Whispering Sons :: ”Ik begreep niet dat mensen ons goed vonden”

Several Others is de klassieke ‘moeilijke tweede’ van Whispering Sons. Het succes kletste Fenne Kuppens en co immers koud in de nek, en van de weeromstuit maakten ze een album dat hardnekkig vecht tegen de grote schaal. “Die grote gitaarriffs moesten niet meer”, klinkt het, en dat hoor je op deze claustrofobische, donkere plaat.

Fenne Kuppens en Kobe Lijnen zien er halverwege de middag alweer vermoeid uit. Met een paar interviews achter de kiezen draait het circus opnieuw, en dus ploeteren ze zich plichtsbewust door de gesprekken. Vooral Kuppens worstelt met de persoonlijke teneur van de songs, nu ze die moet uitleggen. Was debuut Image drie jaar terug al geen plaat voor lachebekjes, dan lijkt dat in de jaren van de doorbraak niet te zijn verbeterd.

Fenne Kuppens (zang): “Ik ben door een zware periode gegaan, ja, maar die ligt nu achter me. Er is een jaar voorbijgegaan sinds ik die teksten heb geschreven, en ik voel dat het eruit is.”

enola: Wat scheelde er?

Kuppens: “De hele plaat draait om mijn overdreven perfectionisme, de extreme eisen die ik mezelf oplegde. Daar worstelde ik heel hard mee, waarschijnlijk zelfs door het succes van Image, maar ook daarbuiten uit het zich: een voortdurend meer en beter willen doen, een betere versie van jezelf willen worden.”

enola: “Now I’m a bitter better person”, stel je grimmig vast in de opener. Het maakte je onaangenaam?

Kuppens: (Ongemakkelijk lachje) “Kobe?”

Kobe Lijnen (gitaar): “Laat ons zeggen dat als Fenne op tour met rust wil worden gelaten, je dat best ook doet. Je leert elkaar wel goed kennen op zo’n tour, en bij Fenne weten we nu dat ze zich al eens wil kunnen afsluiten van de wereld. Het zouden geen toffe tours geweest zijn als we alle vijf zo waren. Maar dat is natuurlijk het lot van de frontvrouw die alle aandacht vangt. Wij kunnen gewoon rondlopen en ons eigen ding doen – meestal toch. Fenne vangt meer druk.”

Kuppens: “Ik weet dat als ik die druk op mezelf leg, ik heel erg kut kan doen tegen anderen, omdat ik zo gefocust ben dat ik niet aanwezig ben. En tegelijk projecteer ik dat perfectionisme op hen. Ik wil dat zij ook beter doen.”

enola: Die stress vertaalt zich ook naar je lichaam. Op Eurosonic in Nederland, aan het begin van een Europese tour, stond je met een maagzweer te zingen.

Lijnen: “Dat ze die shows dan wel speelt is ook typisch Fenne.”

Kuppens: “Ik kon ze moeilijk afzeggen, hé? Of ik zo geen roofbouw pleeg op mijn lichaam, daar wil ik vooral niet over nadenken. (lacht) Ik blijf gewoon gaan, en we zien nadien wel.”

enola: Had het succes dat perfectionisme niet net moeten temperen? Was het geen bevestiging dat je al goed bezig was?

Kuppens: (Lachje) “Zo werkt dat niet.”

Lijnen: “Volgens mij is het verergerd net omdat we zoveel in de spotlights stonden. We hadden nooit de bedoeling om met de band zo ver te komen als we geraakt zijn. Whispering Sons is voor elk van ons de eerste band waarin we speelden, we hebben alles gaandeweg moeten leren. Als een plaat dan zo ontploft als Image deed, dan moet je wel even zoeken hoe je daarmee moet omgaan, en elk heeft daar zijn eigen manieren voor.”

Kuppens: “Ik kon daar helemaal niét mee om. Ik begreep niet dat mensen ons goed vonden.”

enola: “Always be someone else instead of yourself”, hield je jezelf voor. Bizar idee.

Kuppens: “Heel slecht advies is dat, maar daar gaat het wel over: het streven om een andere versie van jezelf te zijn. Eén van de ‘several others’ waar de plaat naar genoemd is.”

enola: In “Screens” observeer je jezelf op het podium.

Kuppens: “Dat nummer heb ik geschreven na een specifiek optreden, toen ik plots besefte dat ik op het podium iemand helemaal anders ben dan ernaast. En dat zien mensen niet. Dat zal wel normaal zijn hoor, maar als artiest moet je dat wel even een plaats kunnen geven. Daarom dat ik zo vaak over ‘she’ zing op deze plaat; dat is die persoon op dat podium, die versie van mezelf, maar dat is niet per se ik.”

“Het gaat hoor, op het podium staan; ik verlies me vanzelf in de muziek. Maar als ik even begin na te denken over wat ik aan het doen ben, loopt het garanti mis. Gelukkig gebeurt dat niet zo vaak. Ik probeer er niet te hard over na te denken, en dat lukt, soms. Uiteindelijk ben ik daar een personage, of toch een uitvergroting van een paar trekken van mij; daar kan ik me achter verschuilen. En verder hou ik vast aan het voornemen dat elke show een goeie show moet zijn. En daarvoor moet ik mezelf volledig geven, dus dat doe ik. Van zodra ik merk dat mijn gedachten afdwalen, of ik me focus op die twee mensen in het publiek die aan het praten zijn, probeer ik dat zo snel mogelijk om te keren.”

enola: “I leave you wounded”; die ‘you’, ben jij dat ook?

Kuppens: “Ergens wel. Het is niet met die intentie geschreven, maar zo voelt het voor mij nu wel aan. (mompelt) Ik schrijf altijd maar over mezelf, ik zou eens moeten leren om het over anderen te hebben.”

enola: Jullie zijn vorige zomer gaan opnemen, net na de eerste lockdown waarin jullie elkaar niet konden zien. Was het met honger dat je er aan begon?

Kuppens: “Ja.”

Lijnen: “Toen we opnieuw samen mochten komen, was de plaat min of meer geschreven. Ik denk dat we voor de eerste lockdown al bijna alle muziek hadden afgerond, dus Fenne heeft in die periode zonder repetities goed kunnen schrijven. Nadien konden we dus meteen de nummers afwerken, en een deadline voor onszelf stellen. We konden toch niet optreden, dus dan was die tweede plaat opnemen het beste wat we konden doen.”

“Muzikaal wisten we dat we niet meer zo groots wilden klinken als op Image. Deze keer moest het wat meer gefocust, wat meer recht door zee. Zo zijn ook de demo’s geschreven, en Fenne heeft dat bij de keuze van nummers waarop ze teksten wilde schrijven nog meer doorgedreven.”

enola: Waarom moest dat?

Lijnen: “Dat ‘grootse’, dat waren wij niet meer. Of we waren dat beu, ik voelde me niet langer iemand die per se altijd van die catchy gitaarlijnen moest spelen. Het kon ook kleiner, vond ik; met minder elementen zeggen wat we wilden zeggen.”

enola: Mag ik het een ‘Anti-Werchterplaat’ noemen?

Kuppens: (lacht) “We spelen volgende maand wel op Werchter, dat buiten beschouwing gelaten. En het is niet dat die schaal niet juist voelde, maar…”

Lijnen: “Een half jaar na de release van Image begon ik er de intensiteit van onze liveact in te missen. Het was ronder, grootser, met een Fenne die verder weg klonk. Met deze plaat wilden we de sterktes van onze optredens vatten.”

enola: Welke producer heeft jullie geholpen dat te doen?

Kuppens: “Dijf Sanders. We hadden iemand nodig die ons kon helpen met klanken.”

Lijnen: “We zijn geen band die met een producer nog aan de nummers wil sleutelen, we hebben mensen nodig die ons kunnen helpen klanken te maken, waar we mee kunnen experimenteren. Zeker omdat de nummers geschreven waren in een periode waarin we niet konden repeteren, en dus meer op computer bestonden dan in levende lijve. Op “Surgery” speelt Dijf bijvoorbeeld een santoor, een Indiaas cimbalon, in “Screens” heeft hij de drumtrack die we hadden gesampled door een of andere ninetiesbak getrokken, zodat we nu een dubby ritme hebben; da’s typisch Dijf Sanders.”

enola: Het laatste wat jullie deden voor alles kapseisde, is met Editors toeren. Wat heb je daaruit geleerd? Dat je niet op zo’n schaal wil opereren?

Lijnen: “Het was in elk geval interessant om in zo’n grote productie mee te draaien. Het was ook het einde van de Image-tour; we konden onze setlist met de ogen dicht spelen, waardoor we na twee optredens met genoeg zelfvertrouwen op het podium stonden om te voelen: ‘we kunnen deze grotere podia aan’. We hebben in elk geval niet die ambitie, maar ik weet niet of ik het erg zou vinden mochten we zo groot worden. Ik had bij Editors ook niet het gevoel dat ze daardoor niet betrokken waren. Ze soundcheckten zelf, testten nieuwe nummers uit op dat moment, … Zo zou dat ook wel kunnen werken, denk ik. Het moment dat de lichten in het Sportpaleis aangingen, ga ik in elk geval nooit meer vergeten; wat een massa!”

Lijnen: “We hebben die laatste shows in Engeland ‘de coronatour’ genoemd, want overal begonnen we waarschuwingen te zien. We lachten er eigenlijk wat mee. Tot we een week later met ons management samenzaten over de toekomst, en Mich van de AB binnenstapte met het bericht dat alles afgezegd werd.”

enola: Ik kan me voorstellen, Fenne, dat jij de nieuwe nummers ook statischer gaat brengen.

Kuppens: “Daar heb ik nog niet over nagedacht, maar dat kan wel. Ik zal dat op het podium moeten ontdekken. Er zullen statische nummers bij zijn, maar ik denk dat ze ook wel meer gevoel zullen hebben.”

Lijnen: “De nieuwe nummers zijn gevarieerder in hun dynamiek, denk ik, waar de oude meer allemaal gelijk waren van opbouw. Dat maakt die eerste interessanter om een show mee op te bouwen. Het wordt zoeken om te zien welke oude nummers daar tussen passen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 9 =