages onvermijdelijk lijkt.  

Amnon (Gia Agumava), uitbater van het op een strand gelegen café ‘Wet Sand’ verneemt het overlijden van Eliko, een man die zelfmoord pleegde en duidelijk niet geliefd was onder de plaatselijke bewoners.  De manier waarop een groepje kinderen dat luchtig en huppelend over het strand komt verkondigen, is al een eerste signaal, maar het zijn vooral de ouders die met het echte gif spuwen.  Het helpt niet dat het nieuws bekend raakt dat Amnon al 20 jaar een geheime relatie had met Eliko.  Homoseksualiteit is nu niet meteen een populair gegeven in de ultra-orthodoxe kringen van het dorpje.  Amnon probeert, samen met Eliko’s kleindochter Moe (wiens moeder haar altijd heeft voorgelogen dat de man al jaren dood was) de begrafenis te regelen.  Zelfs bij de graflegging tonen de andere aanwezigen hun conformistische kortzichtigheid: “Mensen die zelfmoord plegen krijgen geen gebeden”.  

Naveriani doorweeft haar betoog tegen homofobie subtiel met thema’s als milieuvervuiling, politieke spanningen en godsdienstig fanatisme, waarbij het centrale narratief rond de stilgezwegen relatie uiteindelijk meer dan één geheim blootlegt.  De genuanceerde manier waarop ze die gebeurtenissen langzaam naar de oppervlakte brengt laat een interessante en veelbelovende signatuur zien.  De mise-en-scene, met een mooie accentuering van de personages en hun omgeving en de gecontroleerde acteerprestaties maken, van Wet Sand een tragische, maar tegelijkertijd inspirerende parabel over liefde die het altijd zal winnen van haat.  Voor Amnon en Eliko is het misschien te laat, maar Naveriani besluit toch met een hoopvolle gedachte aan de hand van een rake nevenplot die zich afspeelt tussen de jonge vrouwen Moe (Bebe Sesistashvili) en Fleshka (Megi Kobaladze).  “What difference a day makes”  zingt Dinah Washington melancholisch, terwijl Amnon met een glimlach de afscheidsbrief van Eliko leest.  Wel, héél veel, zo blijkt. (PV)

“Wet Sand” van Elene Naveriani met Gia Agumava, Bebe Sesistashvili, Megi Kobaladze, Georgië, Zwitserland, Score: 9/10

Vortex

Het had niet veel gescheeld of Lux Æterna, toch wel een pak minder interessant dan voorganger Climax, was het laatste geweest wat we van provocateur Gaspar Noé te zien hadden gekregen.  

De Frans-Argentijnse cineast kreeg in 2020 een hersenbloeding en keek de dood recht in de ogen.  Dergelijke ervaring is natuurlijk een wake-up call van jewelste en het inspireerde hem dan ook voor zijn nieuwste wapenfeit Vortex, een film de fragiliteit van het leven en angst voor het ouder worden op voortreffelijke manier behandelt.

Deze keer opent de film dus niet met snoeiharde electro-muziek, maar wel passend met het ingetogen en bloedmooie ‘Mon amie la rose’ (1965) van Françoise Hardy.  Het is een eerste signaal dat Noé rustiger geworden is, meer contemplatief en minder gericht op provocatie.  In de hoofdrollen zien we giallo-regisseur Dario Argento (Suspiria, Profondo Roso) als echtgenoot van het Franse icoon Françoise Lebrun (The Mother And The Whore).  Die laatste ervaart de eerste tekenen van dementie, tot grote ergernis van haar man, een schrijver die daar vanzelfsprekend veel moeite mee heeft en dat, naarmate de situatie verslechtert, ook niet meer onder stoelen of banken kan steken (“Tu es un vrai cauchemar!”).  

De uitbundige beeldvoering die we van Noé gewend zijn zet dus ook een klein stapje terug, en toch is dit onmiskenbaar een prent die zijn signatuur draagt.  Praktisch de volledige film wordt namelijk  getoond in split-screen, maar dat is nauwelijks een visuele gimmick want Noé buit het simultaan tonen van twee kaders en zijn twee hoofdpersonages zodanig perfect uit dat het nergens protserig of storend wordt.  Er gaat vaak zelfs een mooie symboliek van uit zoals in een scène aan de keukentafel waarin de man (de personages zijn naamloos) zijn vervreemde vrouw haar hand troostend en liefdevol vastpakt.  De dikke verticale streep splitst het beeld bij de polsen van de man, zodat de “afgehakte” handen in het andere kader – zoals zijn echtgenote zal ervaren –  die van een vreemde zouden kunnen zijn.  Vortex is zonder twijfel Noés meest toegankelijke film, maar ook nu worden we er allerminst vrolijk van.  Ook de zoon (Alex Lutz), zelf niet vrij van demonen, komt over de vloer en geraakt meermaals in discussie met zijn vader over diens lakse houding en weerspannigheid om de moeder te laten opnemen in een rusthuis.  “Kunnen we niet gewoon doen aslof er niets aan de hand is?” klinkt het wanhopig wanneer ze voelt dat ze haar thuis dreigt kwijt te spelen.  Het is een bijzonder triest en aandoenlijk moment, opgedragen aan iedereen wier hersenen het laten afweten. (PV)

“Vortex” van Gaspar Noé met Dario Argento, Françoise Lebrun, Alex Lutz, Frankrijk, Score: 9/10 

Donderdag 21 Oktober

Apples (Mila)

De Griekse cineast Christos Nikou blaast met zijn debuutfilm Apples meteen iedereen omver. Het verhaal speelt zich af in een dystopische wereld waar een pandemie heerst. Maar de bewoners worden niet geconfronteerd met een of ander virus, wel met geheugenverlies.

Nikou speelt met de limieten van het geheugen en opent hierbij nieuwe perspectieven.  Zo krijgen de acteurs geen namen, aangezien ze geen identiteit hebben. Ook is Nikou van mening dat ons geheugen verder gaat dan het universum. Daarbij geeft hij een subtiele knipoog naar zijn titel, die tevens verwijst naar de welgekende Steve Jobs en zijn hebbedingetjes. Want uiteindelijk, zegt Nikou, is ons geheugen een harde schijf waar data op verzameld wordt. Apples komt in de zalen januari 2022. (TVDS)

“Apples” van Christos Nikou met Aris Servetalis, Sofia Georgovassili, Griekenland-Polen-Slovenië, 2020, Score: 8/10

Vrijdag 22 Oktober

A Chiara  

De in New York geboren Italiaan Jonas Carpignano keert na Mediterranea (2015) en A Ciambra (2017) terug naar Calabrië en vervolledigt op die manier zijn trilogie over de sociale dynamiek in de zuidelijke provincie.   Het is een regio die gekenmerkt wordt door armoede, criminele bendes (met voorop de ‘ndrangheta) en een toestroom van vluchtelingen.  Dat zijn ook thema’s die in zijn vorige films naar voren kwamen.

Deze keer staat de 15-jarige Chiara (Swamy Rotolo) centraal, een meisje wiens wereld op z’n kop gezet wordt na een schokkende ontdekking op de 18de verjaardag van haar zus Giulia.  Haar vader Claudio is een liefhebbende man die een enorm sterke band heeft met zijn drie dochters, iets wat wondermooi weergegeven wordt tijdens een lange scène die zich afspeelt op Giulia’s uitbundige verjaardagsfeestje.  De mooie avond krijgt echter een nare wending als na de festiviteiten de auto van de familie opgeblazen wordt.  Het is voor Chiara het begin van een frustrerende en verbeten zoektocht naar de ware identiteit van haar vader die, zo blijkt, samen met haar ooms deel uitmaakt van een criminele organisatie.  

Het feit dat de personages in het echte leven ook familie zijn – waarvan niemand van de leden een professionele acteursachtergrond heeft – voorziet de prent van een opvallend geloofwaardige dynamiek.  Vooral Swamy Rotolo, die vaak met close-ups het beeld domineert, heeft een innemende presence die met overtuigende verwarring en woede de film moeiteloos weet te dragen.  Het is jammer dat Carpignano naar het einde toe iets te gekunsteld begint te flirten met de sfeer van een misdaadthriller.  A Chiari heeft dat zijsprongetje immers helemaal niet nodig. (PV)

A Chiara van Jonas Carpignano met Swamy Rotolo, Claudio Rotolo, Grecia Rotolo, Italië, Score: 7/10

C’mon C’mon 

In 2016 leverde Mike Mills nog het opvallend mooie coming-of-age drama 20th Century Women af.  In C’mon C’mon probeert hij dat succes te herhalen met niemand minder dan Joaquin Phoenix in de hoofdrol, toch wel een van de strafste acteurs van zijn generatie.  De trailer zag er dan ook veelbelovend uit maar het eindresultaat is tenslotte niets meer dan die zelfde trailer uitgesponnen over 108 minuten, ook al is dat dan geen complete mislukking.  

Phoenix speelt Johnny, een radiojournalist die blijkbaar niets beters te doen heeft dan kinderen te interviewen over hun angsten en hun kijk op de wereld.  Dat is al een eerste voorwendsel om op redelijk pretentieuze manier de eigenlijke plot diepzinniger te laten overkomen dan die werkelijk is.  Zijn ietwat labiele zus (matig tot irritant gespeeld door Gaby Hoffmann) voelt zich verplicht om haar man op te zoeken in een psychiatrische kliniek en stuurt haar negenjarig zoontje Jesse (Woody Norman) dan maar mee met zijn lange tijd vervreemde oom.  

De road-trip die volgt is bij momenten hartverwarmend mooi en oprecht grappig, maar Mills is vaak ook dermate manipulatief in zijn benadering dat het allemaal heel erg voorspelbaar en formeel wordt.  Zo verzuipen teveel scènes in weemoedige muziek, worden onderlinge gesprekken tussen de twee afgewisseld met de (vaak holle) mijmeringen van kinderen die terloops geïnterviewd worden en moeten we er getuige van zijn dat kleine Jesse graag naar Wagner luistert en zichzelf graag profileert als wees.  Dat dit alles in zwart wit gefilmd werd door Robbie Ryan lijkt ook slechts een wapen om het geheel nog meer gravitas te willen geven dan eigenlijk nodig is.  Hier en daar levert dat zeker wel prachtige beelden op, zoals luchtshots van Los Angeles en New York, maar daarvoor kan je ook een koffietafelboek van Taschen doorbladeren en het voegt hier dan ook weinig toe.  ‘Less is more’, dat zou Mills onderhand toch wel moeten weten.(PV)

C’mon C’mon van Mike Mills met Joaquin Phoenix, Gaby Hoffmann, Woody Norman, Verenigde Staten, Score: 5,5/10

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − zes =